Mail ons

Overzicht

High Tech en Andere Touch 2.0

Blogpost 4 Mar 2021

In april 2020 waren we net van de eerste hectische periode van het  synchroon online werken met groepen bekomen en konden we reflecteren op onze ervaring met online samenwerken en leren. Daar deelden we iets van in een eerdere blog. Inmiddels zijn we al weer bijna een jaar verder. Tijd voor deel twee.

Nogmaals terugkijkend valt op dat we de eerste periode met twee zaken bezig waren: de techniek onder de knie krijgen en onze programma’s omzetten van face to face naar online. De dominante vraag daarin was: ‘hoe doe ik dit normaal en wat is daarvan de technologische variant’. Inmiddels zijn we handig geworden in een breed scala aan tools en hebben we in de zomer en het najaar ook hybride gewerkt, met weer nieuwe tools en technologische uitdagingen. Dat deden we in tal van combinaties: de docent en een aantal deelnemers in de zaal en een aantal andere deelnemers thuis, tot alle deelnemers in de zaal en de docent thuis. En ook dat kregen we ‘aan de praat’.

Online iets anders doen

Maar belangrijker nog: we zijn op een volgend niveau gekomen van het denken over online werken in onze context van professionaliseringsprogramma’s aan de ene kant en organisatieontwikkeling aan de andere kant. In een gesprek dat Ard-Pieter de Man en ik hadden met Consultancy.nl. benoemde hij fijntjes de parallel met de automatiseringsslag. “Toen organisaties dertig jaar geleden moesten automatiseren zag je ook dat ze gewoon hun bestaande processen in IT-systemen gingen stoppen. Ja, dat levert niet zo gek veel op.” De winst zit hem in het veranderen en verbeteren van je processen. Dat anders doen hadden we wel al snel op ons netvlies, maar niet vanaf de allereerste minuut, realiseren we ons achteraf. Toen waren we bezig met zo snel mogelijk weer ‘in de lucht’ zijn.

Al werkend en lerend zijn we onze praktijktheorie over online werken aan het door ontwikkelen. Dat doen we met ons netwerk van leermanagers en docenten in ‘SiooLabs’. Elke twee weken organiseren we een bijeenkomst met een ander thema waarin we allemaal leermeester en leerling zijn en we kunnen putten en bouwen op de rijke collectieve ervaringen die we met elkaar hebben. We werken afwisselend aan  het verbreden en verdiepen van (1) onze tools, kennis en vaardigheden, (2) aan didactiek, en (3) aan ons handelings- en interventierepertoire als leerbegeleider, coach of docent. Het zijn drie domeinen die elkaar beïnvloeden.

Flipping the classroom

Zo herontdekten en herwaardeerden we het concept van ‘flipping the classroom’. Alles wat we doen is een combinatie van synchroon en a-synchroon online werken. En het beste halen uit synchroon online werken vraagt om het op meerdere niveaus doordenken van ‘flippen’. Zowel dat van het programma of traject als geheel als op het niveau van de afzonderlijke bijeenkomsten. Op deze manier voorkom je dat je blijft ‘prutsen’ op het niveau van de vraag: ‘hoe krijg ik een bijeenkomst actief’, of ‘hoe voorkom ik zenden’? Er zijn gradaties aan te brengen in de ‘flip’. In een schaal  van:

  • de nadruk op kennisverwerving vooraf  en dan de verwerking in ‘the class’
  • via ook de kennis verwerken en toepassing in ‘the class’
  • naar ook een eerste experiment/toepassing in de praktijk op basis van de vooraf verworven en verwerkte kennis 0mdan de opgedane ervaringen in te brengen in ‘the class’

Goed ‘flippen’ vraagt in het ontwerp van het programma of traject en de bijeenkomsten om het maken van goede opdrachten, in lijn met de visie op leren en ontwikkelen, aantrekkelijke materialen en een slimme verbinding van de ‘flip’ met de synchrone bijeenkomst.

Een gelaagde vraag

We hielden ons uitgebreid bezig met de vraag: hoe bouw je online aan het sociale weefsel en die ‘koffiemomentjes’ die o zo belangrijk zijn. Een gelaagde vraag.

