Mail ons

Overzicht

Je ziet het pas als je het doorhebt: kleine stapjes vooruit voor ongedocumenteerde jongeren in Amsterdam

Blogpost 21 Apr 2022

Eerder dit voorjaar stond in De Volkskrant een artikel waarin wordt beschreven dat Amsterdam als eerste stad in Nederland ongedocumenteerde jongeren de mogelijkheid gaat geven een studie te volgen aan een hogeschool of universiteit. Mijn gedachten gingen terug naar de studiereis die we met de ECM (Executive Change Management) in juni 2021 maakten naar Amsterdam Zuid-Oost. Het rapport van de Ombudsman van de Metropool Amsterdam over ongedocumenteerden was net verschenen en de vraag aan ons als ECM’ers was om reuring te veroorzaken.

Ik weet nog goed dat we lang discussieerden over wat reuring in dit verband eigenlijk is en waarvoor het zou moeten dienen. Immers, de groep ongedocumenteerden is divers, het vraagstuk is complex en ook niet eenduidig te beschrijven.

Moest het scherp of zou juist de nuance ons verder kunnen brengen? En tot wie zouden we ons moeten richten?

Tijdens onze ECM-opleiding leerden we meervoudig te kijken, ons oordeel op te schorten en niet te snel met oplossingen te komen. Kleine stapjes zetten, kijken wat er tussen de neuzen van mensen gebeurt en je voortdurend afvragen wat het effect is van je handelen en of dat handelen je daadwerkelijk een stapje verder brengt.

“Moest het scherp of zou juist de nuance ons verder kunnen brengen? En tot wie zouden we ons moeten richten?”

We discussieerden, we keken, we dachten, we handelden, we reflecteerden, we rommelden en prutsten en verzamelden al doende heel vele losse brokstukken.

We spraken naar aanleiding van het boekje “het empathisch teveel” van Ignaas Devisch over de vraag of de tegenstelling tussen empathie en onverschilligheid van een zelfde orde is als die tussen gedogen en onmenselijkheid.

We keken met bewondering naar de energie en de passie waarmee mensen en organisaties hun best deden om de wereld voor de on gedocumenteerden in Amsterdam een klein beetje beter te maken.

We verbaasden ons over de versnippering en het niet-weten binnen en tussen maatschappelijke organisaties die zich met dit thema bezighouden.

We overlegden met mensen van de Openbare Schoolgemeenschap  Bijlmer, de Hogeschool van Amsterdam, de Amsterdamse universiteiten en natuurlijk ook met studenten en de gemeente.

We hadden bijzondere ontmoetingen en luisterden naar verhalen. Verhalen die raakten omdat ze schrijnend, verdrietig en uitzichtloos waren maar ook verhalen waarin veerkracht, optimisme en inventiviteit de boventoon voerden.

Wat ons weerhoudt

Amsterdam wil een uitbuitingsvrije stad zijn. Een ambitie waar niemand tegen kan zijn, tenminste, zolang het abstract is, zolang het niet raakt aan je eigen privileges en niet in je eigen achtertuin gebeurt. Zolang niet jijzelf maar anderen iets anders moeten doen dan ze deden. Achter de wereld van die ene ambitie waar iedereen ‘ja’ tegen zegt gaan vele andere werelden schuil.

Sommige dingen lijken simpel maar zijn het blijkbaar niet. Wat weerhoudt ons ervan om kinderen die in Nederland geboren zijn ook als Nederlander te beschouwen? Wat weerhoudt ons ervan om kinderen ook na hun achttiende het recht op onderwijs te geven? Wat weerhoudt ons ervan om de school die door iedereen als vindplaats en veilige plek wordt gezien niet een veel grotere rol te geven in het bepalen of kinderen bepaalde extra voorzieningen nodig hebben? Wat weerhoudt ons ervan om de rek in de regels op te zoeken als dat nodig is om maatwerkoplossingen te kunnen bieden?

