Mail ons

Overzicht

Leer de juiste woorden

Blogpost 4 Mar 2021

Denkend Aan Wat de Schrijvers Mij Vertelden
Toen Ik Jong Was (voor Muriel Rukeyser)

Kijk hard naar de wereld, zeiden ze –
vriendelijk als je dat kunt
opbrengen, maar hard. Om de
opvallende gegevens te zien,
moet je een beetje afstand bewaren,
absoluut. Leer de
juiste woorden voor de vele soorten
narigheid die je zult zien,
vermijd daarbij opgeklopte
vaagheden zoals ellende,
uitdaging. En vind voor jezelf
een gelijkwaardig scala aan exacte
termen voor vreugde, sommige
archaïsch, maar allemaal nuttig.

….

William Meredith: Partial Accounts, 1987
(eigen vertaling)

“Leer de juiste woorden … verzamel een scala aan exacte termen.” Dit is het hart van ‘Grammatica’, één van de Artes Liberales, de klassieke Vrije Kunsten, die ik als organisatiefilosoof toepas bij het begeleiden van bezinnende gesprekken in organisaties.

Grammatica, de kunst van het schrijven, van het vinden van woorden die werken, van het zodanig vastleggen van ideeën dat ze impact hebben. Het is ook de kunst van het correcte taalgebruik, de juiste spelling en zinsbouw – dat is wat wij er meestal onder verstaan. Maar het is veel meer dan dat. Gramma betekent letterlijk inkerving. Lettertekens waren oorspronkelijk inkervingen in steen, was of ander materiaal. Ook woorden kunnen ‘kerven’, ze kunnen een ‘afdruk’ achterlaten in onze geest, ze kunnen ‘indruk’ maken. Woorden raken in ons geheugen gegrift als ze zeggingskracht hebben en lading.

De platte taalopvatting in de organisatiekunde

Taal is van existentieel belang in ons mensenleven, maar in de organisatiekunde heerst een zeer simplistische en instrumentalistische visie op taal. In het handboek ‘Communication in Organizations’ (Molen & Gramsbergen-Hoogland, 2019, p. 1) lezen we:

“Organisaties zijn netwerken van mensen. Deze mensen dienen met elkaar te communiceren om de taken te realiseren die noodzakelijk zijn om de organisatiedoelen te bereiken.”

Susanne Piët opent haar ‘Het groot communicatie denkboek’ (2005) met:

“Communicatie is de verzameling signalen die waargenomen en geïnterpreteerd kunnen worden, al dan niet in overeenstemming met de bedoeling van de zender van die signalen.”

De kern van ‘Professionele Gespreksvoering’ (Reekers & Spijkerman 2010, p. 33) luidt:

“Het professionele gesprek is een instrument dat je als professional bewust inzet om doelen te bereiken”

Ten grondslag aan deze instrumentele duiding van communicatie en taal ligt het alom bekende ‘zender – ontvangermodel’:

Ik heb een idee in mijn hoofd, zet dat om in een talige code, verstuur dit naar de ander, deze decodeert dat en doorziet wat ik denk. Een model dat op allerlei manieren verweven is met het alledaags taalgebruik: “Zet je gedachten op papier”. “Je boodschap komt niet aan.” “Probeer het idee te pakken.”

Taal is leven

Maar de taalwending in de filosofie van de vorige eeuw heeft duidelijk gemaakt dat dit beeld niet klopt. Taal is geen neutraal medium dat tot onze beschikking staat. We kunnen nooit buiten onze taal stappen om te toetsen of ons begrip van de werkelijkheid klopt. Er bestaat geen taal zonder gemeenschap en woorden krijgen betekenis in hun gebruik (Wittgenstein). Woorden ontlenen hun betekenis niet aan de referentie naar objecten, maar door het verschil in betekenis met andere woorden (De Saussure, Foucault, Derrida). Kortom: taal is geen middel waarmee je de werkelijkheid kunt beschrijven en aan anderen voorschrijven.

Taal is onze levensvorm. Het bepaalt de wereld waarin wij leven. Taal vormt ons leven. Wil je anders leven, dan zal je een andere taal moeten ontwikkelen. Een gelukkig of mooi leven (Seneca: De Vita Beata) vraagt om elegant taalgebruik, schone letteren. Levenskunst is taalkunst. Dat geldt zeker in organisaties, de plek waar een groot deel van het menselijk leven zich dagelijks afspeelt. Wil je anders organiseren, dan zal je een andere taal moeten ontwikkelen. Organisatiekunde is taalkunst.

