Mail ons

Overzicht

Goed gedijen in complexe systemen: fixen helpt niet

Blogpost 21 Sep 2022

Even iets regelen, oplossen, ergens met een plan en een actie binnenstappen. De klus klaren, de taak doen. Vinkje erbij, streep erdoor. Heerlijk! De neiging om dingen te willen fixen is soms zo groot, terwijl we eigenlijk wel weten dat het (meestal) geen houdbare strategie is. Zowel in relaties, in groepen, wijken en steden, in organisaties en bij maatschappelijke vraagstukken draagt fixen vaak bij aan het erger, groter, taaier en lastiger worden van het issue. “Maak simpele vraagstukken niet complex, en negeer de complexiteit niet,” ofwel: ‘maak complexe vraagstukken niet simpel en andersom’ is een belangrijke regel in ons vak.

Vorige week was dr. Glenda Eoyang, de bron en de ziel van Human Systems Dynamics, HSD,  in Nederland. Bij Sioo verzorgde ze een dag in de Summerschool Systeemdenken in de praktijk, een ‘eigen’ vijfdaagse Summerschool en masterclass rond thriving in complexity. Ik nam deel aan beide en doe bij deze verslag van de input die ik over HSD verzamelde.

De context

We leven in een wereld waar we van crisis naar crisis gaan, en er nu een hele serie verstrengelde crisissen bij elkaar komen. Het volgens Eoyang dus zaak om ons te realiseren dat we niet langer  in een wereld van Finite Games leven maar van Infinite Games, waarin de regels en de spelers niet vast staan, en oneindig zijn. Denk aan de toeslagenaffaire, die regelmatig aan de orde was in deze week. Het ontstaan daarvan lag in de Bulgarenfraude. Dat wilde men nooit meer. En dit was het gevolg. Nog hopeloos verstrikt in de afwikkeling willen we een volgende toeslagenaffaire voorkomen. Maar zelfs de nieuwe inspecteur Bas Snels die ik op ‘AEF live’ zag, twijfelde of dat reëel was. En bovendien is er natuurlijk geen nieuwe toeslagenaffaire maar zal het iets anders zijn waarvan we denken “dat we dat niet gezien hebben…”  Een typisch voorbeeld van een Infinite Game.

Iets fixen past bij een Finite Game. Finite Games sluiten vaak ook beter aan bij de persoonlijke overtuigingen van consultants en managers. “Ik heb de oplossing”, “ik ben hier om de zaak in orde te brengen”. In de wereld van de Infinite Games stappen doet dus ook iets met je professionele identiteit. Maar dat betekent niet dat je ‘uitgespeeld’ bent als adviseur of manager. Sterker nog, je hebt een belangrijke taak in het handelen in de complexiteit. “Find a difference that make a difference”. Over het zoeken naar die verschillen gaat Human Systems Dynamics.

Dan zijn er twee dingen om mee te beginnen. Wat is nu eigenlijk complexiteit, en hoe ontstaan nu die lastige, wicked issues? Maar belangrijker nog; wat kan je doen? Hoe vind je de difference that can make a difference?

Human Systems Dynamics geeft antwoord op die twee vragen én een hele serie modellen en methoden (een model helpt je om iets te zien, een methode helpt je om het te veranderen) om als professional in beweging te blijven in die complexiteit.

Complex Adaptive Systems

Het was niet verwonderlijk dat Eoyang aanwezig was in de summerschool Systeemdenken in de praktijk. HSD put uit het gedachtegoed van veel verschillende soorten systeembenaderingen. Het zijn vooral de HSD practitioners die op basis van het gedachtegoed van veel systeemdenkers hun eigen set modellen en methodes ontwikkelden. De kern van HSD is het gedachtegoed van de CAS, Complex Adaptive Systems.  

Alle systemen, organisaties, communities en groepen zijn een CAS. Dat betekent dat ze bestaan uit ‘agents’, dat kunnen menselijke actoren zijn en allerlei andere dingen, systemen, procedures, verhalen, ruimtes, etc., die met elkaar interacteren. Die interactie is er gewoon, die wordt niet ‘gemanaged’. Soms ook wel, maar ook zonder leider zijn er tal van relaties en interacties.