  • De laag van de ideale flow en dynamiek van een bijeenkomst inclusief pauzes
  • De laag van de interactie die noodzakelijk is voor het bouwen aan het sociale weefsel in de groep
  • En de lastigste laag van het niet-planbare en niet te designen maar wel zo noodzakelijke gezamenlijke. Het gezamenlijke in grote groep of juist in kleiner verband, het ‘gepruttel’ dat zoveel leereffect geeft.

Lagen die er alle drie en tegelijk zijn en verschillen in moeilijkheidsgraad, waarbij de een niet zonder de ander bestaat. Waarin het in de eerste laag gaat om ‘het mengpaneel’ in de mix van check-in en -out, zenden, actief online of offline (ver)werken individueel en/of in subgroepen, oogsten. Waarin zoveel mogelijk activiteit bij de deelnemers voor meer overzicht, inzicht en eigenaarschap zorgt. Waar je concentratie kunt bevorderen door camera’s uit te zetten. Waar je sfeer kunt maken door een muziekje aan te zetten, een gedicht voor te (laten) lezen of juist de stilte te waarderen.

Op de tweede laag gaat het om goed contracteren op inhoud, proces en de spelregels; hoe doen wij het hier met elkaar. Het gaat over het goed pakken van de procesrol, vaker checken hoe het gaat en deelnemers uitnodigen tot interveniëren. Maar ook om de rijkheid aan verschillen van opvattingen, meningen en ervaringen op tafel houden. De wereld is niet ineens simpel en zwart-wit geworden, en ook online valt te dealen met ongemak en kan spanning productief gemaakt worden. Benoemen wat je waarneemt of niet waarneemt is altijd het begin, een check, om in gesprek te komen, ook online. Ook online gelden de gebruikelijke regels in het werken met groepen, zoals ‘praat in de ik-vorm’ en ‘denk niet voor anderen’.

Ervarend leren 2.0

Online werken doe je bij voorkeur met zijn tweeën, daar waar je anders misschien alleen zou zijn. Niet alleen voor de techniek maar vooral ook om te kunnen sparren en te checken tussendoor, soms ook privé, maar juist soms ook even samen hardop denken over ‘hoe nu verder’ en daarbij de groep betrekken, samen ‘pruttelen’. En ook de gelegenheid nemen om even 1-op-1 met een van de aanwezigen te werken als dat nodig is, net zoals je soms samen met iemand naar de koffiehoek loopt.

We rekten onze frames over ervarend leren op. In de eerste periode deden we al online rollenspelen, inmiddels hebben we online simulaties waarin het nog steeds om de interactie en de sociale dynamiek gaat en niet om het kraken van de code onder de game zoals bij veel online games. We gebruikten alle zintuigen en het werken met je lijf en het leren met je handen is weer terug in de bijeenkomsten. Door los te komen en meer afstand te nemen van de ‘zoom’ en meer te doen met de directe context waarin de deelnemers zitten of op excursie te gaan naar een andere context.

Vakmanschap, het ambacht, oefen je uit met behulp van gereedschap. Het ontdekken en vaardig worden in het hanteren van gereedschap, tools en technologie, gaat onverminderd door, maar is naar de achtergrond verschoven. Een vakman kiest het gereedschap dat hij of zij nodig heeft voor de aard van de bewerking, het is een middel en geen doel. Voor online werken komt er zeer regelmatig nieuw gereedschap op de markt. Omdat we goed werk willen leveren, verdiepen we ons daar in. Spelen we ermee om te ontdekken wat je ermee kunt. Om vervolgens passend bij wat we beogen aan dynamiek en interactie te kunnen kiezen. En we zijn blij met onze voller wordende gereedschapskist. Mede ook daardoor kunnen we nu dingen die we met ons oude face to face-gereedschap niet konden. Ook dat maakt dat we de vraag ‘hoe zou ik dit normaal doen?’ voorbij is.

Terwijl we nog volop in de lockdown zitten, maken we tijdens de SiooLabs ook al voorzichtig redeneringen over de periode daarna. Wat zijn onze nieuwe rules of thumb om te bepalen om iets online te doen als het ook face to face kan, of andersom? Hoe ziet het nieuwe blended werken eruit? Wat kan er allemaal als we het hybride werken niet zien als next best, want de deelnemers of docent zit in quarantaine, maar als serieuze optie om mee te werken in designs? Daarover binnenkort meer.

Wat zijn de redeneringen jouw organisatie als het aankomt op het inzetten van nieuwe technologie? Wij organiseren er…. hoe kan het ook anders… een online expeditie over! Klik verder en ontdek het programma.

