Mail ons

Overzicht

Kettingbrief 'ongemak' - deel 5

Blogpost 1 Oct 2020

Een aantal Sioo-collega’s en betrokken deskundigen uit ons netwerk voerden onlangs een gesprek over het thema ‘ongemak’ ter voorbereiding op de Alumnidag over dit thema op 24 september aanstaande. Het gesprek resulteerde in een kettingbrief over het onderwerp die wij de komende weken als reeks plaatsen. In het vijfde en tevens laatste deel sluit Jesse Segers af met de reden waarom we allemaal sterk moeten worden in ongemak. Lees hier ook deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4.

Dag Froukje,

Dank voor je ontroerende en krachtige brief aan ons. Het antwoord op je vragen heeft even op zich laten wachten om verschillende redenen. Het is even ongemakkelijk druk geweest op Sioo, het is bijna alsof de wereld een inhaalslag aan het maken is. Ik heb me tussendoor nog aan onze gezamenlijke visietekst over ongemak gezet en dan was er natuurlijk ook nog de prachtige alumnidag over sterk in ongemak die we opeens online moesten organiseren.

Nu is er eindelijk weer wat ruimte om op je vragen in te gaan. Of ik zou willen inzoomen op de magic: de wetenschap en ongemak? Of dat samengaat? Of dat een gelukkig huwelijk is? En of de clip van Chainsmoking mij ongemakkelijk maakt?

 Laat me beginnen bij de eerste vraag: ongemak en wetenschap. Volgens mij horen ze inherent bij elkaar; op verschillende wijzen en niveaus.

Het ongemak van de wetenschap(per)

Ongemak betekent etymologisch dat een toestand van rust en vrede verstoord wordt, en laat dat nu net zijn wat een onderzoeker kenmerkt. Onderzoeken begint met zoeken. Als wetenschapper (en dat ben je, je hebt geen job in de wetenschap) ervaar je een soort permanente onrust in je. Een permanent bevragen van hoe de wereld werkt, je bent een zoeker. Je ervaart cognitief, maar vaak ook emotioneel, een soort ongemak als je het antwoord op je vragen niet mag zoeken en dus niet vindt. En eenmaal aan het zoeken, ervaar je als het goed is ook cognitief ongemak, omdat je op de grenzen botst van het bekende. Je onderzoekt het vreemde. Je weet het echt oprecht niet of niet meer, want het is wel research. Je komt ook je eigen cognitieve grenzen tegen en dat creëert ongemak. In ieder geval voor beginnende wetenschappers, want velen van ons waren vaak bij de slimste jongetjesen meisjes van de klas. Echter, als je meermaals succesvol voorbij die inhoudelijke en persoonlijke grenzen gaat én weer terug, ontstaat er berusting in het ongemak. De opwinding van het nieuwsgierige, het avontuur, krijgt dan de bovenhand. Zo heb ik het in ieder geval ervaren.

Het ongemak van de wetenschapper in de praktijk

Als je dan als wetenschapper vervolgens je opgedane kennis terug wilt brengen naar de niet-academische wereld, dan ervaren sommigen onder ons ook ongemak. Het begint soms eenvoudigweg al met het lesgeven. Heel veel onderzoekers bestuderen en geef les over ‘wat’ vragen, maar de praktijk wil vaak antwoorden op ‘hoe’ vragen. En dan het liefst in hun context, met hun geschiedenis en verwachtte toekomst, voor hen als persoon. En daar heb je dan als wetenschapper opeens geen antwoord op. Als dan jong bent, word je als wetenschapper al snel getypeerd als ‘wereldvreemd’ of ‘te academisch’, want de gemiddelde mens of organisatie bestaat natuurlijk niet. Hierdoor richten sommige wetenschappers zich nog meer op hun onderzoek en het academische milieu. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van ongemak als ze naar ‘buiten’ treden.  Echter, als je als onderzoeker dat ongemak omarmt en je (onder)zoekende houding kan bewaren, wordt lesgeven opeens veel minder geven. Je krijgt opeens kleur en nuance terug. Die kleur en nuance maken je vervolgens tot een betere onderzoeker. Een positieve cirkel die ik de toponderzoekers allemaal heb zien maken.

