Mail ons

Overzicht

Functioneel in de weg lopen

Blogpost 12 Jul 2021

Het oplossen van complexe meervoudige vraagstukken lukt alleen als je daadwerkelijk anders handelt. Ik zie te veel adviseurs, maar ook te veel leidinggevenden die dat handelen uitstellen. Ze vermijden het conflict dat ontstaat als je anders begint te handelen en daarmee verschil maakt. Ze brengen daarmee de oplossing van het complexe meervoudige vraagstuk niet dichterbij, maar zetten het verder vast. Ik kan me dat uitstellen van handelen op zich goed voorstellen. Taal is vaak nog omkeerbaar. Je kunt erop terugkomen of zeggen dat het maar een gedachte of ideetje was. Handelen is onomkeerbaar: het is gedaan en kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Dat maakt het risicovoller dan praten. En natuurlijk is het verstandig om dat handelen op het juiste moment in te zetten en dat dus vooraf in te schatten, al komt in sommige gevallen het juiste moment nooit en zal je het op een verkeerd moment moeten doen.

Handelen, en dan vooral ‘anders’ handelen, leidt ertoe dat je mensen in de weg loopt. Je zou kunnen zeggen dat iedere vorm van anders handelen eigenlijk het inzetten van functioneel conflict is. Functioneel conflict inzetten vraagt met andere woorden niet alleen om praten of om nadenken, maar om handelen. Pas in het handelen komen er consequenties en daarmee conflict.

Uitstellen

In de loop der tijd ben ik alert geworden op de technieken die mensen in interactie inzetten om handelen uit te stellen. Ik vraag me steeds af: hoe helpt wat je nu doet of zegt jou om iets niet aan te gaan, om de consequenties van je handelen uit te stellen waar je bang voor bent of die je nog niet aan wilt gaan? Ook zoek ik uit wat die persoon nodig heeft om wel een stap te zetten. Dat probeer ik dan ook samen met die ander te organiseren.

Als je anders begint te handelen, doorbreek je wat er op dat moment gaande is, en zit je met andere woorden mensen in de weg. Het vergt dus ook dat je het niet erg vindt om mensen in de weg te lopen. Ik vind dat zelf meestal niet erg omdat er bij mij meestal wel ruimte bestaat voor meerdere werkelijkheidsdefinities naast elkaar. Die van mij hoeft niet te winnen. De mijne en die van de ander kunnen naast elkaar bestaan. Ik respecteer, kortom, ook de werkelijkheidsdefinities van anderen, probeer te begrijpen hoe deze zijn geproduceerd en waarom dat ‘logisch’ is in de context waarin betrokkenen zich bevinden. En wellicht overbodig om te zeggen: dat lukt me natuurlijk ook vaak niet en ik vind het ook niet altijd eenvoudig om in de weg te lopen.

Spanning

De spanning die ontstaat als je mensen in de weg loopt doordat je anders handelt, moet je leren verduren. Niet wegwerken, maar verduren. Verduren is een fysieke handeling, waar je je hele lijf bij nodig hebt: voeten stevig op de grond zetten en de aarde onder je voeten voelen; knieën niet op slot zetten; ademen vanuit je buik; schouders, kaken en sluitspier ontspannen. En dan voelen wat er te voelen valt in je lijf. Waar voel je de spanning die er ontstaat? Kun je die spanning in je lijf gewoon waarnemen, zonder deze te veranderen? En kun je bij jezelf waarnemen hoe je de spanning probeert weg te werken? Doe je dat door veel te gaan praten, te lachen, te relativeren, te wiebelen met je lijf, over een ander onderwerp te beginnen, et cetera? Dat moet je dus niet doen. Weerhoud jezelf van het wegwerken van de spanning die je voelt.

Het helpt om je te realiseren dat dat in de weg lopen niet om jou gaat of om de ander. Je beoogt te komen tot functioneel conflicteren om meer perspectieven te genereren en daarmee tot oplossingen te komen die eerder niet bedacht werden. Je staat ’s morgens niet op om – als doel op zich – het mensen lastig te maken. Je kunt de spanning die je voelt ook gebruiken als signaal om nog eens te onderzoeken, nog eens te reflecteren. Welke contexten heb je nog uitgesloten en zou je nog kunnen toevoegen? Natuurlijk zonder dat je stopt met handelen.