Patronen en regels

In dat wat er gebeurt, zijn patronen te zien. Een patroon ontstaat in die interactie en wordt “aangestuurd” door wat de regels zijn die de agents hanteren. Die regels staan vaak haaks op wat beoogd wordt in visiestukken of in kernwaarden. Interactie gebaseerd op die set regels maakt dus het patroon, maar het patroon dat ontstaat beïnvloedt op zijn beurt ook weer de interactie. In HSD gaat het dan ook niet over de ‘problemen’ maar over de patronen.

En die interactie, en de patronen die daaruit volgen, zorgen dus voor de complexiteit. Er is een hoge mate van afhankelijkheid en als het een beweegt, beweegt de rest, maar je weet nooit hoe. Issues, problemen, en vragen zijn daarmee bijna altijd Complex. Natuurlijk zijn er ook Simple en Complicated issues in CAS (‘tamme vragen’) en die moet je ook gewoon met beschikbare kennis en methoden aan pakken. Maar de complexe vraagstukken, de Wicked issues, hebben zeker in hedendaagse organisaties en in de samenleving de overhand.  

Wicked issues

Wicked issues hebben:

  • Geen duidelijke oorzaak-gevolgrelaties
  • Het vraagstuk heeft meestal open grenzen, en meerdere lagen
  • Er zijn veel onderdelen en veel stakeholders
  • Er is veel onzekerheid

Er zijn veel oplossingen denkbaar maar niets werkt voor alles.

Soorten complexiteit

Bij het begrip ‘complex’, dat vaak verward wordt met ‘complicated’, om in termen van Dave Snowden te spreken, raken we meestal al een beetje verlamd. HSD onderscheidt daarom vier soorten complexiteit.

  1. Detail Complexity. Er zijn gewoonweg te veel variabelen in het spel! Een mooie metafoor  hier is de Red Queen Complexity. De rode koningin uit Alice in Wonderland die rent en rent om op dezelfde plaats te blijven.
  2. Nonleneair Complexity. Alles heeft met alles te maken. Maar hoe?
  3. Uncertainty Complexity. Er is veel onvoorspelbaarheid en gebrek aan overzicht.
  4. Pattern Complexity. Er is spanning en er zijn taaie onderliggende patronen die het geheel bepalen en die niet makkelijk te veranderen zijn. Er zijn patroonveranderingen nodig.

Elke soort complexiteit heeft een te verkiezen set methoden om ermee om te gaan. Zie de sheet hierboven.

Tot zover

Complexe Adaptieve vragen bestaan dus uit agents die op basis van regels interacteren en daarmee patronen creëren die op hun beurt de agents weer sturen. In (verstrengelde) Complex Adpatieve Systemen ontstaat regelmatig gedoe met een hoge mate van complexiteit: ‘wicked issues’. In HSD focus je niet op “problemen” maar op het  patroon om dat (een beetje) te veranderen. Daartoe helpt het al om te zien in wat voor soort complexiteit je bent beland.  Maar dan? Aan de slag!

Onderliggende principes

HSD werkt op basis van een drietal onderliggende principes, uitgangspunten. In de terminologie van HSD noem je dat ‘Simple Rules’.

  • Blijf in beweging: één van de belangrijks uitgangspunten van HSD is, ‘Do Something, Keep moving’. Het zal niet perfect zijn, dat kan ook niet in een CAS en met een ‘wicked issue’, maar door je actie zie je weer andere dingen en kan je weer een nieuwe actie bepalen.
  • Blijf onderzoeken: Het gaat niet om de antwoorden, maar om de vragen, die helpen je om in beweging te blijven en dus ook om een actie te identificeren die je kunt nemen. Om in de onderzoeksmode te blijven zijn er ook weer vier Simple Rules. Zie de sheet hierboven.
  • Vind een passende oplossing. Een kleine actie waarvan jij (of de actoren in het systeem) denken ‘Yes, dat zou kunnen werken’, dit is ‘nuttig en waarachtig’ en beter dan je suf analyseren. Voorkom om ‘analysis paralysis’ terecht te komen, of zoals we bij Sioo vaak zeggen ‘te sterven in schoonheid’.