“In- en uitzoomen tussen het intrapersoonlijke, relationele en systemische perspectief helpt om patronen te ontdekken in dat wat in de dagelijkse praktijk vaak een grote brei is.”

Wat is er voor nodig om het echte gesprek te voeren, over de eigen schaduw heen te stappen en de grenzen van wat mogelijk is een beetje op te rekken zonder dat er sprake is van willekeur?

De taal die we bij Sioo aangereikt kregen helpt om dat wat gemeenschappelijk is, woorden te geven zonder aan de verschillende (persoonlijke) belangen en aan dat wat niet gezegd wordt maar wel belangrijk is, voorbij te gaan. Het in- en uitzoomen tussen het intrapersoonlijke, relationele en systemische perspectief op het vraagstuk helpt om patronen te ontdekken in dat wat in de dagelijkse praktijk vaak een grote brei is.

Als buitenstaander

Het helpt om als buitenstaander zonder oordeel te vertellen wat je ziet, niemand de schuld te geven of aan te sporen tot actie maar met elkaar anders te kijken en daardoor openingen vinden om ook anders te doen.

In Amsterdam is het gelukt om de handen op elkaar te krijgen om met elkaar een experiment aan te gaan, het midden te vinden tussen regels en ruimte, het niet-weten toe te staan, te kijken wat er gebeurt en op basis daarvan een nieuwe stap te zetten in de richting van de uitbuitingsvrije stad die Amsterdam wil zijn.

Ik ben er trots op dat wij als ECM’ers een klein stukje mee op mochten lopen in dit proces.

Een paar weken geleden kreeg ik van mijn broer een artikel uit het FD van 2 april toegestuurd met de titel “Wens tot langer werken in de zorg strandt op regels en praktische bezwaren”.

Mijn handen jeuken, ik zie zomaar een nieuwe bestemming voor de jaarlijkse studiereis van de ECM.

K. Schippers zei ooit: “You do not need things in order to see. Things need you in order to be seen.”

Meer weten?
Lees ook het verslag van ECM’er Inge Lups, ontdek de ECM en ontdek het aanstaande gratis ECM-proefcollege!

Eerder dit voorjaar stond in De Volkskrant een artikel waarin wordt beschreven dat Amsterdam als eerste stad in Nederland ongedocumenteerde jongeren de mogelijkheid gaat geven een studie te volgen aan een hogeschool of universiteit. Mijn gedachten gingen terug naar de studiereis die we met de ECM (Executive Change Management) in juni 2021 maakten naar Amsterdam Zuid-Oost. Het rapport van de Ombudsman van de Metropool Amsterdam over ongedocumenteerden was net verschenen en de vraag aan ons als ECM’ers was om reuring te veroorzaken.

Ik weet nog goed dat we lang discussieerden over wat reuring in dit verband eigenlijk is en waarvoor het zou moeten dienen. Immers, de groep ongedocumenteerden is divers, het vraagstuk is complex en ook niet eenduidig te beschrijven.

Moest het scherp of zou juist de nuance ons verder kunnen brengen? En tot wie zouden we ons moeten richten?

Tijdens onze ECM-opleiding leerden we meervoudig te kijken, ons oordeel op te schorten en niet te snel met oplossingen te komen. Kleine stapjes zetten, kijken wat er tussen de neuzen van mensen gebeurt en je voortdurend afvragen wat het effect is van je handelen en of dat handelen je daadwerkelijk een stapje verder brengt.

“Moest het scherp of zou juist de nuance ons verder kunnen brengen? En tot wie zouden we ons moeten richten?”

We discussieerden, we keken, we dachten, we handelden, we reflecteerden, we rommelden en prutsten en verzamelden al doende heel vele losse brokstukken.

We spraken naar aanleiding van het boekje “het empathisch teveel” van Ignaas Devisch over de vraag of de tegenstelling tussen empathie en onverschilligheid van een zelfde orde is als die tussen gedogen en onmenselijkheid.

