Mail ons

Overzicht

Kettingbrief 'ongemak' - deel 2

Blogpost 16 Sep 2020

Een aantal Sioo-collega’s en betrokken deskundigen uit ons netwerk voerden onlangs een gesprek over het thema ‘ongemak’ ter voorbereiding op de Alumnidag over dit thema op 24 september aanstaande. Het gesprek resulteerde in een kettingbrief over het onderwerp die wij de komende weken als reeks plaatsen. In het tweede deel vertelt Peter Rombouts over zijn reis met ongemak. Lees hier deel 1.

Amsterdam, 21 juli 2020

Beste Wilfred en Durk Piet,

Als tweede schakel in deze kettingbrief besef ik me dat ik zowel jou, Wilfred, wil antwoorden op je prachtige brief als de brief wil doorgeven aan jou, Durk Piet. Ik doe mijn best in deze brief de brug te slaan alsook ons gesprek indachtig te houden.

Ik schrijf deze brief vlak voor de geboorte van ons eerste kind, onze zoon. We zijn in blijde verwachting, kijken uit naar zijn komst. Voor iedere aanstaande ouder is dit een spannende gebeurtenis, ongetwijfeld. Toch is een kind krijgen voor mij al jaren onderwerp van mijn gedachten, mijn angsten, mijn onzekerheden en mijn voelen wat me zo nu en dan de adem beneemt als een bliksemschicht die me treft op klaarlichte dag (en dan niet op de manier zoals een plotseling moment van pure schoonheid je kan geven). Menig therapeut, familie-opsteller en goede vriend heeft me proberen te helpen met deze op het oog buitensporig grote angst.

Nu is het dan bijna zover. En ik ben ongelooflijk rustig. Heb vertrouwen en al mijn angst lijkt te zijn omgezet in een vorm van overgave. Overgave dat ik er niet over ga. Het ligt niet in mijn handen. In wiens handen dan wel laat ik voor andere momenten. Verbaasd ben ik over mijzelf. Ik schrijf dit toch toe aan mijn eigen reis met ongemak die begon met mijn eigen geboorte. Ik ben namelijk twee maanden te vroeg geboren en mijn moeder hield mij pas voor het eerst vast zes weken nadat ik mijn eerste adem mijn nog zwakke longen liet binnenkomen. Een glazen kistje met beademingsapparatuur en de westerse medische wetenschap hielden mij in leven. Wat het me heeft gegeven? Veel ongemak, al ben ik niet zeker of dat in deze context het goede woord is, maar ik probeer al schrijvend dit woord toch even. Kijken hoe dat uitpakt. Mijn leven begon in afgescheidenheid. Resultaat: moeite met verbinding. Mijn leven startte zonder aanraking. Resultaat: moeite met fysiek contact (ja, voor mij een positief aspect aan deze Corona-tijd). Zonder menselijk ingrijpen had ik niet kunnen leven. Resultaat: de behoefte om het leven te bewijzen dat ik het leven toch echt waard was. Mijn redding: de dans. Mijn grootste ongemakken kregen daarin een vorm. In de dans moet je de verbinding wel aangaan. In de dans raak je anderen fysiek aan en dat bewijzen heeft me wereldkampioen gemaakt. Het ongemak kan in onze cellen zitten, voorbij ons bewustzijn, in verborgen zelven die in je zitten, maar niet geïntegreerd zijn. De dans gaf er vorm aan, gaf er schoonheid aan en bracht er liefde in. Hier zit mijn diepste bewegen om diezelfde schoonheid en liefde te brengen in complexe verandervraagstukken waar mensen het ongemak in hun eigen cellen zien wakker worden.

Kunnen we met elkaar liefdevolle manieren vinden om dat jongetje op die duikplank of de bestuursvleugel van dat ziekenhuis hun ongemak aan te laten gaan door er liefde en schoonheid in te ademen, ieder op zijn of haar manier? En Wilfred, ik geloof met jou dat dat alleen kan als je dat zelf steeds opnieuw doet als begeleider of welke rol je dan ook hebt. Zelf instappen en jezelf op het spel zetten. Sinds ik vraagstukken ben gaan dansen in organisaties word ik bij iedere opdracht geconfronteerd met mijn eigen ongemak en angst. Vaak vervloekte ik mijzelf met de vraag waarom ik dit toch wilde doen. Jacques Brel had altijd, voordat hij het podium op moest, in de coulissen een emmer staan waarin hij overgaf. En toch stond hij er iedere avond weer. Ik ken dat gevoel. Steeds het gevoel: ik moet hier zijn, dit is wat ik te doen heb en tegelijkertijd: ik wil hier weg! Dit tegelijkertijd noemde ik jezelf op het spel zetten, zonder daar normatief in te zijn: soms is het podium opgaan het goede en soms is het juist niet doen het goede. Maar het punt is dit: het gebeurt elke keer weer. Het wordt nergens automatisme. Het wordt nergens makkelijk. Want als dat gebeurt, sta je niet meer op het spel. Sta je niet meer op de lijn. Ben je niet meer ontvankelijk voor liefde en schoonheid in het moment.