‘Zo erg is het ook weer niet’

Zo spreek ik in een opdracht in een ziekenhuis in een groep van medisch specialisten uit wat ze elkaar in de wandelgangen regelmatig vertellen: ze vertrouwen hun vakgroepvoorzitter niet. Niemand heeft dat echter ooit uitgesproken naar de vakgroepvoorzitter zelf. De spanning is om te snijden als ik dit heb uitgesproken. De vakgroepvoorzitter wordt wat bleek om zijn neus. Ik vervolg mijn verhaal door te vertellen dat wie ook de positie van vakgroepvoorzitter zou hebben in de omstandigheden die er nu in dit ziekenhuis zijn, na verloop van tijd niet vertrouwd zou worden. En dat het dus niet ligt aan de persoon, maar aan de condities waaronder de functie vakgroepvoorzitter moet worden bekleed. Ik vraag de medisch specialisten of ze over de momenten willen vertellen, waarop ze hun vertrouwen verloren. En ik vraag de vakgroepvoorzitter om in eerste instantie vooral te luisteren.

Samen zoeken we de verschillende anekdotes heel precies uit. De vakgroepvoorzitter krijgt steeds de gelegenheid om ook zijn kant van het verhaal te vertellen. Gedurende het hele gesprek proberen verschillende medisch specialisten de spanning weg te werken. Er worden relativerende grapjes gemaakt en er wordt zenuwachtig gelachen. Er worden uitspraken gedaan zoals: ‘Nou, het is niet zo dat ik je niet vertrouw, zo erg is het ook weer niet.’ En: ‘Volgens mij heb ik in de gesprekken met Shirine nooit gezegd dat ik je niet vertrouw. Dat zal door anderen gezegd zijn.’ Ik breng de spanning weer terug door aan te geven dat het uiteindelijk niet gaat om wat er wel en niet gezegd is, maar om hoe zij met elkaar bespreken wat zij van elkaar verwachten en hoe zij elkaar aanspreken als die verwachtingen niet waar worden gemaakt. En dat we dat nu met elkaar aan het uitzoeken zijn.

Veel mensen vatten wat ik hier beschrijf samen als: ‘Hard op de inhoud, zacht op de relatie.’ Ik werk, kortom, naar een resultaat toe dat de inhoud van het werk beter maakt. Daarbij neem ik geen genoegen met minder dan wat in de ogen van betrokken vakmensen een geweldig resultaat is. Tegelijkertijd onderzoek ik met mededogen waarom het betrokkenen niet lukt om te handelen om dat geweldige resultaat te verwezenlijken. Wat maakt het ‘logisch’, gezien de context en de gebruikelijke interactiepatronen, dat ze blijven doen wat ze doen? Ik onderzoek ook welke condities er te creëren zijn waarin betrokkenen alsnog hun handelen in lijn kunnen brengen met het resultaat dat ze moeten realiseren.

Functioneel wantrouwen

Hard op de inhoud en op resultaat sturen, is voor mensen meestal acceptabel, omdat je dit niet doet om individuele mensen te schofferen of te beschadigen. Sterker nog, je hebt aandacht voor de ander en zijn of haar manier van betekenis geven in de situatie. Ik maak natuurlijk ook wel mee dat mensen mijn ‘in de weg lopen’ niet acceptabel vinden. Ik probeer dan nieuwsgierig te blijven naar wat voor hen niet acceptabel is. Wat raken ze precies kwijt door mijn handelen? En waarom is dat erg voor hen? Kan ik in de weg blijven lopen en tegelijkertijd ervoor zorgen dat deze mensen niet kwijtraken wat ze niet willen kwijtraken? Of kan ik hen op een andere manier geruststellen, zodat het kwijtraken te overzien is?

Het inzetten van functioneel conflict vraagt dat je steeds opnieuw op zoek gaat naar wat er niet gezegd wordt, welke spelers niet aan tafel zitten, welke belangen verder nog meespelen, wat er op een andere, niet zichtbare plek gebeurt dat ook invloed heeft op wat hier gebeurt, et cetera. Je neemt wat je in het hier-en-nu waarneemt met andere woorden niet als enige mogelijke waarheid. Er zijn altijd meerdere mogelijke waarheden. Ik ben deze houding in de loop der tijd ‘functioneel wantrouwen‘ gaan noemen. Ik heb altijd vertrouwen in de mensen die ik ontmoet en tegelijkertijd wantrouw ik functioneel wat ik waarneem door niet aan te nemen dat dit alles is wat er is. Henk van Dongen sprak over ‘lelijk kijken’.

Functioneel conflict inzetten doe je niet met conflict maken als hoger doel. Je zet functioneel conflict in als er een vraagstuk is en het werk dat in de organisatie moet worden gedaan, niet meer goed kan worden gedaan. De situatie vraagt dan om verschil.

Meer weten?
Lees er meer over in Shirine’s nieuwe boek Conflicteren of ontdek andere blogs en de leergang Interveniëren met Passie en Precisie.