Het ongemak van de wetenschap in maatschappij

Het ongemak dat ik als wetenschapper, die ook ik in de praktijk staat als bestuurder, tegenwoordig echter het meeste ervaar is tweeledig. Ten eerste hoe wetenschap vandaag soms wordt afgedaan als ‘fake news’ op momenten dat het mensen niet uitkomt. Ten tweede hoe anderen wetenschap als een soort nieuwe religie beschouwen met kennis die stabiel en onfeilbaar is. Dat laatste kan natuurlijk niet, want dan zou het woord ‘zoek’ verdwijnen uit onderzoek. Het maakt mij dus ongemakkelijk hoe de vredige relatie van de laatste decennia van de wetenschap in de maatschappij verstoord is geraakt. Waarom dit zo is en wat hier richtingen van tijdelijke oplossingen voor zijn? Ik heb hier geen wetenschappelijk onderzochte antwoorden op. Ik heb ideeën, opinies en stukjes van de puzzel, maar ik vermoed dat het een complex systemisch vraagstuk is waar geen simpele, quick fix oplossingen voor zijn.

Moreel ongemak en macht

Dank voor de clip van Chainsmoking:

Bij het bekijken ervan ervaarde ik moreel ongemak, maar mogelijk niet in de richting die je zou verwachtten. Ik werd niet geraakt in mijn gevoel van onrecht ten opzichte van hen die worden uitgesloten. Cognitief kan ik hun strijd helemaal begrijpen en vind ik ze zonder twijfel gerechtvaardigd. Ik zal het even toelichten: op dit moment woon ik heel bewust in het centrum van een hyperdiverse stad (134 nationaliteiten op 43.000 mensen), ik word permanent omringd door en interageer met mensen die andere talen spreken en het minder hebben. Zelf ben ik vanuit schulden aan mijn loopbaan ben begonnen en ik ben nu natuurlijk een blanke man van 40 jaar die de laatste tien jaar de maatschappelijke ladder succesvol heeft beklommen. Ik ben vandaag de dag onderdeel en zit zelfs ergens in de kern van de macht die de uitgeslotene willen omvormen. Macht die ik naar eer en geweten probeer aan te wenden voor een humanistischere maatschappij. Ik opereer echter op een soort geabstraheerd niveau in kamers van Raden van Bestuur, vaak ver weg van het individuele leed. Ver van de plek waar de emoties zijn.  Dat is nu eenmaal wat macht (en machtsposities) doet. Het doet je afstand nemen van wat voor je ligt. Als dit mensen zijn, ben je toch minder empathisch. Als het een onderwerp is, bekijk je het strategischer en meer op de lange termijn. De valkuil van macht is dus dat je te veel een beschouwer wordt en te weinig betrokken. De kunst voor mij als bestuurder, professor en adviseur is steeds opnieuw de positie te vinden van de betrokken beschouwer. En als ik dan nadenk over waar mijn emoties naar toegaan bij het bekijken van de clip, waar ik mij betrokken bij voel, dan is het de bedreiging en de onmacht die de blanke man ervaart. En ik voel een soort ongemak dat dit niet zo zou horen, dat dit niet de verwachting is bij het bekijken van de clip. Maar ik kan dat primaire instinct van die man goed snappen. Hoe fout ik zijn handelen ook vind. Ik zie vooral het vergeten of niet gewenste slachtoffer in hem. En dan denk ik aan Nelson Mandela:

“It was during those long and lonely years that my hunger for the freedom of my own people became a hunger for the freedom of all people, White and black. I knew as well as I knew anything that the oppressor must be liberated just as surely as the oppressed. A man who takes away another man’s freedom is a prisoner of hatred, he is locked behind the bars of prejudice and narrow-mindedness. I am not truly free if I am taking away someone else’s freedom, just as surely as I am not free when my freedom is taken from me. The oppressed and the oppressor alike are robbed of their humanity.”

Misschien ben ik wel een soort ‘tempered radical’ (zie Meyerson). Ik geef zetjes tot meer radicaliteit aan mensen in hefboomposities en systemen. Zetjes in de richting van meer humaniteit, maar ik doe dit door van binnenuit te werken met het systeem. Door kleine stapjes, in plaats te proberen het hele systeem omver te gooien. Mensen die dat laatste te stevig neerzetten, temper ik. En in al die richtingen ervaren de verschillende spelers op het speelveld, inclusief ikzelf, ongemak. Dit omdat de rust en vrede verstoord worden. We kunnen dus maar beter met zijn allen sterk worden in ongemak.   