En dat brengt me op een ander concept Wilfred en Durk Piet, ook van Hannah Arendt, namelijk nataliteit. De mogelijkheid om steeds opnieuw te beginnen, om in ieder moment geboren te worden. De kern voor mij van ongemak zit in de durf én het verlangen om steeds opnieuw geboren te worden. Het aan te durven om totaal verrast te worden. Het oude af te sluiten om het nieuwe geboren te laten worden. En precies daartussen zit ongemak als een beschermende engel die wellicht wel oordeelt. Oordeelt of het oude inderdaad tot een einde gebracht mag worden en of het nieuwe wel levensvatbaar is. Die engel aanroepen probeer ik met dans, waar deze in het normale georganiseerde leven wordt weggeorganiseerd. In organisaties doen we niet aan engelen. We oordelen wel zonder engelen, liever op basis van argumenten, analyses en wat al niet meer en daardoor missen we een diep menselijk potentieel om generatief het nieuwe te laten ontwaken. Creatiekracht is een kracht die niet helemaal in onze handen is, waar we niet helemaal over gaan, maar waar we wel mee in aanraking kunnen komen. Waar ben jij de maker van? Het is voor mij een belangrijke vraag, die ik vaak stel in organisaties.

Wilfred, jij haalt ook de woorden integriteit en ethiek weer terug uit ons gesprek. Je koppelt ook de term macht daaraan. Terecht in mijn ogen. De woorden van Jesse, dat het niet moeilijk is om mensen te laten huilen, maar dat de kunst zit in de integratie van een ervaring met de mogelijkheid van iemand om het constructief te maken in zijn of haar ontwikkeling. In mijn werk stel ik me vaak deze vraag. Mag ik dit wel doen? Mag ik mensen zo in contact brengen met hun ongemak? Wat is er nodig om dit te mogen doen (vooraf in de vorm van inbedding en inleiding) en achteraf (hoe worden mensen verder begeleid)? Voor mij zit de integriteit in de oprechte aandacht voor deze vragen en de professionaliteit van de begeleider. Nu zit ik, geloof ik, aan de kant van het spectrum die gelooft dat mensen veel meer aan kunnen dan menig coach of begeleider. Het gaat erover mensen in de ‘volwassen’ positie te brengen en te laten, maar dit is een heel ander onderwerp. Er zit voor mij ook integriteit in die zin die jij, Wilfred, ook aanhaalt (en die overigens de enige regel is die in alle wijsheidstradities, zowel oosters als westers, terugkomt): wat jij niet wilt dat jou geschiedt… Als ik het anderen vraag, moet ik het zelf ook doen. Toch neemt dat het machtsverschil niet weg. Ik kies er namelijk voor om zoiets belachelijks te doen als dansen in de boardroom, hoe kwetsbaar ik mezelf daarmee ook maak, het blijft mijn keuze. Ik weet wat het kan oproepen. Ik weet wat de consequenties kunnen zijn. Toch hebben de mensen met wie ik werk ook een verantwoordelijkheid. En misschien is daar dan opnieuw ongemak het zwaailicht dataanduidt: hier moeten we oppassen. Hier gebeurt iets wat ertoe doet. En kunnen we dan met elkaar opnieuw liefde en schoonheid aanroepen om daar samen doorheen te navigeren. Ik geef er graag de term ‘integer improviseren’ aan. Improviseren waarin diepe gedeelde waarden als kompas kunnen dienen en ook het spelen op de grenzen mogelijk maakt. Liefde kan enorm veel pijn doen en beschadigen, maar het doet je niet het geloof in het goede van de mensheid verliezen, al kan je aanvankelijk wel in die verwarring terechtkomen. Schoonheid kan meedogenloos zijn, maar doet je nooit je levenslust verliezen, al kan je aanvankelijk wel in die verwarring komen. 

