Mail ons

Overzicht

'Blues for Johan', of hoe je de ziel van de organisatie laat klinken

Blog 22 Aug 2018

Consultants en veranderaars in het Sioo-programma CP&C werken aan hun rol in en bij (organisatie)verandering. Dat gaat verder dan alleen het delen van kennis of aantoonbaar rendement. Ze nemen een positie in het maatschappelijk debat en maken dat ook zichtbaar. In deze blogpost reflecteert alumnus Hans Verschraagen op de ziel van organisaties en hoe we die bespreekbaar maken.

De ziel is niet…” is de openingszin van Adriaan Bekman van de theatervoorstelling ‘De taal van de Ziel’ die we tussen 2010 en 2015 in een aantal landen in Europa en Zuid-Amerika hebben opgevoerd. In Adriaans redenering verschijnt en verdwijnt de ziel telkens als we in interactie met elkaar zijn. Daarom is juist een organisatie de mooiste verschijningsvorm van de ziel. ‘Een georganiseerde ziel’ die ontstaat waar mensen elkaar tegenkomen in het werk. De vraag is nu: hoe kunnen we het daar nu met elkaar over hebben?

 

“De organisatie is de mooiste verschijningsvorm van de ziel.
‘Een georganiseerde ziel’ die ontstaat waar mensen elkaar tegenkomen in het werk.”

 

Een paar jaar geleden verzorgde ik een serie workshops voor een woningbouwcorporatie. Deze organisatie had net een hoop malheur meegemaakt. Er was een nieuw bestuur gekomen dat een aantal vervelende maatregelen moest nemen, waaronder het ontslag van 25% van de medewerkers. Een tragedie voor de vertrekkende medewerkers, maar zeker ook voor de achterblijvers. Een organisatie met een verziekt huishoudboekje, een besmette biografie en  een beschadigde ziel.. Het nieuwe bestuur vroeg zich af: hoe krijgen we hier ooit weer een gevoel van verbinding?

Verhalen van verbinding

In de workshops ging ik met een dwarsdoorsnede van de organisatie aan het werk. We hadden afgesproken dat we op zoek zouden gaan naar de verhalen van de organisatie. Maar ook dat ik die verhalen samen met twee collega muzikanten zou laten ‘klinken’ in hun essentie. Ik had een gitarist en percussionist meegenomen. Ik begeleidde de bijeenkomst speelde daarnaast basgitaar. Het werd een memorabele ervaring, waar het ‘gevoel van verbinding’ toch in elk geval in het moment gevat werd.

 

“Het nieuwe bestuur vroeg zich af: hoe krijgen we hier ooit weer een gevoel van verbinding?”

We zijn aan de hand van een aantal simpele vragen met elkaar in gesprek gegaan.

Wanneer dacht ik:

  • …“Vandaag heb ik een ‘top dag’ gehad!”
  • …“Het was maar goed dat ik er vandaag was…”
  • …”Vandaag heb ik echt een bijdrage geleverd!”
  • …”Dit hebben we met elkaar goed gedaan!”
  • …”Deze werkdag zal ik niet snel vergeten!”

 

Er kwam een stortbui van verhalen los, waarin het veel ging over wat de klant allemaal meemaakt en oploopt, maar ook verhalen over loyaliteit, schuldgevoel  en onzekerheid. Onderhoudsmedewerker Johan had wel een verhaal over de klant. Johan  rijdt samen met een collega rond om acute onderhoudsproblemen als lekkages en dergelijke problemen te verhelpen: “Kom ik daar bij die mevrouw en terwijl ik haar dak repareer zegt ze: “Nu u er toch bent, wilt u niet eens kijken naar mijn keuken, want er is ook iets met mijn dakgoot…”. Ik kijken en ik zie meteen wat er loos is. Zou ik zo kunnen verhelpen maar ik mag maar een half uur bij die mevrouw blijven. Dit werk kost me een extra half uurtje erbij. Maar dat mag niet meer, dus moet ik die mevrouw maar laten. Dat doet me echt verdriet!”