Jesse

Een aantal Sioo-collega’s en betrokken deskundigen uit ons netwerk voerden onlangs een gesprek over het thema ‘ongemak’ ter voorbereiding op de Alumnidag over dit thema op 24 september aanstaande. Het gesprek resulteerde in een kettingbrief over het onderwerp die wij de komende weken als reeks plaatsen. In het vijfde en tevens laatste deel sluit Jesse Segers af met de reden waarom we allemaal sterk moeten worden in ongemak. Lees hier ook deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4.

Dag Froukje,

Dank voor je ontroerende en krachtige brief aan ons. Het antwoord op je vragen heeft even op zich laten wachten om verschillende redenen. Het is even ongemakkelijk druk geweest op Sioo, het is bijna alsof de wereld een inhaalslag aan het maken is. Ik heb me tussendoor nog aan onze gezamenlijke visietekst over ongemak gezet en dan was er natuurlijk ook nog de prachtige alumnidag over sterk in ongemak die we opeens online moesten organiseren.

Nu is er eindelijk weer wat ruimte om op je vragen in te gaan. Of ik zou willen inzoomen op de magic: de wetenschap en ongemak? Of dat samengaat? Of dat een gelukkig huwelijk is? En of de clip van Chainsmoking mij ongemakkelijk maakt?

 Laat me beginnen bij de eerste vraag: ongemak en wetenschap. Volgens mij horen ze inherent bij elkaar; op verschillende wijzen en niveaus.

Het ongemak van de wetenschap(per)

Ongemak betekent etymologisch dat een toestand van rust en vrede verstoord wordt, en laat dat nu net zijn wat een onderzoeker kenmerkt. Onderzoeken begint met zoeken. Als wetenschapper (en dat ben je, je hebt geen job in de wetenschap) ervaar je een soort permanente onrust in je. Een permanent bevragen van hoe de wereld werkt, je bent een zoeker. Je ervaart cognitief, maar vaak ook emotioneel, een soort ongemak als je het antwoord op je vragen niet mag zoeken en dus niet vindt. En eenmaal aan het zoeken, ervaar je als het goed is ook cognitief ongemak, omdat je op de grenzen botst van het bekende. Je onderzoekt het vreemde. Je weet het echt oprecht niet of niet meer, want het is wel research. Je komt ook je eigen cognitieve grenzen tegen en dat creëert ongemak. In ieder geval voor beginnende wetenschappers, want velen van ons waren vaak bij de slimste jongetjesen meisjes van de klas. Echter, als je meermaals succesvol voorbij die inhoudelijke en persoonlijke grenzen gaat én weer terug, ontstaat er berusting in het ongemak. De opwinding van het nieuwsgierige, het avontuur, krijgt dan de bovenhand. Zo heb ik het in ieder geval ervaren.

Het ongemak van de wetenschapper in de praktijk

Als je dan als wetenschapper vervolgens je opgedane kennis terug wilt brengen naar de niet-academische wereld, dan ervaren sommigen onder ons ook ongemak. Het begint soms eenvoudigweg al met het lesgeven. Heel veel onderzoekers bestuderen en geef les over ‘wat’ vragen, maar de praktijk wil vaak antwoorden op ‘hoe’ vragen. En dan het liefst in hun context, met hun geschiedenis en verwachtte toekomst, voor hen als persoon. En daar heb je dan als wetenschapper opeens geen antwoord op. Als dan jong bent, word je als wetenschapper al snel getypeerd als ‘wereldvreemd’ of ‘te academisch’, want de gemiddelde mens of organisatie bestaat natuurlijk niet. Hierdoor richten sommige wetenschappers zich nog meer op hun onderzoek en het academische milieu. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van ongemak als ze naar ‘buiten’ treden.  Echter, als je als onderzoeker dat ongemak omarmt en je (onder)zoekende houding kan bewaren, wordt lesgeven opeens veel minder geven. Je krijgt opeens kleur en nuance terug. Die kleur en nuance maken je vervolgens tot een betere onderzoeker. Een positieve cirkel die ik de toponderzoekers allemaal heb zien maken.