What, So What en Now What

In beweging blijven wordt door de drie kernvragen van HSD: ‘What?’, ‘So What?’ en ‘Now What?’ aangejaagd. 

  • What gaat over de vraag; wat gebeurt er nu, wat zien we, wat weten we?
  • So What gaat over de patronen die we daarin zien en de betekenis die we geven aan wat we zien?
  • En de Now What is de best denkbare kleine actie die we kunnen nemen.

Dit gaat continu door. Om te voorkomen dat je als professional zelf een soort Red Queen wordt in je ‘What, So What, Now What-onderzoek’ zijn er nog meer HSD-methoden en -modellen. Zie ook mijn eerdere blog hierover.

Een set en geen aanpak

De talrijke modellen en methodes die deel uit maken van HSD zijn door de professional zelf in wisselende combinaties te gebruiken. Er is geen aanpak, geen voorschrift, ‘doe eerst dit en dan dat’.  Dat past ook niet bij het principe ‘Vind een passende oplossing’. En het is ook niet zo dat je alleen HSD-methoden kunt gebruiken. Iedereen beschikt over (voorkeurs)modellen, -methoden en technieken die ook inpasbaar zijn, zolang ze maar bijdragen aan de simple rules. In de vijfdaagse zagen we lang niet alles wat er beschikbaar is, maar toch al veel. Ik licht er drie uit.

1) CDE (Container Differences Exchange)

Glenda noemt dit zelf een soort abstract metamodel. Elke letter verwijst naar iets. De C staat voor Container. Een container is niet een recursie, een stukje uit een hark of iets dergelijks. Een Container is een deel van het CAS dat zich om iets, een verbindend idee of persoon, maar ook een plek, groepeert. De Container houdt een (stukje) CAS bij elkaar. In een organisatie kan dat dus dwars door de hiërarchie en formele organisatie heen gaan. En er zijn bijna altijd meerdere Containers.

De D staat voor Differences. Als het gaat over de D van Differences gaat het tegelijk ook altijd over de S van Same. Differences zorgen voor spanning, energie, dat er iets mogelijk is. Als er geen verschil is, is er geen spanning en geen energie en implodeert iets. Die meerdere containers hebben zo hun eigen set Sames en Differences. In eerste instantie zijn het trouwens de overeenkomsten, de Sames, die de container maken. “In sameness we connect, in differences we grow”.

De E staat voor Exchange. De uitwisseling. ‘Anything that flows’, en dan gaat het zowel over ‘wat’ als over de kanalen.  

Spelen met de CDE’s, bijvoorbeeld de Container groter of kleiner maken, Exchanges veranderen, zicht krijgen op de Sames en Differences zet condities voor verandering in de patronen. Lees meer over het CDE-model in een eerdere blog.

2) Patronen zien

Er zijn tal van manieren om patronen te gaan zien, goed te observeren en te zien hoe het er blijkbaar aan toe gaat. ‘Wat zijn de manieren in dit systeem?’ is er een van. HSD heeft echter ook een zeer simpele en krachtige zogenaamde ‘Patterns Spotter’. Een set vragen die je zelf, met een team of met een dwarsdoorsnede uit de organisatie kunt beantwoorden.  

  • In general what do I notice….
  • On one hand I see this…., on the other hand I see that…
  • What surprises you….
  • What do you wonder….

Het rijke, al dan niet gedeelde, beeld dat daar uit naar voren komt geeft handvatten voor een volgende actie.

3) Spanningen en dilemma’s

De ‘on one hand… on the other hand…’-vraag verwijst naar spanningen naar dilemma’s. Beide waar en onverenigbaar. Wie herkent ze niet? De gesprekken en gevechten erover in organisaties zijn vaak fel, maar brengen het geheel niet verder. Het omgaan met die spanningen is belangrijk. Dat vraagt om het nemen van besluiten. HSD maakt het graag simpel, zonder de theorie en de complexiteit uit het oog te verliezen, en komt met 4 alternatieve mogelijkheden.

