Mail ons

Overzicht

Hoe vogels vliegen of hoe mensen veranderen: actieonderzoek in crisistijd

Blogpost 9 Jul 2020

Eind mei schreef ik samen met collega-docent Tim Stevens een blog over de verschillende manieren waarop je naar de Corona-crisis kunt kijken. We zaten er toen middenin, ikzelf in Frankrijk. Of was het al een beetje op zijn retour? Of stonden we juist pas aan het begin? Wie zal het zeggen. Toen Macron het land dicht deed en we ons allemaal terugtrokken binnen onze per app bepaalde actieradius van 1 km rondom het huis, hadden we allemaal dezelfde gemeenschappelijke vijand, die we konden bestrijden door thuis te blijven en elkaar niet aan te raken. Dat gaf houvast. “Als ik me nou goed aan die regels houd, dan draag ik bij aan de bestrijding van dat onzichtbare kwaad. Dan verspreid ik geen virus (voor de altruïsten) en word ik niet ziek (voor de egoïsten).”

Daarna werd het interessant. Sommigen zeiden: “Maar, die ziekte kwam niet.” Waarmee ze leken aan te willen geven dat al die maatregelen wellicht een tikkeltje overdreven waren. Anderen zeiden juist: “En, die ziekte kwam niet.” Waarmee ze wellicht duidden op de legitimiteit van die maatregelen. Na de eerste schrik kwam er weer meer ruimte voor eigen opvattingen.

Systemen bewaken hun eigen balans, uit lijfsbehoud

Het beeld van die boom vol vogels dringt zich op. Als je een kanon afschiet vliegen alle vogels op. En als daarna de rust weerkeert keren de vogels weer terug in de boom. Het zou best zo kunnen zijn dat dat een ‘nieuw normaal’ is, maar van enige afstand beschouwd zitten alle vogels weer gewoon in de boom. Het kanon was een forse interventie, de impact van die interventie was groot, maar na verloop van tijd was alles weer als voorheen en leek er niks veranderd.

Als we er systemisch naar kijken zien we in dit voorbeeld een van de belangrijkste kenmerken van systemen: het zorgen voor hun eigen balans. Een systeem dat uit balans is, en er niet in slaagt de balans te herstellen, gaat na verloop van tijd kapot. Een vliegwiel (als voorbeeld van een technisch, ontworpen systeem) dat niet gebalanceerd is, zal na enige tijd kapot trillen. Het vliegwiel kan zijn eigen balans niet herstellen. De as waaraan het bevestigd is bezwijkt, de lagers gaan kapot. Een ecosysteem dat uit balans is en niet in staat is om de balans te herstellen is hetzelfde lot beschoren. Een ecosysteem herstelt langzaam, bijna een evolutionair proces. Als dat voortdurend weer in onbalans wordt gebracht, bijvoorbeeld door natuurrampen of menselijk handelen, zal het op een dag bezwijken.

En zo zijn ook sociale systemen die erin slagen om min of meer in balans te blijven in staat te overleven op de langere termijn. Lang geleden, nog voor de ontdekkingsreizigers, waren er stammen op Vuurland die leefden van de visserij. Ze vingen schaal- en schelpdieren om op te eten, en als de vangst terugliep trokken ze weer verder. En lieten de schalen van de laatst gevangen dieren liggen, zodat de stam die na hen kwam wist waarop ze niet moesten vissen. En dat ging zo eeuwen goed. Totdat de ontdekkingsreizigers kwamen. Hiermee hebben we een systemische verklaring voor de moeilijkheid van duurzame verandering in sociale systemen: systemen zijn gehecht aan hun balans, en zullen deze trachten te behouden of te herstellen, gewoonweg omdat dat nodig is, uit lijfsbehoud en om levensvatbaar te blijven (Stafford Beer, die we al eerder aanhaalden, heeft het over viable systems).

Een postmoderne en een sociaal-constructivistische kijk op verandering?