Het ongemak van de wetenschap in maatschappij

Het ongemak dat ik als wetenschapper, die ook ik in de praktijk staat als bestuurder, tegenwoordig echter het meeste ervaar is tweeledig. Ten eerste hoe wetenschap vandaag soms wordt afgedaan als ‘fake news’ op momenten dat het mensen niet uitkomt. Ten tweede hoe anderen wetenschap als een soort nieuwe religie beschouwen met kennis die stabiel en onfeilbaar is. Dat laatste kan natuurlijk niet, want dan zou het woord ‘zoek’ verdwijnen uit onderzoek. Het maakt mij dus ongemakkelijk hoe de vredige relatie van de laatste decennia van de wetenschap in de maatschappij verstoord is geraakt. Waarom dit zo is en wat hier richtingen van tijdelijke oplossingen voor zijn? Ik heb hier geen wetenschappelijk onderzochte antwoorden op. Ik heb ideeën, opinies en stukjes van de puzzel, maar ik vermoed dat het een complex systemisch vraagstuk is waar geen simpele, quick fix oplossingen voor zijn.

Moreel ongemak en macht

Dank voor de clip van Chainsmoking:

Bij het bekijken ervan ervaarde ik moreel ongemak, maar mogelijk niet in de richting die je zou verwachtten. Ik werd niet geraakt in mijn gevoel van onrecht ten opzichte van hen die worden uitgesloten. Cognitief kan ik hun strijd helemaal begrijpen en vind ik ze zonder twijfel gerechtvaardigd. Ik zal het even toelichten: op dit moment woon ik heel bewust in het centrum van een hyperdiverse stad (134 nationaliteiten op 43.000 mensen), ik word permanent omringd door en interageer met mensen die andere talen spreken en het minder hebben. Zelf ben ik vanuit schulden aan mijn loopbaan ben begonnen en ik ben nu natuurlijk een blanke man van 40 jaar die de laatste tien jaar de maatschappelijke ladder succesvol heeft beklommen. Ik ben vandaag de dag onderdeel en zit zelfs ergens in de kern van de macht die de uitgeslotene willen omvormen. Macht die ik naar eer en geweten probeer aan te wenden voor een humanistischere maatschappij. Ik opereer echter op een soort geabstraheerd niveau in kamers van Raden van Bestuur, vaak ver weg van het individuele leed. Ver van de plek waar de emoties zijn.  Dat is nu eenmaal wat macht (en machtsposities) doet. Het doet je afstand nemen van wat voor je ligt. Als dit mensen zijn, ben je toch minder empathisch. Als het een onderwerp is, bekijk je het strategischer en meer op de lange termijn. De valkuil van macht is dus dat je te veel een beschouwer wordt en te weinig betrokken. De kunst voor mij als bestuurder, professor en adviseur is steeds opnieuw de positie te vinden van de betrokken beschouwer. En als ik dan nadenk over waar mijn emoties naar toegaan bij het bekijken van de clip, waar ik mij betrokken bij voel, dan is het de bedreiging en de onmacht die de blanke man ervaart. En ik voel een soort ongemak dat dit niet zo zou horen, dat dit niet de verwachting is bij het bekijken van de clip. Maar ik kan dat primaire instinct van die man goed snappen. Hoe fout ik zijn handelen ook vind. Ik zie vooral het vergeten of niet gewenste slachtoffer in hem. En dan denk ik aan Nelson Mandela:

“It was during those long and lonely years that my hunger for the freedom of my own people became a hunger for the freedom of all people, White and black. I knew as well as I knew anything that the oppressor must be liberated just as surely as the oppressed. A man who takes away another man’s freedom is a prisoner of hatred, he is locked behind the bars of prejudice and narrow-mindedness. I am not truly free if I am taking away someone else’s freedom, just as surely as I am not free when my freedom is taken from me. The oppressed and the oppressor alike are robbed of their humanity.”

Misschien ben ik wel een soort ‘tempered radical’ (zie Meyerson). Ik geef zetjes tot meer radicaliteit aan mensen in hefboomposities en systemen. Zetjes in de richting van meer humaniteit, maar ik doe dit door van binnenuit te werken met het systeem. Door kleine stapjes, in plaats te proberen het hele systeem omver te gooien. Mensen die dat laatste te stevig neerzetten, temper ik. En in al die richtingen ervaren de verschillende spelers op het speelveld, inclusief ikzelf, ongemak. Dit omdat de rust en vrede verstoord worden. We kunnen dus maar beter met zijn allen sterk worden in ongemak.   

Jesse