Dit brengt mij tot een laatste punt. En dat is de ervaring, en ook mijn eigen puzzel, dat mensen in aanraking brengen met creatiekracht in hunzelf en met elkaar een groter ongemak oplevert dan wanneer je ze helpt te kijken naar hun blokkades, angsten en beperkende overtuigingen. Mensen in direct contact brengen met hun potentieel roept vaak meer ongemak op. Het confronteert je namelijk met alles wat jouw potentieel in de weg staat en de rol die je daar zelf in speelt. Mijn verhaal van liefde en schoonheid inblazen en creatiekracht aanwakkeren is geenszins een romantisch verlangen of naïeve poging om bubbels te creëren waar het goed toeven is buiten de orde van alledag. Het is zo ongeveer het spannendste wat je kan doen. Het is risicovol en beloftevol tegelijkertijd. Het gaat staan ín de complexiteit van de dingen, in plaats van deze te reduceren. En zoals de stam van het Latijnse woord complexus omhelzen én verstikken is, vraagt het dat we de engelen durven ontvangen in die momenten van ongemak waarin niet alleen jij op het spel staat, maar eveneens de ander en het grotere.

Sioo wil staan voor het goede, het ware en het schone. Toen ik dat voor het eerst hoorde en las, was ik zeer positief verrast. Mijn werk richt zich voornamelijk op de (soms meedogenloze) schoonheid met de kunsten aan mijn zij als muze. Ik wens Sioo dat ze die schoonheid meer in het licht zet. De uitdaging die Wilfred benoemt over de dominantie van instrumentaliteit bij Sioo doet mij deze wens met nog meer klem durven uitspreken.

Durk Piet, mag ik de brief aan jou doorsturen met een paar vragen: Waarin zie jij de schoonheid van Sioo? Hoe zit het met jouw ongemak en welke manier vind jij ervoor?  En de vraag: waar ben jij de maker van? Wij hebben elkaar een aantal keren ontmoet. Je sprak uit dat we elkaar eigenlijk nooit echt hebben leren kennen. Ik ben benieuwd naar jou.

Goeds voor nu,

Peter

Lees hier deel 3.

Een aantal Sioo-collega’s en betrokken deskundigen uit ons netwerk voerden onlangs een gesprek over het thema ‘ongemak’ ter voorbereiding op de Alumnidag over dit thema op 24 september aanstaande. Het gesprek resulteerde in een kettingbrief over het onderwerp die wij de komende weken als reeks plaatsen. In het tweede deel vertelt Peter Rombouts over zijn reis met ongemak. Lees hier deel 1.

Amsterdam, 21 juli 2020

Beste Wilfred en Durk Piet,

Als tweede schakel in deze kettingbrief besef ik me dat ik zowel jou, Wilfred, wil antwoorden op je prachtige brief als de brief wil doorgeven aan jou, Durk Piet. Ik doe mijn best in deze brief de brug te slaan alsook ons gesprek indachtig te houden.

Ik schrijf deze brief vlak voor de geboorte van ons eerste kind, onze zoon. We zijn in blijde verwachting, kijken uit naar zijn komst. Voor iedere aanstaande ouder is dit een spannende gebeurtenis, ongetwijfeld. Toch is een kind krijgen voor mij al jaren onderwerp van mijn gedachten, mijn angsten, mijn onzekerheden en mijn voelen wat me zo nu en dan de adem beneemt als een bliksemschicht die me treft op klaarlichte dag (en dan niet op de manier zoals een plotseling moment van pure schoonheid je kan geven). Menig therapeut, familie-opsteller en goede vriend heeft me proberen te helpen met deze op het oog buitensporig grote angst.