Het kanon in het voorbeeld met de boom kun je zien als een interventie die gestoeld is op post-modern denken. Je brengt een systeem uit balans om vervolgens te kunnen onderzoeken hoe het daarop reageert. Niet per se met een doelgerichte intentie tot veranderen in een specifieke richting of met een vooraf helder resultaat, maar slechts met de intentie om beweging te veroorzaken en het verloop daarna te kunnen onderzoeken. Als je wil dat het systeem niet terugkomt in zijn oude balans, is het zaak om dat onmogelijk te maken. Na het afschieten van het kanon en het opvliegen van de vogels haal je de boom weg. Dan komen ze er zeker niet meer in terug. Klinkt wat rigoureus, maar met bepaalde veranderingsprocessen doen we het wel zo. Als we overgaan op een nieuw IT-systeem gebeurt zoiets: het nieuwe systeem wordt geïntroduceerd, draait een tijdje naast het oude, en op een dag gaat de stekker uit het oude systeem. Voor allerlei gewenste veranderingen in een vooraf bepaalde richting zou dit best een prima aanpak kunnen zijn.

Lastiger wordt het als er een gedragscomponent bij komt. Als we willen dat mensen beter gaan samenwerken, of op een andere manier, of hun werkprocessen aanpassen, of beter omgaan met veranderingen in de omgeving. Je zou willen dat je na het afschieten van het kanon de wereld snel kon veranderen zodat mensen ‘ontwaken’ in de nieuwe werkelijkheid. En dat dan het nieuwe normaal daar is. Bij iets ernstigs als een levensbedreigende pandemische ziekte zou dat wellicht nog lukken, maar bij veel andere, minder ingrijpende veranderingen wordt het lastig. Dan krijgen we te maken met opvattingen, vermoedens, angst, blokvorming, afhankelijkheid of juist tegenafhankelijkheid, kop-in-het-zand. Dan wordt het belangrijk om mensen te betrekken bij het toewerken naar de nieuwe situatie. En komt er ander jargon: eigenaarschap, co-creatie, inspraak, de opvatting van de minderheid. Dan zijn we niet meer bezig om onze weg te vinden in een door anderen gecreëerd nieuw normaal, maar zijn we het zelf aan het uitvinden. Werkende weg, met vallen en opstaan.

Actieonderzoek als verandermethodologie zonder weerstand

Voor dat ‘werkende weg-veranderen’ bestaat een aanpak, die enkele decennia geleden nogal populair was, destijds ook in nogal activistische kringen, en die de laatste jaren weer meer en meer in de belangstelling staat: actieonderzoek. Een combinatie van onderzoeken en actie ondernemen in een cyclisch proces. Mensen komen bij elkaar in het kader van een actueel vraagstuk dat hen bezighoudt, waarmee ze zich geconfronteerd zien.

In een vraagstuk dat speelt onderzoeken de direct betrokkenen met elkaar de actuele ervaringen, onderzoeken ze in dialoog de verschillende beelden die mensen nu eenmaal hebben van de situatie (want: ervaringen zijn individueel), onderzoeken ze de verschillen tussen de actuele ervaring en de volgens hen gewenste situatie, en ze proberen te komen tot aanpassingen. Die aanpassingen leiden mogelijk tot nieuwe ervaringen, die weer onderzocht kunnen worden en weer tot nieuwe aanpassingen leiden. Enzovoort.

Op een bepaalde manier is het een heel gewoon ontwikkelproces, dat in de evolutie van het systeem vanzelf gaat. Maar voor die situatie waar het niet vanzelf gaat, of niet snel genoeg omdat de externe ‘dreiging’ te groot is, is deze wijze van werken een zeer effectieve veranderstrategie, die de creativiteit, de ervaringen en de denkkracht van alle betrokkenen benut om tot verandering te komen. En vanuit de aard van de aanpak niet tot de weerstand leidt waarvan men wel eens zegt dat die nu eenmaal bij verandering hoort.

In de tweedaagse workshop Actieonderzoek als Interventie in Groepen gaan we aan de slag met de principes, de vormgeving, de aanpak en de begeleiding van actieonderzoek. Charles Engelen is docent in de workshop die dit najaar weer van start gaat.

