Mail ons

Overzicht

Ontwerpen - deel 2: Het zwarte schaap en de aard van professioneel werk

Blogpost 16 May 2013

Ik heb Jacob Voorthuis, ontwerpfilosoof van de TU/e uitgenodigd voor een gesprek over ontwerpen met collega Gerhard Smid en mijzelf. Ik ken Jacob Voorthuis niet, maar ik wilde graag dat een ‘vreemdeling’ uit een ander domein ons eens kritisch zou bevragen over hoe wij programma’s ontwerpen en hoe we daarover denken. Jacob Voorthuis heeft in mijn ogen zinnige, mooie maar ook onbegrijpelijke dingen over ontwerpen geschreven.

Jacob Voorthuis: “Jullie zien ontwerpen in een heel breed licht. Eigenlijk is plannen ontwerpen. Wat mij interesseert is de slechte status van het ontwerpen in de wetenschappelijke wereld. De faculteit Bouwkunde, bijvoorbeeld, wordt eigenlijk als het mindere broertje, het zwarte schaap beschouwd. Ik vind dat een nogal domme benadering van een technische universiteit, die ook nog weinig doet om dat beeld daarover te veranderen.

Grijpbare complexiteit

Die benadering wordt gevoed door het natuurkundig protocol. In mijn boekje – Het ontwerpgesprek, de filosofie van het ontwerpen – wil ik de wetenschappelijkheid van ontwerpen grijpbaar maken. Het is echter een hele complexe bezigheid. Er zijn heel veel variabelen, er is sprake van emergent gedrag; je kunt sommige dingen niet bepalen. Vanuit de natuurkunde dachten ze dat wel te kunnen. Ik zie dat die complexiteit, zij het anders verwoord, in jullie boeken – Professionals opleiden (Smid) en De ontwerp(f)actor (de Man) – een voortdurende rol speelt.”

Wat is dat toch? Het lijkt steeds opnieuw dat wat niet in lineaire lijnen en met vaste en herhaalbare studies te onderzoeken valt, tweederangs is. Ik zie dit al sinds ik onderwijs- en opleidingskunde studeerde. Sociale studies, net niet echt, niet behorend tot de Wetenschappen met hoofdletter W. Toen al probeerden de sociale studies op de technische studies te gaan lijken. Het is natuurlijk ook het doorgaande debat in het organisatieadviesvak. Van de TU/e, die in de regio deel uit maakt van een bruisend innovatienetwerk, begrijp ik het echt niet.

Ontwerpvraagstukken

De grote vraagstukken en uitdagingen in organisaties en de samenleving zijn niet op te lossen binnen één domein, binnen één van de Wetenschappen met hoofdletter W. Deze vraagstukken en uitdagingen zijn ontwerpvraagstukken pur sang. Een ontwerpvraagstuk is een vraagstuk, waarvan de oplossing aan het begin van het proces nog niet bestaat en nog niet voorstelbaar is. De oplossing komt niet logisch uit de kennisbasis naar voren. Het vraagstuk is ook alleen met gebruikmaking van meerdere kennisdomeinen, wetenschappen, tot een goed einde te brengen. Er is een creatieve sprong nodig, ook wel innoductie genoemd. Het gaat dus om professioneel werk!

Ontwerpmethodologen hebben eindeloos onderzoek gedaan en uit dat onderzoek blijkt dat er geen universeel ontwerpproces is dat gegarandeerd tot goede ontwerpen leidt. Dat betekent dus dat ontwerpprofessionals steeds opnieuw eerst hun eigen ontwerpproces moeten ontwerpen, voordat zij aan het objectontwerp kunnen beginnen. Echte professionals kunnen hun eigen handelen wel altijd verantwoorden. Misschien niet volgens de grote W van de Wetenschappen, maar het vermogen om te kunnen ontwerpen is volgens mij wel een zeer essentiële en steeds belangrijker wordende Professionele Competentie, met hoofdletters. Die zou op waarde geschat moeten worden, ook door wetenschappers. Alleen met ontwerpkennis kan hun wetenschap bijdragen aan grote vraagstukken en uitdagingen van nu.

Het goede

Het is wel van groot belang dat ontwerpers op hun eigen werkwijze blijven reflecteren. Zo kunnen zij zich goed verantwoorden over hun handelen en daarover het professionele gesprek op het scherpst van de snede aangaan. Ze moeten ervoor zorgen dat wat er aan ‘wetenschap’ is ook optimaal gebruikt wordt. Daarom juich ik de toenemende belangstelling voor evidence-based werken in het adviesvak toe; niet om van adviseren een wetenschap te maken, maar wel om als professional ‘het goede te doen’ en het niet alleen ‘goed te doen’.