  1. Kies er een en leef met de consequenties. Pragmatisch, simpel en duidelijk.
  2. Onderzoek wat tevoorschijn komt tussen de twee polen; de dialectiek (Hegel). Lastiger en in ons polderende land in organisaties niet erg voor de hand liggend.
  3. Polariteiten managen. Ofwel; zet de voor- en nadelen van de opties op de polen op een rijtje. En kies dan welk voordeel belangrijk is. Als de nadelen gaan overheersen kies je voor de andere optie.
  4. Spanningen balanceren. Dat is dat anders dan polderen. Met elkaar bepaal je waar je nu vooral staat op die schaal tussen de polen en wat de gewenste plek zou zijn. Dan onderzoek je welke actie daaraan kan bijdragen. De ‘Now What’, van deze cyclus.

Waarom deze drie uit de veelheid?

In de summerschool zijn er natuurlijk nog veel meer langsgekomen. Je vindt ze ook op de website van het HSD Institute zodat je naar harte lust kunt rondstruinen in wat daar allemaal te vinden is.  

Wat maakt dan dat ik nu deze drie centraal zet? Simpel. Ik was gewoon een deelnemer, die in de week net als al onze deelnemers in programma’s struggelde en stoeide met de veelheid, het ogenschijnlijke simpele dat toch zo lastig bleek te zijn om toe te passen. Maar wetend dat ik me alleen maar verder kan ontwikkelen door ermee aan de slag te gaan, koos ik voor deze drie. CDE helpt me om op een andere manier naar systeemgrenzen te kijken, niet alleen als grens en systeem in focus en +1 en -1, maar ook integraler naar de ‘dynamics’ in de container. De patronenspotter omdat ik altijd al op zoek ben naar patronen en ik helemaal weg was van deze simpele vragen die rijke antwoorden genereren. En het omgaan met dilemma’s omdat er eigenlijk geen opdracht, vraag of situatie is zonder dillema’s. Met een deel van de groep gaan we verder in het vervolgtraject, en daarin gaat het over de ervaringen met het toepassen. Ik moet dus wel gaan oefenen, en daarvan een dagboek bijhouden.

HSD en Sioo’s visie

Als je Sioo kent dan weet je dat wij niet van de “veranderen doe je zo”-stappenplannen en -methodes zijn. Sterker nog, daar zijn we zelfs een beetje allergisch voor. Meervoudigheid in al zijn facetten is de kern. Passend bij de context, de situatie/vraag en jouzelf als handelend actor, maak je als adviseur en veranderaar steeds een keuze uit alle beschikbare theorie, methoden en technieken. En kan je ook onderbouwen waarom je juist nu voor X kiest, Y doet in plaats van A of B. Ook het HSD-gedachtegoed en de modellen en methoden zijn te integreren in andere manieren van werken. Sterker nog, Glenda stimuleert dat ook, hoezeer zij ook HSD is en leeft en elke actie en handeling die ze doet.

‘Mee op lopen’

Ik vond het heerlijk om, met de bagage, de kennis en de kunde die ik al had, een weekje mee op te lopen met Glenda en haar HSD. Nu starten in het vervolgtraject met verder toepassen in de praktijk  en het integreren met andere bouwstenen van mijn repertoire.

In de langlopende Sioo-programma’s loop je ook een tijdje mee op met ervaren practitioners, niet alleen de docenten en leerbegeleider, maar ook je collega-deelnemers. Ook daarin heb je, net als ik ervaarde, soms een ‘oh nee dit gaat mij nooit lukken…’-angst. Maar de ervaring is nu eenmaal dat leren via oefenen en experimenteren gaat en er dan ineens een moment komt dat je denkt ‘yes… dit lukt me. Ik kan ermee spelen!’

Kom ook een poosje mee op lopen. Start met het verder ontdekken op wiens schouders jij staat en wat jouw methode en ideale mix aan modellen en tools is. Ontdek wat jouw professionele identiteit is, en in welke contexten en bij welke vragen jij je het meest thuis voelt en het verschil kunt maken. 

In de wereld van Infinite Games hebben adviseurs, veranderaars en managers dus een belangrijke rol te vervullen. Ondek Succesvol Verandering Organiseren, Advanced Consulting and Change en De Nieuwe Adviseur zelf. Binnenkort gaan we weer van start.