Ontdek Actieonderzoek als Interventie in Groepen

Eind mei schreef ik samen met collega-docent Tim Stevens een blog over de verschillende manieren waarop je naar de Corona-crisis kunt kijken. We zaten er toen middenin, ikzelf in Frankrijk. Of was het al een beetje op zijn retour? Of stonden we juist pas aan het begin? Wie zal het zeggen. Toen Macron het land dicht deed en we ons allemaal terugtrokken binnen onze per app bepaalde actieradius van 1 km rondom het huis, hadden we allemaal dezelfde gemeenschappelijke vijand, die we konden bestrijden door thuis te blijven en elkaar niet aan te raken. Dat gaf houvast. “Als ik me nou goed aan die regels houd, dan draag ik bij aan de bestrijding van dat onzichtbare kwaad. Dan verspreid ik geen virus (voor de altruïsten) en word ik niet ziek (voor de egoïsten).”

Daarna werd het interessant. Sommigen zeiden: “Maar, die ziekte kwam niet.” Waarmee ze leken aan te willen geven dat al die maatregelen wellicht een tikkeltje overdreven waren. Anderen zeiden juist: “En, die ziekte kwam niet.” Waarmee ze wellicht duidden op de legitimiteit van die maatregelen. Na de eerste schrik kwam er weer meer ruimte voor eigen opvattingen.

Systemen bewaken hun eigen balans, uit lijfsbehoud

Het beeld van die boom vol vogels dringt zich op. Als je een kanon afschiet vliegen alle vogels op. En als daarna de rust weerkeert keren de vogels weer terug in de boom. Het zou best zo kunnen zijn dat dat een ‘nieuw normaal’ is, maar van enige afstand beschouwd zitten alle vogels weer gewoon in de boom. Het kanon was een forse interventie, de impact van die interventie was groot, maar na verloop van tijd was alles weer als voorheen en leek er niks veranderd.

Als we er systemisch naar kijken zien we in dit voorbeeld een van de belangrijkste kenmerken van systemen: het zorgen voor hun eigen balans. Een systeem dat uit balans is, en er niet in slaagt de balans te herstellen, gaat na verloop van tijd kapot. Een vliegwiel (als voorbeeld van een technisch, ontworpen systeem) dat niet gebalanceerd is, zal na enige tijd kapot trillen. Het vliegwiel kan zijn eigen balans niet herstellen. De as waaraan het bevestigd is bezwijkt, de lagers gaan kapot. Een ecosysteem dat uit balans is en niet in staat is om de balans te herstellen is hetzelfde lot beschoren. Een ecosysteem herstelt langzaam, bijna een evolutionair proces. Als dat voortdurend weer in onbalans wordt gebracht, bijvoorbeeld door natuurrampen of menselijk handelen, zal het op een dag bezwijken.

En zo zijn ook sociale systemen die erin slagen om min of meer in balans te blijven in staat te overleven op de langere termijn. Lang geleden, nog voor de ontdekkingsreizigers, waren er stammen op Vuurland die leefden van de visserij. Ze vingen schaal- en schelpdieren om op te eten, en als de vangst terugliep trokken ze weer verder. En lieten de schalen van de laatst gevangen dieren liggen, zodat de stam die na hen kwam wist waarop ze niet moesten vissen. En dat ging zo eeuwen goed. Totdat de ontdekkingsreizigers kwamen. Hiermee hebben we een systemische verklaring voor de moeilijkheid van duurzame verandering in sociale systemen: systemen zijn gehecht aan hun balans, en zullen deze trachten te behouden of te herstellen, gewoonweg omdat dat nodig is, uit lijfsbehoud en om levensvatbaar te blijven (Stafford Beer, die we al eerder aanhaalden, heeft het over viable systems).

Een postmoderne en een sociaal-constructivistische kijk op verandering?