Nu is het dan bijna zover. En ik ben ongelooflijk rustig. Heb vertrouwen en al mijn angst lijkt te zijn omgezet in een vorm van overgave. Overgave dat ik er niet over ga. Het ligt niet in mijn handen. In wiens handen dan wel laat ik voor andere momenten. Verbaasd ben ik over mijzelf. Ik schrijf dit toch toe aan mijn eigen reis met ongemak die begon met mijn eigen geboorte. Ik ben namelijk twee maanden te vroeg geboren en mijn moeder hield mij pas voor het eerst vast zes weken nadat ik mijn eerste adem mijn nog zwakke longen liet binnenkomen. Een glazen kistje met beademingsapparatuur en de westerse medische wetenschap hielden mij in leven. Wat het me heeft gegeven? Veel ongemak, al ben ik niet zeker of dat in deze context het goede woord is, maar ik probeer al schrijvend dit woord toch even. Kijken hoe dat uitpakt. Mijn leven begon in afgescheidenheid. Resultaat: moeite met verbinding. Mijn leven startte zonder aanraking. Resultaat: moeite met fysiek contact (ja, voor mij een positief aspect aan deze Corona-tijd). Zonder menselijk ingrijpen had ik niet kunnen leven. Resultaat: de behoefte om het leven te bewijzen dat ik het leven toch echt waard was. Mijn redding: de dans. Mijn grootste ongemakken kregen daarin een vorm. In de dans moet je de verbinding wel aangaan. In de dans raak je anderen fysiek aan en dat bewijzen heeft me wereldkampioen gemaakt. Het ongemak kan in onze cellen zitten, voorbij ons bewustzijn, in verborgen zelven die in je zitten, maar niet geïntegreerd zijn. De dans gaf er vorm aan, gaf er schoonheid aan en bracht er liefde in. Hier zit mijn diepste bewegen om diezelfde schoonheid en liefde te brengen in complexe verandervraagstukken waar mensen het ongemak in hun eigen cellen zien wakker worden.

Kunnen we met elkaar liefdevolle manieren vinden om dat jongetje op die duikplank of de bestuursvleugel van dat ziekenhuis hun ongemak aan te laten gaan door er liefde en schoonheid in te ademen, ieder op zijn of haar manier? En Wilfred, ik geloof met jou dat dat alleen kan als je dat zelf steeds opnieuw doet als begeleider of welke rol je dan ook hebt. Zelf instappen en jezelf op het spel zetten. Sinds ik vraagstukken ben gaan dansen in organisaties word ik bij iedere opdracht geconfronteerd met mijn eigen ongemak en angst. Vaak vervloekte ik mijzelf met de vraag waarom ik dit toch wilde doen. Jacques Brel had altijd, voordat hij het podium op moest, in de coulissen een emmer staan waarin hij overgaf. En toch stond hij er iedere avond weer. Ik ken dat gevoel. Steeds het gevoel: ik moet hier zijn, dit is wat ik te doen heb en tegelijkertijd: ik wil hier weg! Dit tegelijkertijd noemde ik jezelf op het spel zetten, zonder daar normatief in te zijn: soms is het podium opgaan het goede en soms is het juist niet doen het goede. Maar het punt is dit: het gebeurt elke keer weer. Het wordt nergens automatisme. Het wordt nergens makkelijk. Want als dat gebeurt, sta je niet meer op het spel. Sta je niet meer op de lijn. Ben je niet meer ontvankelijk voor liefde en schoonheid in het moment.

En dat brengt me op een ander concept Wilfred en Durk Piet, ook van Hannah Arendt, namelijk nataliteit. De mogelijkheid om steeds opnieuw te beginnen, om in ieder moment geboren te worden. De kern voor mij van ongemak zit in de durf én het verlangen om steeds opnieuw geboren te worden. Het aan te durven om totaal verrast te worden. Het oude af te sluiten om het nieuwe geboren te laten worden. En precies daartussen zit ongemak als een beschermende engel die wellicht wel oordeelt. Oordeelt of het oude inderdaad tot een einde gebracht mag worden en of het nieuwe wel levensvatbaar is. Die engel aanroepen probeer ik met dans, waar deze in het normale georganiseerde leven wordt weggeorganiseerd. In organisaties doen we niet aan engelen. We oordelen wel zonder engelen, liever op basis van argumenten, analyses en wat al niet meer en daardoor missen we een diep menselijk potentieel om generatief het nieuwe te laten ontwaken. Creatiekracht is een kracht die niet helemaal in onze handen is, waar we niet helemaal over gaan, maar waar we wel mee in aanraking kunnen komen. Waar ben jij de maker van? Het is voor mij een belangrijke vraag, die ik vaak stel in organisaties.