Even iets regelen, oplossen, ergens met een plan en een actie binnenstappen. De klus klaren, de taak doen. Vinkje erbij, streep erdoor. Heerlijk! De neiging om dingen te willen fixen is soms zo groot, terwijl we eigenlijk wel weten dat het (meestal) geen houdbare strategie is. Zowel in relaties, in groepen, wijken en steden, in organisaties en bij maatschappelijke vraagstukken draagt fixen vaak bij aan het erger, groter, taaier en lastiger worden van het issue. “Maak simpele vraagstukken niet complex, en negeer de complexiteit niet,” ofwel: ‘maak complexe vraagstukken niet simpel en andersom’ is een belangrijke regel in ons vak.

Vorige week was dr. Glenda Eoyang, de bron en de ziel van Human Systems Dynamics, HSD,  in Nederland. Bij Sioo verzorgde ze een dag in de Summerschool Systeemdenken in de praktijk, een ‘eigen’ vijfdaagse Summerschool en masterclass rond thriving in complexity. Ik nam deel aan beide en doe bij deze verslag van de input die ik over HSD verzamelde.

De context

We leven in een wereld waar we van crisis naar crisis gaan, en er nu een hele serie verstrengelde crisissen bij elkaar komen. Het volgens Eoyang dus zaak om ons te realiseren dat we niet langer  in een wereld van Finite Games leven maar van Infinite Games, waarin de regels en de spelers niet vast staan, en oneindig zijn. Denk aan de toeslagenaffaire, die regelmatig aan de orde was in deze week. Het ontstaan daarvan lag in de Bulgarenfraude. Dat wilde men nooit meer. En dit was het gevolg. Nog hopeloos verstrikt in de afwikkeling willen we een volgende toeslagenaffaire voorkomen. Maar zelfs de nieuwe inspecteur Bas Snels die ik op ‘AEF live’ zag, twijfelde of dat reëel was. En bovendien is er natuurlijk geen nieuwe toeslagenaffaire maar zal het iets anders zijn waarvan we denken “dat we dat niet gezien hebben…”  Een typisch voorbeeld van een Infinite Game.

Iets fixen past bij een Finite Game. Finite Games sluiten vaak ook beter aan bij de persoonlijke overtuigingen van consultants en managers. “Ik heb de oplossing”, “ik ben hier om de zaak in orde te brengen”. In de wereld van de Infinite Games stappen doet dus ook iets met je professionele identiteit. Maar dat betekent niet dat je ‘uitgespeeld’ bent als adviseur of manager. Sterker nog, je hebt een belangrijke taak in het handelen in de complexiteit. “Find a difference that make a difference”. Over het zoeken naar die verschillen gaat Human Systems Dynamics.

Dan zijn er twee dingen om mee te beginnen. Wat is nu eigenlijk complexiteit, en hoe ontstaan nu die lastige, wicked issues? Maar belangrijker nog; wat kan je doen? Hoe vind je de difference that can make a difference?

Human Systems Dynamics geeft antwoord op die twee vragen én een hele serie modellen en methoden (een model helpt je om iets te zien, een methode helpt je om het te veranderen) om als professional in beweging te blijven in die complexiteit.

Complex Adaptive Systems

Het was niet verwonderlijk dat Eoyang aanwezig was in de summerschool Systeemdenken in de praktijk. HSD put uit het gedachtegoed van veel verschillende soorten systeembenaderingen. Het zijn vooral de HSD practitioners die op basis van het gedachtegoed van veel systeemdenkers hun eigen set modellen en methodes ontwikkelden. De kern van HSD is het gedachtegoed van de CAS, Complex Adaptive Systems.  

Alle systemen, organisaties, communities en groepen zijn een CAS. Dat betekent dat ze bestaan uit ‘agents’, dat kunnen menselijke actoren zijn en allerlei andere dingen, systemen, procedures, verhalen, ruimtes, etc., die met elkaar interacteren. Die interactie is er gewoon, die wordt niet ‘gemanaged’. Soms ook wel, maar ook zonder leider zijn er tal van relaties en interacties.