Het kanon in het voorbeeld met de boom kun je zien als een interventie die gestoeld is op post-modern denken. Je brengt een systeem uit balans om vervolgens te kunnen onderzoeken hoe het daarop reageert. Niet per se met een doelgerichte intentie tot veranderen in een specifieke richting of met een vooraf helder resultaat, maar slechts met de intentie om beweging te veroorzaken en het verloop daarna te kunnen onderzoeken. Als je wil dat het systeem niet terugkomt in zijn oude balans, is het zaak om dat onmogelijk te maken. Na het afschieten van het kanon en het opvliegen van de vogels haal je de boom weg. Dan komen ze er zeker niet meer in terug. Klinkt wat rigoureus, maar met bepaalde veranderingsprocessen doen we het wel zo. Als we overgaan op een nieuw IT-systeem gebeurt zoiets: het nieuwe systeem wordt geïntroduceerd, draait een tijdje naast het oude, en op een dag gaat de stekker uit het oude systeem. Voor allerlei gewenste veranderingen in een vooraf bepaalde richting zou dit best een prima aanpak kunnen zijn.

Lastiger wordt het als er een gedragscomponent bij komt. Als we willen dat mensen beter gaan samenwerken, of op een andere manier, of hun werkprocessen aanpassen, of beter omgaan met veranderingen in de omgeving. Je zou willen dat je na het afschieten van het kanon de wereld snel kon veranderen zodat mensen ‘ontwaken’ in de nieuwe werkelijkheid. En dat dan het nieuwe normaal daar is. Bij iets ernstigs als een levensbedreigende pandemische ziekte zou dat wellicht nog lukken, maar bij veel andere, minder ingrijpende veranderingen wordt het lastig. Dan krijgen we te maken met opvattingen, vermoedens, angst, blokvorming, afhankelijkheid of juist tegenafhankelijkheid, kop-in-het-zand. Dan wordt het belangrijk om mensen te betrekken bij het toewerken naar de nieuwe situatie. En komt er ander jargon: eigenaarschap, co-creatie, inspraak, de opvatting van de minderheid. Dan zijn we niet meer bezig om onze weg te vinden in een door anderen gecreëerd nieuw normaal, maar zijn we het zelf aan het uitvinden. Werkende weg, met vallen en opstaan.

Actieonderzoek als verandermethodologie zonder weerstand

Voor dat ‘werkende weg-veranderen’ bestaat een aanpak, die enkele decennia geleden nogal populair was, destijds ook in nogal activistische kringen, en die de laatste jaren weer meer en meer in de belangstelling staat: actieonderzoek. Een combinatie van onderzoeken en actie ondernemen in een cyclisch proces. Mensen komen bij elkaar in het kader van een actueel vraagstuk dat hen bezighoudt, waarmee ze zich geconfronteerd zien.

In een vraagstuk dat speelt onderzoeken de direct betrokkenen met elkaar de actuele ervaringen, onderzoeken ze in dialoog de verschillende beelden die mensen nu eenmaal hebben van de situatie (want: ervaringen zijn individueel), onderzoeken ze de verschillen tussen de actuele ervaring en de volgens hen gewenste situatie, en ze proberen te komen tot aanpassingen. Die aanpassingen leiden mogelijk tot nieuwe ervaringen, die weer onderzocht kunnen worden en weer tot nieuwe aanpassingen leiden. Enzovoort.

Op een bepaalde manier is het een heel gewoon ontwikkelproces, dat in de evolutie van het systeem vanzelf gaat. Maar voor die situatie waar het niet vanzelf gaat, of niet snel genoeg omdat de externe ‘dreiging’ te groot is, is deze wijze van werken een zeer effectieve veranderstrategie, die de creativiteit, de ervaringen en de denkkracht van alle betrokkenen benut om tot verandering te komen. En vanuit de aard van de aanpak niet tot de weerstand leidt waarvan men wel eens zegt dat die nu eenmaal bij verandering hoort.

In de tweedaagse workshop Actieonderzoek als Interventie in Groepen gaan we aan de slag met de principes, de vormgeving, de aanpak en de begeleiding van actieonderzoek. Charles Engelen is docent in de workshop die dit najaar weer van start gaat.

Ontdek Actieonderzoek als Interventie in Groepen