Het oplossen van complexe meervoudige vraagstukken lukt alleen als je daadwerkelijk anders handelt. Ik zie te veel adviseurs, maar ook te veel leidinggevenden die dat handelen uitstellen. Ze vermijden het conflict dat ontstaat als je anders begint te handelen en daarmee verschil maakt. Ze brengen daarmee de oplossing van het complexe meervoudige vraagstuk niet dichterbij, maar zetten het verder vast. Ik kan me dat uitstellen van handelen op zich goed voorstellen. Taal is vaak nog omkeerbaar. Je kunt erop terugkomen of zeggen dat het maar een gedachte of ideetje was. Handelen is onomkeerbaar: het is gedaan en kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Dat maakt het risicovoller dan praten. En natuurlijk is het verstandig om dat handelen op het juiste moment in te zetten en dat dus vooraf in te schatten, al komt in sommige gevallen het juiste moment nooit en zal je het op een verkeerd moment moeten doen.

Handelen, en dan vooral ‘anders’ handelen, leidt ertoe dat je mensen in de weg loopt. Je zou kunnen zeggen dat iedere vorm van anders handelen eigenlijk het inzetten van functioneel conflict is. Functioneel conflict inzetten vraagt met andere woorden niet alleen om praten of om nadenken, maar om handelen. Pas in het handelen komen er consequenties en daarmee conflict.

Uitstellen

In de loop der tijd ben ik alert geworden op de technieken die mensen in interactie inzetten om handelen uit te stellen. Ik vraag me steeds af: hoe helpt wat je nu doet of zegt jou om iets niet aan te gaan, om de consequenties van je handelen uit te stellen waar je bang voor bent of die je nog niet aan wilt gaan? Ook zoek ik uit wat die persoon nodig heeft om wel een stap te zetten. Dat probeer ik dan ook samen met die ander te organiseren.

Als je anders begint te handelen, doorbreek je wat er op dat moment gaande is, en zit je met andere woorden mensen in de weg. Het vergt dus ook dat je het niet erg vindt om mensen in de weg te lopen. Ik vind dat zelf meestal niet erg omdat er bij mij meestal wel ruimte bestaat voor meerdere werkelijkheidsdefinities naast elkaar. Die van mij hoeft niet te winnen. De mijne en die van de ander kunnen naast elkaar bestaan. Ik respecteer, kortom, ook de werkelijkheidsdefinities van anderen, probeer te begrijpen hoe deze zijn geproduceerd en waarom dat ‘logisch’ is in de context waarin betrokkenen zich bevinden. En wellicht overbodig om te zeggen: dat lukt me natuurlijk ook vaak niet en ik vind het ook niet altijd eenvoudig om in de weg te lopen.

Spanning

De spanning die ontstaat als je mensen in de weg loopt doordat je anders handelt, moet je leren verduren. Niet wegwerken, maar verduren. Verduren is een fysieke handeling, waar je je hele lijf bij nodig hebt: voeten stevig op de grond zetten en de aarde onder je voeten voelen; knieën niet op slot zetten; ademen vanuit je buik; schouders, kaken en sluitspier ontspannen. En dan voelen wat er te voelen valt in je lijf. Waar voel je de spanning die er ontstaat? Kun je die spanning in je lijf gewoon waarnemen, zonder deze te veranderen? En kun je bij jezelf waarnemen hoe je de spanning probeert weg te werken? Doe je dat door veel te gaan praten, te lachen, te relativeren, te wiebelen met je lijf, over een ander onderwerp te beginnen, et cetera? Dat moet je dus niet doen. Weerhoud jezelf van het wegwerken van de spanning die je voelt.

Het helpt om je te realiseren dat dat in de weg lopen niet om jou gaat of om de ander. Je beoogt te komen tot functioneel conflicteren om meer perspectieven te genereren en daarmee tot oplossingen te komen die eerder niet bedacht werden. Je staat ’s morgens niet op om – als doel op zich – het mensen lastig te maken. Je kunt de spanning die je voelt ook gebruiken als signaal om nog eens te onderzoeken, nog eens te reflecteren. Welke contexten heb je nog uitgesloten en zou je nog kunnen toevoegen? Natuurlijk zonder dat je stopt met handelen.