Patronen en regels

In dat wat er gebeurt, zijn patronen te zien. Een patroon ontstaat in die interactie en wordt “aangestuurd” door wat de regels zijn die de agents hanteren. Die regels staan vaak haaks op wat beoogd wordt in visiestukken of in kernwaarden. Interactie gebaseerd op die set regels maakt dus het patroon, maar het patroon dat ontstaat beïnvloedt op zijn beurt ook weer de interactie. In HSD gaat het dan ook niet over de ‘problemen’ maar over de patronen.

En die interactie, en de patronen die daaruit volgen, zorgen dus voor de complexiteit. Er is een hoge mate van afhankelijkheid en als het een beweegt, beweegt de rest, maar je weet nooit hoe. Issues, problemen, en vragen zijn daarmee bijna altijd Complex. Natuurlijk zijn er ook Simple en Complicated issues in CAS (‘tamme vragen’) en die moet je ook gewoon met beschikbare kennis en methoden aan pakken. Maar de complexe vraagstukken, de Wicked issues, hebben zeker in hedendaagse organisaties en in de samenleving de overhand.  

Wicked issues

Wicked issues hebben:

  • Geen duidelijke oorzaak-gevolgrelaties
  • Het vraagstuk heeft meestal open grenzen, en meerdere lagen
  • Er zijn veel onderdelen en veel stakeholders
  • Er is veel onzekerheid

Er zijn veel oplossingen denkbaar maar niets werkt voor alles.

Soorten complexiteit

Bij het begrip ‘complex’, dat vaak verward wordt met ‘complicated’, om in termen van Dave Snowden te spreken, raken we meestal al een beetje verlamd. HSD onderscheidt daarom vier soorten complexiteit.

  1. Detail Complexity. Er zijn gewoonweg te veel variabelen in het spel! Een mooie metafoor  hier is de Red Queen Complexity. De rode koningin uit Alice in Wonderland die rent en rent om op dezelfde plaats te blijven.
  2. Nonleneair Complexity. Alles heeft met alles te maken. Maar hoe?
  3. Uncertainty Complexity. Er is veel onvoorspelbaarheid en gebrek aan overzicht.
  4. Pattern Complexity. Er is spanning en er zijn taaie onderliggende patronen die het geheel bepalen en die niet makkelijk te veranderen zijn. Er zijn patroonveranderingen nodig.

Elke soort complexiteit heeft een te verkiezen set methoden om ermee om te gaan. Zie de sheet hierboven.

Tot zover

Complexe Adaptieve vragen bestaan dus uit agents die op basis van regels interacteren en daarmee patronen creëren die op hun beurt de agents weer sturen. In (verstrengelde) Complex Adpatieve Systemen ontstaat regelmatig gedoe met een hoge mate van complexiteit: ‘wicked issues’. In HSD focus je niet op “problemen” maar op het  patroon om dat (een beetje) te veranderen. Daartoe helpt het al om te zien in wat voor soort complexiteit je bent beland.  Maar dan? Aan de slag!

Onderliggende principes

HSD werkt op basis van een drietal onderliggende principes, uitgangspunten. In de terminologie van HSD noem je dat ‘Simple Rules’.

  • Blijf in beweging: één van de belangrijks uitgangspunten van HSD is, ‘Do Something, Keep moving’. Het zal niet perfect zijn, dat kan ook niet in een CAS en met een ‘wicked issue’, maar door je actie zie je weer andere dingen en kan je weer een nieuwe actie bepalen.
  • Blijf onderzoeken: Het gaat niet om de antwoorden, maar om de vragen, die helpen je om in beweging te blijven en dus ook om een actie te identificeren die je kunt nemen. Om in de onderzoeksmode te blijven zijn er ook weer vier Simple Rules. Zie de sheet hierboven.
  • Vind een passende oplossing. Een kleine actie waarvan jij (of de actoren in het systeem) denken ‘Yes, dat zou kunnen werken’, dit is ‘nuttig en waarachtig’ en beter dan je suf analyseren. Voorkom om ‘analysis paralysis’ terecht te komen, of zoals we bij Sioo vaak zeggen ‘te sterven in schoonheid’.