We keken met bewondering naar de energie en de passie waarmee mensen en organisaties hun best deden om de wereld voor de on gedocumenteerden in Amsterdam een klein beetje beter te maken.

We verbaasden ons over de versnippering en het niet-weten binnen en tussen maatschappelijke organisaties die zich met dit thema bezighouden.

We overlegden met mensen van de Openbare Schoolgemeenschap  Bijlmer, de Hogeschool van Amsterdam, de Amsterdamse universiteiten en natuurlijk ook met studenten en de gemeente.

We hadden bijzondere ontmoetingen en luisterden naar verhalen. Verhalen die raakten omdat ze schrijnend, verdrietig en uitzichtloos waren maar ook verhalen waarin veerkracht, optimisme en inventiviteit de boventoon voerden.

Wat ons weerhoudt

Amsterdam wil een uitbuitingsvrije stad zijn. Een ambitie waar niemand tegen kan zijn, tenminste, zolang het abstract is, zolang het niet raakt aan je eigen privileges en niet in je eigen achtertuin gebeurt. Zolang niet jijzelf maar anderen iets anders moeten doen dan ze deden. Achter de wereld van die ene ambitie waar iedereen ‘ja’ tegen zegt gaan vele andere werelden schuil.

Sommige dingen lijken simpel maar zijn het blijkbaar niet. Wat weerhoudt ons ervan om kinderen die in Nederland geboren zijn ook als Nederlander te beschouwen? Wat weerhoudt ons ervan om kinderen ook na hun achttiende het recht op onderwijs te geven? Wat weerhoudt ons ervan om de school die door iedereen als vindplaats en veilige plek wordt gezien niet een veel grotere rol te geven in het bepalen of kinderen bepaalde extra voorzieningen nodig hebben? Wat weerhoudt ons ervan om de rek in de regels op te zoeken als dat nodig is om maatwerkoplossingen te kunnen bieden?

“In- en uitzoomen tussen het intrapersoonlijke, relationele en systemische perspectief helpt om patronen te ontdekken in dat wat in de dagelijkse praktijk vaak een grote brei is.”

Wat is er voor nodig om het echte gesprek te voeren, over de eigen schaduw heen te stappen en de grenzen van wat mogelijk is een beetje op te rekken zonder dat er sprake is van willekeur?

De taal die we bij Sioo aangereikt kregen helpt om dat wat gemeenschappelijk is, woorden te geven zonder aan de verschillende (persoonlijke) belangen en aan dat wat niet gezegd wordt maar wel belangrijk is, voorbij te gaan. Het in- en uitzoomen tussen het intrapersoonlijke, relationele en systemische perspectief op het vraagstuk helpt om patronen te ontdekken in dat wat in de dagelijkse praktijk vaak een grote brei is.

Als buitenstaander

Het helpt om als buitenstaander zonder oordeel te vertellen wat je ziet, niemand de schuld te geven of aan te sporen tot actie maar met elkaar anders te kijken en daardoor openingen vinden om ook anders te doen.

In Amsterdam is het gelukt om de handen op elkaar te krijgen om met elkaar een experiment aan te gaan, het midden te vinden tussen regels en ruimte, het niet-weten toe te staan, te kijken wat er gebeurt en op basis daarvan een nieuwe stap te zetten in de richting van de uitbuitingsvrije stad die Amsterdam wil zijn.

Ik ben er trots op dat wij als ECM’ers een klein stukje mee op mochten lopen in dit proces.

Een paar weken geleden kreeg ik van mijn broer een artikel uit het FD van 2 april toegestuurd met de titel “Wens tot langer werken in de zorg strandt op regels en praktische bezwaren”.

Mijn handen jeuken, ik zie zomaar een nieuwe bestemming voor de jaarlijkse studiereis van de ECM.

K. Schippers zei ooit: “You do not need things in order to see. Things need you in order to be seen.”

Meer weten?
Lees ook het verslag van ECM’er Inge Lups, ontdek de ECM en ontdek het aanstaande gratis ECM-proefcollege!