Tijd om te laten klinken

Het werd tijd om het eens te laten klinken. Vandaar dat ik – en plein public – met mijn medemuzikanten overlegde hoe we het verhaal van Johan ging spelen. Iedereen mocht meedenken over de vorm, maar Johan was hier in de lead. We hadden het over de vreugde die Johan voelt om die mevrouw te helpen; over zijn chagrijn om haar in de steek te laten; maar ook over zijn loyaliteit naar de voorschriften. En zeker ook over de kwelling die hij kon voelen als hij erover nadacht waarom hij er nog wel werkte maar zijn ontslagen maatje niet meer.

 

“Blues is die magische muziekvorm die  droefenis en
vreugde in twaalf maten naast elkaar kan leggen.”

 

Zo kwam de hele ‘blues’ van het verhaal naar voren. En dat wilden we dus ook spelen. Want blues is die magische muziekvorm die  droefenis en vreugde in twaalf maten naast elkaar kan leggen. Dat Johan bovendien een groot liefhebber van bluesmuziek was dan ook geen toeval. Zo tikten wij in voor de ‘Blues for Johan’. Johan zat gespannen op zijn stoel –  zijn getatoeëerde armen stevig over elkaar, wachtend op wat komen ging. Zijn baard omlaag hangend op zijn gevouwen armen, zodat hij geen enkele noot zou missen.

Als muzikanten hadden wij geen betere aanblik kunnen hebben om geïnspireerd te spelen.  Ik heb er helaas geen opname van (*), maar Johan zat er nadien verguld bij. De baard opgericht en zijn gezicht bevroren in een onverwoestbare glimlach. Wij hadden zijn verhaal gespeeld. Zijn eigen verhaal. Maar ook het verhaal van zijn organisatie. Een verhaal waar een medewerker eens temeer duidelijk krijgt dat werk niet leuk is als je geen bijdrage kunt leveren. Als het eerder gaat om de primaire behoeften dan om de zingeving. Want dat je werk zin heeft, dat is voor Johan heel belangrijk.

Daarna speelden we nog een heleboel andere verhalen; elk met een op het verhaal toegesneden muzikaal jargon. Soms ging het over de zin van het werk, maar ook over de gemeenschap die door het massa ontslag zo hard getroffen was. Of over de worsteling met de keuzes die je in de nieuwe organisatie moest maken. En zo toverden we langzaam maar zeker de ziel van de organisatie tevoorschijn.

Wat deze ervaring mij leert

  1. Dat het helemaal niet zo moeilijk is om te achterhalen waaruit de ziel van de organisatie bestaat. Een open vraag als: ‘wanneer heb jij hier een topdag gehad? ‘ en die dan afpellen geeft je al een heleboel informatie.
  2. Het werkt louterend om de verhalen die de organisatie in essentie laten verschijnen aandacht te geven. Te laten klinken. Laten zien. In dialoog te brengen. De ziel verschijnt.
  3. Muziek, theater en andere kunstvormen helpen om het verhaal van de ziel te laten verschijnen en de dialoog erover te voeden.

Ik merkte toen ik thuis kwam dat ik eigenlijk zelf ook een topdag had gehad toen ik vertelde over die onverwoestbare glimlach van Johan, die wij op zijn gezicht hadden getoverd toen we zijn verhaal hadden gespeeld. (*)Om je toch deelgenoot te kunnen maken van het soort muziek, kun je hier een bluesnummer uit mijn tweede theaterprogramma ‘Het Jaar van de Ziel’ luisteren. Het heet ‘Allerheiligen/ allerzielen’(Blues for George).