In april 2020 waren we net van de eerste hectische periode van het  synchroon online werken met groepen bekomen en konden we reflecteren op onze ervaring met online samenwerken en leren. Daar deelden we iets van in een eerdere blog. Inmiddels zijn we al weer bijna een jaar verder. Tijd voor deel twee.

Nogmaals terugkijkend valt op dat we de eerste periode met twee zaken bezig waren: de techniek onder de knie krijgen en onze programma’s omzetten van face to face naar online. De dominante vraag daarin was: ‘hoe doe ik dit normaal en wat is daarvan de technologische variant’. Inmiddels zijn we handig geworden in een breed scala aan tools en hebben we in de zomer en het najaar ook hybride gewerkt, met weer nieuwe tools en technologische uitdagingen. Dat deden we in tal van combinaties: de docent en een aantal deelnemers in de zaal en een aantal andere deelnemers thuis, tot alle deelnemers in de zaal en de docent thuis. En ook dat kregen we ‘aan de praat’.

Online iets anders doen

Maar belangrijker nog: we zijn op een volgend niveau gekomen van het denken over online werken in onze context van professionaliseringsprogramma’s aan de ene kant en organisatieontwikkeling aan de andere kant. In een gesprek dat Ard-Pieter de Man en ik hadden met Consultancy.nl. benoemde hij fijntjes de parallel met de automatiseringsslag. “Toen organisaties dertig jaar geleden moesten automatiseren zag je ook dat ze gewoon hun bestaande processen in IT-systemen gingen stoppen. Ja, dat levert niet zo gek veel op.” De winst zit hem in het veranderen en verbeteren van je processen. Dat anders doen hadden we wel al snel op ons netvlies, maar niet vanaf de allereerste minuut, realiseren we ons achteraf. Toen waren we bezig met zo snel mogelijk weer ‘in de lucht’ zijn.

Al werkend en lerend zijn we onze praktijktheorie over online werken aan het door ontwikkelen. Dat doen we met ons netwerk van leermanagers en docenten in ‘SiooLabs’. Elke twee weken organiseren we een bijeenkomst met een ander thema waarin we allemaal leermeester en leerling zijn en we kunnen putten en bouwen op de rijke collectieve ervaringen die we met elkaar hebben. We werken afwisselend aan  het verbreden en verdiepen van (1) onze tools, kennis en vaardigheden, (2) aan didactiek, en (3) aan ons handelings- en interventierepertoire als leerbegeleider, coach of docent. Het zijn drie domeinen die elkaar beïnvloeden.

Flipping the classroom

Zo herontdekten en herwaardeerden we het concept van ‘flipping the classroom’. Alles wat we doen is een combinatie van synchroon en a-synchroon online werken. En het beste halen uit synchroon online werken vraagt om het op meerdere niveaus doordenken van ‘flippen’. Zowel dat van het programma of traject als geheel als op het niveau van de afzonderlijke bijeenkomsten. Op deze manier voorkom je dat je blijft ‘prutsen’ op het niveau van de vraag: ‘hoe krijg ik een bijeenkomst actief’, of ‘hoe voorkom ik zenden’? Er zijn gradaties aan te brengen in de ‘flip’. In een schaal  van:

  • de nadruk op kennisverwerving vooraf  en dan de verwerking in ‘the class’
  • via ook de kennis verwerken en toepassing in ‘the class’
  • naar ook een eerste experiment/toepassing in de praktijk op basis van de vooraf verworven en verwerkte kennis 0mdan de opgedane ervaringen in te brengen in ‘the class’

Goed ‘flippen’ vraagt in het ontwerp van het programma of traject en de bijeenkomsten om het maken van goede opdrachten, in lijn met de visie op leren en ontwikkelen, aantrekkelijke materialen en een slimme verbinding van de ‘flip’ met de synchrone bijeenkomst.

Een gelaagde vraag

We hielden ons uitgebreid bezig met de vraag: hoe bouw je online aan het sociale weefsel en die ‘koffiemomentjes’ die o zo belangrijk zijn. Een gelaagde vraag.

  • De laag van de ideale flow en dynamiek van een bijeenkomst inclusief pauzes
  • De laag van de interactie die noodzakelijk is voor het bouwen aan het sociale weefsel in de groep
  • En de lastigste laag van het niet-planbare en niet te designen maar wel zo noodzakelijke gezamenlijke. Het gezamenlijke in grote groep of juist in kleiner verband, het ‘gepruttel’ dat zoveel leereffect geeft.