Lees deel 1 uit deze reeks

Ik heb Jacob Voorthuis, ontwerpfilosoof van de TU/e uitgenodigd voor een gesprek over ontwerpen met collega Gerhard Smid en mijzelf. Ik ken Jacob Voorthuis niet, maar ik wilde graag dat een ‘vreemdeling’ uit een ander domein ons eens kritisch zou bevragen over hoe wij programma’s ontwerpen en hoe we daarover denken. Jacob Voorthuis heeft in mijn ogen zinnige, mooie maar ook onbegrijpelijke dingen over ontwerpen geschreven.

Jacob Voorthuis: “Jullie zien ontwerpen in een heel breed licht. Eigenlijk is plannen ontwerpen. Wat mij interesseert is de slechte status van het ontwerpen in de wetenschappelijke wereld. De faculteit Bouwkunde, bijvoorbeeld, wordt eigenlijk als het mindere broertje, het zwarte schaap beschouwd. Ik vind dat een nogal domme benadering van een technische universiteit, die ook nog weinig doet om dat beeld daarover te veranderen.

Grijpbare complexiteit

Die benadering wordt gevoed door het natuurkundig protocol. In mijn boekje – Het ontwerpgesprek, de filosofie van het ontwerpen – wil ik de wetenschappelijkheid van ontwerpen grijpbaar maken. Het is echter een hele complexe bezigheid. Er zijn heel veel variabelen, er is sprake van emergent gedrag; je kunt sommige dingen niet bepalen. Vanuit de natuurkunde dachten ze dat wel te kunnen. Ik zie dat die complexiteit, zij het anders verwoord, in jullie boeken – Professionals opleiden (Smid) en De ontwerp(f)actor (de Man) – een voortdurende rol speelt.”

Wat is dat toch? Het lijkt steeds opnieuw dat wat niet in lineaire lijnen en met vaste en herhaalbare studies te onderzoeken valt, tweederangs is. Ik zie dit al sinds ik onderwijs- en opleidingskunde studeerde. Sociale studies, net niet echt, niet behorend tot de Wetenschappen met hoofdletter W. Toen al probeerden de sociale studies op de technische studies te gaan lijken. Het is natuurlijk ook het doorgaande debat in het organisatieadviesvak. Van de TU/e, die in de regio deel uit maakt van een bruisend innovatienetwerk, begrijp ik het echt niet.

Ontwerpvraagstukken

De grote vraagstukken en uitdagingen in organisaties en de samenleving zijn niet op te lossen binnen één domein, binnen één van de Wetenschappen met hoofdletter W. Deze vraagstukken en uitdagingen zijn ontwerpvraagstukken pur sang. Een ontwerpvraagstuk is een vraagstuk, waarvan de oplossing aan het begin van het proces nog niet bestaat en nog niet voorstelbaar is. De oplossing komt niet logisch uit de kennisbasis naar voren. Het vraagstuk is ook alleen met gebruikmaking van meerdere kennisdomeinen, wetenschappen, tot een goed einde te brengen. Er is een creatieve sprong nodig, ook wel innoductie genoemd. Het gaat dus om professioneel werk!

Ontwerpmethodologen hebben eindeloos onderzoek gedaan en uit dat onderzoek blijkt dat er geen universeel ontwerpproces is dat gegarandeerd tot goede ontwerpen leidt. Dat betekent dus dat ontwerpprofessionals steeds opnieuw eerst hun eigen ontwerpproces moeten ontwerpen, voordat zij aan het objectontwerp kunnen beginnen. Echte professionals kunnen hun eigen handelen wel altijd verantwoorden. Misschien niet volgens de grote W van de Wetenschappen, maar het vermogen om te kunnen ontwerpen is volgens mij wel een zeer essentiële en steeds belangrijker wordende Professionele Competentie, met hoofdletters. Die zou op waarde geschat moeten worden, ook door wetenschappers. Alleen met ontwerpkennis kan hun wetenschap bijdragen aan grote vraagstukken en uitdagingen van nu.

Het goede

Het is wel van groot belang dat ontwerpers op hun eigen werkwijze blijven reflecteren. Zo kunnen zij zich goed verantwoorden over hun handelen en daarover het professionele gesprek op het scherpst van de snede aangaan. Ze moeten ervoor zorgen dat wat er aan ‘wetenschap’ is ook optimaal gebruikt wordt. Daarom juich ik de toenemende belangstelling voor evidence-based werken in het adviesvak toe; niet om van adviseren een wetenschap te maken, maar wel om als professional ‘het goede te doen’ en het niet alleen ‘goed te doen’.

Lees deel 1 uit deze reeks