 

Heeft Hans je geïnspireerd? Deel dit artikel via de social icons rechts op jouw kanalen en deel je eigen ervaringen. Wil jij ook aan het denken worden gezet over deze onderwerpen? Ontdek het CP&C-programma en lees meer op onze blog. Lees bijvoorbeeld: ‘De Veranderversneller zet aan het denken 

Consultants en veranderaars in het Sioo-programma CP&C werken aan hun rol in en bij (organisatie)verandering. Dat gaat verder dan alleen het delen van kennis of aantoonbaar rendement. Ze nemen een positie in het maatschappelijk debat en maken dat ook zichtbaar. In deze blogpost reflecteert alumnus Hans Verschraagen op de ziel van organisaties en hoe we die bespreekbaar maken.

De ziel is niet…” is de openingszin van Adriaan Bekman van de theatervoorstelling ‘De taal van de Ziel’ die we tussen 2010 en 2015 in een aantal landen in Europa en Zuid-Amerika hebben opgevoerd. In Adriaans redenering verschijnt en verdwijnt de ziel telkens als we in interactie met elkaar zijn. Daarom is juist een organisatie de mooiste verschijningsvorm van de ziel. ‘Een georganiseerde ziel’ die ontstaat waar mensen elkaar tegenkomen in het werk. De vraag is nu: hoe kunnen we het daar nu met elkaar over hebben?

 

“De organisatie is de mooiste verschijningsvorm van de ziel.
‘Een georganiseerde ziel’ die ontstaat waar mensen elkaar tegenkomen in het werk.”

 

Een paar jaar geleden verzorgde ik een serie workshops voor een woningbouwcorporatie. Deze organisatie had net een hoop malheur meegemaakt. Er was een nieuw bestuur gekomen dat een aantal vervelende maatregelen moest nemen, waaronder het ontslag van 25% van de medewerkers. Een tragedie voor de vertrekkende medewerkers, maar zeker ook voor de achterblijvers. Een organisatie met een verziekt huishoudboekje, een besmette biografie en  een beschadigde ziel.. Het nieuwe bestuur vroeg zich af: hoe krijgen we hier ooit weer een gevoel van verbinding?

Verhalen van verbinding

In de workshops ging ik met een dwarsdoorsnede van de organisatie aan het werk. We hadden afgesproken dat we op zoek zouden gaan naar de verhalen van de organisatie. Maar ook dat ik die verhalen samen met twee collega muzikanten zou laten ‘klinken’ in hun essentie. Ik had een gitarist en percussionist meegenomen. Ik begeleidde de bijeenkomst speelde daarnaast basgitaar. Het werd een memorabele ervaring, waar het ‘gevoel van verbinding’ toch in elk geval in het moment gevat werd.

 

“Het nieuwe bestuur vroeg zich af: hoe krijgen we hier ooit weer een gevoel van verbinding?”

We zijn aan de hand van een aantal simpele vragen met elkaar in gesprek gegaan.

Wanneer dacht ik:

  • …“Vandaag heb ik een ‘top dag’ gehad!”
  • …“Het was maar goed dat ik er vandaag was…”
  • …”Vandaag heb ik echt een bijdrage geleverd!”
  • …”Dit hebben we met elkaar goed gedaan!”
  • …”Deze werkdag zal ik niet snel vergeten!”

 

Er kwam een stortbui van verhalen los, waarin het veel ging over wat de klant allemaal meemaakt en oploopt, maar ook verhalen over loyaliteit, schuldgevoel  en onzekerheid. Onderhoudsmedewerker Johan had wel een verhaal over de klant. Johan  rijdt samen met een collega rond om acute onderhoudsproblemen als lekkages en dergelijke problemen te verhelpen: “Kom ik daar bij die mevrouw en terwijl ik haar dak repareer zegt ze: “Nu u er toch bent, wilt u niet eens kijken naar mijn keuken, want er is ook iets met mijn dakgoot…”. Ik kijken en ik zie meteen wat er loos is. Zou ik zo kunnen verhelpen maar ik mag maar een half uur bij die mevrouw blijven. Dit werk kost me een extra half uurtje erbij. Maar dat mag niet meer, dus moet ik die mevrouw maar laten. Dat doet me echt verdriet!”