Wilfred, jij haalt ook de woorden integriteit en ethiek weer terug uit ons gesprek. Je koppelt ook de term macht daaraan. Terecht in mijn ogen. De woorden van Jesse, dat het niet moeilijk is om mensen te laten huilen, maar dat de kunst zit in de integratie van een ervaring met de mogelijkheid van iemand om het constructief te maken in zijn of haar ontwikkeling. In mijn werk stel ik me vaak deze vraag. Mag ik dit wel doen? Mag ik mensen zo in contact brengen met hun ongemak? Wat is er nodig om dit te mogen doen (vooraf in de vorm van inbedding en inleiding) en achteraf (hoe worden mensen verder begeleid)? Voor mij zit de integriteit in de oprechte aandacht voor deze vragen en de professionaliteit van de begeleider. Nu zit ik, geloof ik, aan de kant van het spectrum die gelooft dat mensen veel meer aan kunnen dan menig coach of begeleider. Het gaat erover mensen in de ‘volwassen’ positie te brengen en te laten, maar dit is een heel ander onderwerp. Er zit voor mij ook integriteit in die zin die jij, Wilfred, ook aanhaalt (en die overigens de enige regel is die in alle wijsheidstradities, zowel oosters als westers, terugkomt): wat jij niet wilt dat jou geschiedt… Als ik het anderen vraag, moet ik het zelf ook doen. Toch neemt dat het machtsverschil niet weg. Ik kies er namelijk voor om zoiets belachelijks te doen als dansen in de boardroom, hoe kwetsbaar ik mezelf daarmee ook maak, het blijft mijn keuze. Ik weet wat het kan oproepen. Ik weet wat de consequenties kunnen zijn. Toch hebben de mensen met wie ik werk ook een verantwoordelijkheid. En misschien is daar dan opnieuw ongemak het zwaailicht dataanduidt: hier moeten we oppassen. Hier gebeurt iets wat ertoe doet. En kunnen we dan met elkaar opnieuw liefde en schoonheid aanroepen om daar samen doorheen te navigeren. Ik geef er graag de term ‘integer improviseren’ aan. Improviseren waarin diepe gedeelde waarden als kompas kunnen dienen en ook het spelen op de grenzen mogelijk maakt. Liefde kan enorm veel pijn doen en beschadigen, maar het doet je niet het geloof in het goede van de mensheid verliezen, al kan je aanvankelijk wel in die verwarring terechtkomen. Schoonheid kan meedogenloos zijn, maar doet je nooit je levenslust verliezen, al kan je aanvankelijk wel in die verwarring komen. 

Dit brengt mij tot een laatste punt. En dat is de ervaring, en ook mijn eigen puzzel, dat mensen in aanraking brengen met creatiekracht in hunzelf en met elkaar een groter ongemak oplevert dan wanneer je ze helpt te kijken naar hun blokkades, angsten en beperkende overtuigingen. Mensen in direct contact brengen met hun potentieel roept vaak meer ongemak op. Het confronteert je namelijk met alles wat jouw potentieel in de weg staat en de rol die je daar zelf in speelt. Mijn verhaal van liefde en schoonheid inblazen en creatiekracht aanwakkeren is geenszins een romantisch verlangen of naïeve poging om bubbels te creëren waar het goed toeven is buiten de orde van alledag. Het is zo ongeveer het spannendste wat je kan doen. Het is risicovol en beloftevol tegelijkertijd. Het gaat staan ín de complexiteit van de dingen, in plaats van deze te reduceren. En zoals de stam van het Latijnse woord complexus omhelzen én verstikken is, vraagt het dat we de engelen durven ontvangen in die momenten van ongemak waarin niet alleen jij op het spel staat, maar eveneens de ander en het grotere.

Sioo wil staan voor het goede, het ware en het schone. Toen ik dat voor het eerst hoorde en las, was ik zeer positief verrast. Mijn werk richt zich voornamelijk op de (soms meedogenloze) schoonheid met de kunsten aan mijn zij als muze. Ik wens Sioo dat ze die schoonheid meer in het licht zet. De uitdaging die Wilfred benoemt over de dominantie van instrumentaliteit bij Sioo doet mij deze wens met nog meer klem durven uitspreken.

Durk Piet, mag ik de brief aan jou doorsturen met een paar vragen: Waarin zie jij de schoonheid van Sioo? Hoe zit het met jouw ongemak en welke manier vind jij ervoor?  En de vraag: waar ben jij de maker van? Wij hebben elkaar een aantal keren ontmoet. Je sprak uit dat we elkaar eigenlijk nooit echt hebben leren kennen. Ik ben benieuwd naar jou.

Goeds voor nu,

Peter

Lees hier deel 3.