Lagen die er alle drie en tegelijk zijn en verschillen in moeilijkheidsgraad, waarbij de een niet zonder de ander bestaat. Waarin het in de eerste laag gaat om ‘het mengpaneel’ in de mix van check-in en -out, zenden, actief online of offline (ver)werken individueel en/of in subgroepen, oogsten. Waarin zoveel mogelijk activiteit bij de deelnemers voor meer overzicht, inzicht en eigenaarschap zorgt. Waar je concentratie kunt bevorderen door camera’s uit te zetten. Waar je sfeer kunt maken door een muziekje aan te zetten, een gedicht voor te (laten) lezen of juist de stilte te waarderen.

Op de tweede laag gaat het om goed contracteren op inhoud, proces en de spelregels; hoe doen wij het hier met elkaar. Het gaat over het goed pakken van de procesrol, vaker checken hoe het gaat en deelnemers uitnodigen tot interveniëren. Maar ook om de rijkheid aan verschillen van opvattingen, meningen en ervaringen op tafel houden. De wereld is niet ineens simpel en zwart-wit geworden, en ook online valt te dealen met ongemak en kan spanning productief gemaakt worden. Benoemen wat je waarneemt of niet waarneemt is altijd het begin, een check, om in gesprek te komen, ook online. Ook online gelden de gebruikelijke regels in het werken met groepen, zoals ‘praat in de ik-vorm’ en ‘denk niet voor anderen’.

Ervarend leren 2.0

Online werken doe je bij voorkeur met zijn tweeën, daar waar je anders misschien alleen zou zijn. Niet alleen voor de techniek maar vooral ook om te kunnen sparren en te checken tussendoor, soms ook privé, maar juist soms ook even samen hardop denken over ‘hoe nu verder’ en daarbij de groep betrekken, samen ‘pruttelen’. En ook de gelegenheid nemen om even 1-op-1 met een van de aanwezigen te werken als dat nodig is, net zoals je soms samen met iemand naar de koffiehoek loopt.

We rekten onze frames over ervarend leren op. In de eerste periode deden we al online rollenspelen, inmiddels hebben we online simulaties waarin het nog steeds om de interactie en de sociale dynamiek gaat en niet om het kraken van de code onder de game zoals bij veel online games. We gebruikten alle zintuigen en het werken met je lijf en het leren met je handen is weer terug in de bijeenkomsten. Door los te komen en meer afstand te nemen van de ‘zoom’ en meer te doen met de directe context waarin de deelnemers zitten of op excursie te gaan naar een andere context.

Vakmanschap, het ambacht, oefen je uit met behulp van gereedschap. Het ontdekken en vaardig worden in het hanteren van gereedschap, tools en technologie, gaat onverminderd door, maar is naar de achtergrond verschoven. Een vakman kiest het gereedschap dat hij of zij nodig heeft voor de aard van de bewerking, het is een middel en geen doel. Voor online werken komt er zeer regelmatig nieuw gereedschap op de markt. Omdat we goed werk willen leveren, verdiepen we ons daar in. Spelen we ermee om te ontdekken wat je ermee kunt. Om vervolgens passend bij wat we beogen aan dynamiek en interactie te kunnen kiezen. En we zijn blij met onze voller wordende gereedschapskist. Mede ook daardoor kunnen we nu dingen die we met ons oude face to face-gereedschap niet konden. Ook dat maakt dat we de vraag ‘hoe zou ik dit normaal doen?’ voorbij is.

Terwijl we nog volop in de lockdown zitten, maken we tijdens de SiooLabs ook al voorzichtig redeneringen over de periode daarna. Wat zijn onze nieuwe rules of thumb om te bepalen om iets online te doen als het ook face to face kan, of andersom? Hoe ziet het nieuwe blended werken eruit? Wat kan er allemaal als we het hybride werken niet zien als next best, want de deelnemers of docent zit in quarantaine, maar als serieuze optie om mee te werken in designs? Daarover binnenkort meer.

Wat zijn de redeneringen jouw organisatie als het aankomt op het inzetten van nieuwe technologie? Wij organiseren er…. hoe kan het ook anders… een online expeditie over! Klik verder en ontdek het programma.