Tijd om te laten klinken

Het werd tijd om het eens te laten klinken. Vandaar dat ik – en plein public – met mijn medemuzikanten overlegde hoe we het verhaal van Johan ging spelen. Iedereen mocht meedenken over de vorm, maar Johan was hier in de lead. We hadden het over de vreugde die Johan voelt om die mevrouw te helpen; over zijn chagrijn om haar in de steek te laten; maar ook over zijn loyaliteit naar de voorschriften. En zeker ook over de kwelling die hij kon voelen als hij erover nadacht waarom hij er nog wel werkte maar zijn ontslagen maatje niet meer.

 

“Blues is die magische muziekvorm die  droefenis en
vreugde in twaalf maten naast elkaar kan leggen.”

 

Zo kwam de hele ‘blues’ van het verhaal naar voren. En dat wilden we dus ook spelen. Want blues is die magische muziekvorm die  droefenis en vreugde in twaalf maten naast elkaar kan leggen. Dat Johan bovendien een groot liefhebber van bluesmuziek was dan ook geen toeval. Zo tikten wij in voor de ‘Blues for Johan’. Johan zat gespannen op zijn stoel –  zijn getatoeëerde armen stevig over elkaar, wachtend op wat komen ging. Zijn baard omlaag hangend op zijn gevouwen armen, zodat hij geen enkele noot zou missen.

Als muzikanten hadden wij geen betere aanblik kunnen hebben om geïnspireerd te spelen.  Ik heb er helaas geen opname van (*), maar Johan zat er nadien verguld bij. De baard opgericht en zijn gezicht bevroren in een onverwoestbare glimlach. Wij hadden zijn verhaal gespeeld. Zijn eigen verhaal. Maar ook het verhaal van zijn organisatie. Een verhaal waar een medewerker eens temeer duidelijk krijgt dat werk niet leuk is als je geen bijdrage kunt leveren. Als het eerder gaat om de primaire behoeften dan om de zingeving. Want dat je werk zin heeft, dat is voor Johan heel belangrijk.

Daarna speelden we nog een heleboel andere verhalen; elk met een op het verhaal toegesneden muzikaal jargon. Soms ging het over de zin van het werk, maar ook over de gemeenschap die door het massa ontslag zo hard getroffen was. Of over de worsteling met de keuzes die je in de nieuwe organisatie moest maken. En zo toverden we langzaam maar zeker de ziel van de organisatie tevoorschijn.

Wat deze ervaring mij leert

  1. Dat het helemaal niet zo moeilijk is om te achterhalen waaruit de ziel van de organisatie bestaat. Een open vraag als: ‘wanneer heb jij hier een topdag gehad? ‘ en die dan afpellen geeft je al een heleboel informatie.
  2. Het werkt louterend om de verhalen die de organisatie in essentie laten verschijnen aandacht te geven. Te laten klinken. Laten zien. In dialoog te brengen. De ziel verschijnt.
  3. Muziek, theater en andere kunstvormen helpen om het verhaal van de ziel te laten verschijnen en de dialoog erover te voeden.

Ik merkte toen ik thuis kwam dat ik eigenlijk zelf ook een topdag had gehad toen ik vertelde over die onverwoestbare glimlach van Johan, die wij op zijn gezicht hadden getoverd toen we zijn verhaal hadden gespeeld. (*)Om je toch deelgenoot te kunnen maken van het soort muziek, kun je hier een bluesnummer uit mijn tweede theaterprogramma ‘Het Jaar van de Ziel’ luisteren. Het heet ‘Allerheiligen/ allerzielen’(Blues for George).

 

Heeft Hans je geïnspireerd? Deel dit artikel via de social icons rechts op jouw kanalen en deel je eigen ervaringen. Wil jij ook aan het denken worden gezet over deze onderwerpen? Ontdek het CP&C-programma en lees meer op onze blog. Lees bijvoorbeeld: ‘De Veranderversneller zet aan het denken