What, So What en Now What

In beweging blijven wordt door de drie kernvragen van HSD: ‘What?’, ‘So What?’ en ‘Now What?’ aangejaagd. 

  • What gaat over de vraag; wat gebeurt er nu, wat zien we, wat weten we?
  • So What gaat over de patronen die we daarin zien en de betekenis die we geven aan wat we zien?
  • En de Now What is de best denkbare kleine actie die we kunnen nemen.

Dit gaat continu door. Om te voorkomen dat je als professional zelf een soort Red Queen wordt in je ‘What, So What, Now What-onderzoek’ zijn er nog meer HSD-methoden en -modellen. Zie ook mijn eerdere blog hierover.

Een set en geen aanpak

De talrijke modellen en methodes die deel uit maken van HSD zijn door de professional zelf in wisselende combinaties te gebruiken. Er is geen aanpak, geen voorschrift, ‘doe eerst dit en dan dat’.  Dat past ook niet bij het principe ‘Vind een passende oplossing’. En het is ook niet zo dat je alleen HSD-methoden kunt gebruiken. Iedereen beschikt over (voorkeurs)modellen, -methoden en technieken die ook inpasbaar zijn, zolang ze maar bijdragen aan de simple rules. In de vijfdaagse zagen we lang niet alles wat er beschikbaar is, maar toch al veel. Ik licht er drie uit.

1) CDE (Container Differences Exchange)

Glenda noemt dit zelf een soort abstract metamodel. Elke letter verwijst naar iets. De C staat voor Container. Een container is niet een recursie, een stukje uit een hark of iets dergelijks. Een Container is een deel van het CAS dat zich om iets, een verbindend idee of persoon, maar ook een plek, groepeert. De Container houdt een (stukje) CAS bij elkaar. In een organisatie kan dat dus dwars door de hiërarchie en formele organisatie heen gaan. En er zijn bijna altijd meerdere Containers.

De D staat voor Differences. Als het gaat over de D van Differences gaat het tegelijk ook altijd over de S van Same. Differences zorgen voor spanning, energie, dat er iets mogelijk is. Als er geen verschil is, is er geen spanning en geen energie en implodeert iets. Die meerdere containers hebben zo hun eigen set Sames en Differences. In eerste instantie zijn het trouwens de overeenkomsten, de Sames, die de container maken. “In sameness we connect, in differences we grow”.

De E staat voor Exchange. De uitwisseling. ‘Anything that flows’, en dan gaat het zowel over ‘wat’ als over de kanalen.  

Spelen met de CDE’s, bijvoorbeeld de Container groter of kleiner maken, Exchanges veranderen, zicht krijgen op de Sames en Differences zet condities voor verandering in de patronen. Lees meer over het CDE-model in een eerdere blog.

2) Patronen zien

Er zijn tal van manieren om patronen te gaan zien, goed te observeren en te zien hoe het er blijkbaar aan toe gaat. ‘Wat zijn de manieren in dit systeem?’ is er een van. HSD heeft echter ook een zeer simpele en krachtige zogenaamde ‘Patterns Spotter’. Een set vragen die je zelf, met een team of met een dwarsdoorsnede uit de organisatie kunt beantwoorden.  

  • In general what do I notice….
  • On one hand I see this…., on the other hand I see that…
  • What surprises you….
  • What do you wonder….

Het rijke, al dan niet gedeelde, beeld dat daar uit naar voren komt geeft handvatten voor een volgende actie.

3) Spanningen en dilemma’s

De ‘on one hand… on the other hand…’-vraag verwijst naar spanningen naar dilemma’s. Beide waar en onverenigbaar. Wie herkent ze niet? De gesprekken en gevechten erover in organisaties zijn vaak fel, maar brengen het geheel niet verder. Het omgaan met die spanningen is belangrijk. Dat vraagt om het nemen van besluiten. HSD maakt het graag simpel, zonder de theorie en de complexiteit uit het oog te verliezen, en komt met 4 alternatieve mogelijkheden.