‘Zo erg is het ook weer niet’

Zo spreek ik in een opdracht in een ziekenhuis in een groep van medisch specialisten uit wat ze elkaar in de wandelgangen regelmatig vertellen: ze vertrouwen hun vakgroepvoorzitter niet. Niemand heeft dat echter ooit uitgesproken naar de vakgroepvoorzitter zelf. De spanning is om te snijden als ik dit heb uitgesproken. De vakgroepvoorzitter wordt wat bleek om zijn neus. Ik vervolg mijn verhaal door te vertellen dat wie ook de positie van vakgroepvoorzitter zou hebben in de omstandigheden die er nu in dit ziekenhuis zijn, na verloop van tijd niet vertrouwd zou worden. En dat het dus niet ligt aan de persoon, maar aan de condities waaronder de functie vakgroepvoorzitter moet worden bekleed. Ik vraag de medisch specialisten of ze over de momenten willen vertellen, waarop ze hun vertrouwen verloren. En ik vraag de vakgroepvoorzitter om in eerste instantie vooral te luisteren.

Samen zoeken we de verschillende anekdotes heel precies uit. De vakgroepvoorzitter krijgt steeds de gelegenheid om ook zijn kant van het verhaal te vertellen. Gedurende het hele gesprek proberen verschillende medisch specialisten de spanning weg te werken. Er worden relativerende grapjes gemaakt en er wordt zenuwachtig gelachen. Er worden uitspraken gedaan zoals: ‘Nou, het is niet zo dat ik je niet vertrouw, zo erg is het ook weer niet.’ En: ‘Volgens mij heb ik in de gesprekken met Shirine nooit gezegd dat ik je niet vertrouw. Dat zal door anderen gezegd zijn.’ Ik breng de spanning weer terug door aan te geven dat het uiteindelijk niet gaat om wat er wel en niet gezegd is, maar om hoe zij met elkaar bespreken wat zij van elkaar verwachten en hoe zij elkaar aanspreken als die verwachtingen niet waar worden gemaakt. En dat we dat nu met elkaar aan het uitzoeken zijn.

Veel mensen vatten wat ik hier beschrijf samen als: ‘Hard op de inhoud, zacht op de relatie.’ Ik werk, kortom, naar een resultaat toe dat de inhoud van het werk beter maakt. Daarbij neem ik geen genoegen met minder dan wat in de ogen van betrokken vakmensen een geweldig resultaat is. Tegelijkertijd onderzoek ik met mededogen waarom het betrokkenen niet lukt om te handelen om dat geweldige resultaat te verwezenlijken. Wat maakt het ‘logisch’, gezien de context en de gebruikelijke interactiepatronen, dat ze blijven doen wat ze doen? Ik onderzoek ook welke condities er te creëren zijn waarin betrokkenen alsnog hun handelen in lijn kunnen brengen met het resultaat dat ze moeten realiseren.

Functioneel wantrouwen

Hard op de inhoud en op resultaat sturen, is voor mensen meestal acceptabel, omdat je dit niet doet om individuele mensen te schofferen of te beschadigen. Sterker nog, je hebt aandacht voor de ander en zijn of haar manier van betekenis geven in de situatie. Ik maak natuurlijk ook wel mee dat mensen mijn ‘in de weg lopen’ niet acceptabel vinden. Ik probeer dan nieuwsgierig te blijven naar wat voor hen niet acceptabel is. Wat raken ze precies kwijt door mijn handelen? En waarom is dat erg voor hen? Kan ik in de weg blijven lopen en tegelijkertijd ervoor zorgen dat deze mensen niet kwijtraken wat ze niet willen kwijtraken? Of kan ik hen op een andere manier geruststellen, zodat het kwijtraken te overzien is?

Het inzetten van functioneel conflict vraagt dat je steeds opnieuw op zoek gaat naar wat er niet gezegd wordt, welke spelers niet aan tafel zitten, welke belangen verder nog meespelen, wat er op een andere, niet zichtbare plek gebeurt dat ook invloed heeft op wat hier gebeurt, et cetera. Je neemt wat je in het hier-en-nu waarneemt met andere woorden niet als enige mogelijke waarheid. Er zijn altijd meerdere mogelijke waarheden. Ik ben deze houding in de loop der tijd ‘functioneel wantrouwen‘ gaan noemen. Ik heb altijd vertrouwen in de mensen die ik ontmoet en tegelijkertijd wantrouw ik functioneel wat ik waarneem door niet aan te nemen dat dit alles is wat er is. Henk van Dongen sprak over ‘lelijk kijken’.

Functioneel conflict inzetten doe je niet met conflict maken als hoger doel. Je zet functioneel conflict in als er een vraagstuk is en het werk dat in de organisatie moet worden gedaan, niet meer goed kan worden gedaan. De situatie vraagt dan om verschil.

Meer weten?
Lees er meer over in Shirine’s nieuwe boek Conflicteren of ontdek andere blogs en de leergang Interveniëren met Passie en Precisie.