  1. Kies er een en leef met de consequenties. Pragmatisch, simpel en duidelijk.
  2. Onderzoek wat tevoorschijn komt tussen de twee polen; de dialectiek (Hegel). Lastiger en in ons polderende land in organisaties niet erg voor de hand liggend.
  3. Polariteiten managen. Ofwel; zet de voor- en nadelen van de opties op de polen op een rijtje. En kies dan welk voordeel belangrijk is. Als de nadelen gaan overheersen kies je voor de andere optie.
  4. Spanningen balanceren. Dat is dat anders dan polderen. Met elkaar bepaal je waar je nu vooral staat op die schaal tussen de polen en wat de gewenste plek zou zijn. Dan onderzoek je welke actie daaraan kan bijdragen. De ‘Now What’, van deze cyclus.

Waarom deze drie uit de veelheid?

In de summerschool zijn er natuurlijk nog veel meer langsgekomen. Je vindt ze ook op de website van het HSD Institute zodat je naar harte lust kunt rondstruinen in wat daar allemaal te vinden is.  

Wat maakt dan dat ik nu deze drie centraal zet? Simpel. Ik was gewoon een deelnemer, die in de week net als al onze deelnemers in programma’s struggelde en stoeide met de veelheid, het ogenschijnlijke simpele dat toch zo lastig bleek te zijn om toe te passen. Maar wetend dat ik me alleen maar verder kan ontwikkelen door ermee aan de slag te gaan, koos ik voor deze drie. CDE helpt me om op een andere manier naar systeemgrenzen te kijken, niet alleen als grens en systeem in focus en +1 en -1, maar ook integraler naar de ‘dynamics’ in de container. De patronenspotter omdat ik altijd al op zoek ben naar patronen en ik helemaal weg was van deze simpele vragen die rijke antwoorden genereren. En het omgaan met dilemma’s omdat er eigenlijk geen opdracht, vraag of situatie is zonder dillema’s. Met een deel van de groep gaan we verder in het vervolgtraject, en daarin gaat het over de ervaringen met het toepassen. Ik moet dus wel gaan oefenen, en daarvan een dagboek bijhouden.

HSD en Sioo’s visie

Als je Sioo kent dan weet je dat wij niet van de “veranderen doe je zo”-stappenplannen en -methodes zijn. Sterker nog, daar zijn we zelfs een beetje allergisch voor. Meervoudigheid in al zijn facetten is de kern. Passend bij de context, de situatie/vraag en jouzelf als handelend actor, maak je als adviseur en veranderaar steeds een keuze uit alle beschikbare theorie, methoden en technieken. En kan je ook onderbouwen waarom je juist nu voor X kiest, Y doet in plaats van A of B. Ook het HSD-gedachtegoed en de modellen en methoden zijn te integreren in andere manieren van werken. Sterker nog, Glenda stimuleert dat ook, hoezeer zij ook HSD is en leeft en elke actie en handeling die ze doet.

‘Mee op lopen’

Ik vond het heerlijk om, met de bagage, de kennis en de kunde die ik al had, een weekje mee op te lopen met Glenda en haar HSD. Nu starten in het vervolgtraject met verder toepassen in de praktijk  en het integreren met andere bouwstenen van mijn repertoire.

In de langlopende Sioo-programma’s loop je ook een tijdje mee op met ervaren practitioners, niet alleen de docenten en leerbegeleider, maar ook je collega-deelnemers. Ook daarin heb je, net als ik ervaarde, soms een ‘oh nee dit gaat mij nooit lukken…’-angst. Maar de ervaring is nu eenmaal dat leren via oefenen en experimenteren gaat en er dan ineens een moment komt dat je denkt ‘yes… dit lukt me. Ik kan ermee spelen!’

Kom ook een poosje mee op lopen. Start met het verder ontdekken op wiens schouders jij staat en wat jouw methode en ideale mix aan modellen en tools is. Ontdek wat jouw professionele identiteit is, en in welke contexten en bij welke vragen jij je het meest thuis voelt en het verschil kunt maken. 

In de wereld van Infinite Games hebben adviseurs, veranderaars en managers dus een belangrijke rol te vervullen. Ondek Succesvol Verandering Organiseren, Advanced Consulting and Change en De Nieuwe Adviseur zelf. Binnenkort gaan we weer van start.