Het schrijven van een manifest

Eén toepassing van Grammatica die ik hier wil toelichten is de oefening ‘Persoonlijk Veranderkundig Manifest’ in Sioo’s ‘Succesvol Verandering Organiseren’, tijdens het slotseminar Waarden en Moreel Kompas. De eerste dag is gewijd aan enkele voorbereidende oefeningen: verwondering rond een onbenullig moment, stilstaan bij je eigen morele leermeesters, een Socratisch beraad rond een recent dilemma, het verkennen van de Kardinale Deugden (Moed, Maat, Wijsheid en Rechtvaardigheid) en de ideale middenpositie volgens Aristoteles. De ochtend van de tweede dag werken de deelnemers – in afwisselende schrijf- en redactierondes – aan hun eigen visie op mens, organisatie, veranderen, tijdgeest en samenleving

Een manifest is een openlijke verklaring van een persoon of een groep. Het woord is afgeleid van het Latijnse ‘manus’, hand, en ‘festus’, gegrepen, wat tezamen zoveel betekent als: ‘op heterdaad betrapt’, ‘in de kraag gevat’, en vandaar ook ‘openlijk’, ‘duidelijk’. Het bevat een beknopte, meestal puntsgewijze, weergave van standpunten of uitgangspunten. Het persoonlijk manifest heeft in essentie slechts één bewering, één overtuiging. Die overtuiging is nauw verweven met het eigen, persoonlijk vakmanschap, maar drukt ook iets uit over de professie als geheel of het menselijk leven in het algemeen.

Adolf Loos formuleert het in zijn architectonisch manifest ‘Ornament en Misdaad’ (1908) zo:

“Ik heb de wereld verrijkt met de navolgende conclusie: Evolutie van de cultuur is synoniem met het verwijderen van het ornament van het gebruiksvoorwerp. (…) Maar er zijn duisterlingen die dat niet dulden. De mensheid moet van hen verder zuchten onder het juk van het ornament.”

Het manifest van Adolf Loos is opgevolgd door een aantal andere, spraakmakende en invloedrijke manifesten in de kunst: het Futuristisch Manifest (1909), het Dadaïstisch Manifest (1916) het Constructivistisch Manifest (1921), het Surrealistisch Manifest (1924) en het Oprichtingsmanifest van Het Bauhaus van Walter Gropius (1918). Andere beroemde voorbeelden zijn: Het Communistisch Manifest van Marx en Engels (1848) en Beantwoording van de vraag: Wat is Verlichting? van Immanuel Kant (1784).

De leergangdeelnemers treden in de voetsporen van deze reuzen en formuleren hún boodschap aan de (organisatie)wereld. Dat doen ze niet alleen inhoudelijk stevig, maar ook stilistisch fraai. Ze hanteren ander taalgebruik dan hun gebruikelijke. Ze leren de juiste woorden.

Enkele voorbeeldfragmenten:

Over organisatieverandering

Vijf deugden van verschilligheid

  1. Kraak het onbenul. Zoek de betekenis in jouw leven.
  2. Wees welwillend. Laat ketens ontstaan door een goed voorbeeld te zijn. Onderdruk je vooringenomenheid.
  3. Vraag om nuance. In de subtiliteit zit kracht en effectiviteit. 
  4. Sta op waar je denkt dat dit nodig is. Als je steeds naast je kijkt zie je niet dat anderen zijn gaan volgen.
  5. Geniet van de rit. Jouw blijheid steekt anderen aan.

Over samenwerken

Jezelf zijn doe je samen. … Als ik te weinig vrijheid ervaar, word ik ongelukkig, omdat mijn zelfbeschikking in het gedrang komt. Als ik te veel vrijheid ervaar (of neem) dan kan ik niet zorgzaam zijn. Het is een continu zoeken naar het juiste midden.

Over interim-management

Een stille, geruisloze kracht
Aanwezig waar ik moet zijn
Afwezig waar ik niet moet zijn

Ik ken iedereen
Weinigen kennen mij

Vol trots zie ik ze schitteren in de spotlights
Mijn rol is voorbij
Op weg naar het volgende avontuur
Geruisloos in de schaduw

De deelnemers waarderen de ruimte die ze krijgen om te schrijven, gecombineerd met de richtlijnen die de vrije ruimte hanteerbaar maken. De slotronde, waarin ieder zijn of haar manifest voordraagt, is steeds weer een zinderende openbaring. Ervaring leert dat ze deze teksten jarenlang koesteren als een soort moreel kompas, een ‘ID’.

Mede door een oefening als deze wordt veranderkunde opgetild tot veranderkunst. De juiste woorden leren om de juiste verandering te creëren.

Deze tekst is deels afkomstig uit: ‘Over het Schone; 32 bespiegelingen over organiseren en begeleiden’ (Sioo, Mediawerf, 2020) Auteur Erik Boers is als docent betrokken bij ‘Succesvol Verandering Organiseren’ waarin hij slotseminar verzorgt.

Ontdek ‘Succesvol Verandering Organiseren’


In “Vrije Ruimte Praktijkboek” (Kessel, Boers & Mostert, Boom, 2008) staan 75 oefeningen voor de Vrije Kunsten uitgewerkt, waaronder 16 voor Grammatica.

Denkend Aan Wat de Schrijvers Mij Vertelden
Toen Ik Jong Was (voor Muriel Rukeyser)

Kijk hard naar de wereld, zeiden ze –
vriendelijk als je dat kunt
opbrengen, maar hard. Om de
opvallende gegevens te zien,
moet je een beetje afstand bewaren,
absoluut. Leer de
juiste woorden voor de vele soorten
narigheid die je zult zien,
vermijd daarbij opgeklopte
vaagheden zoals ellende,
uitdaging. En vind voor jezelf
een gelijkwaardig scala aan exacte
termen voor vreugde, sommige
archaïsch, maar allemaal nuttig.

….

William Meredith: Partial Accounts, 1987
(eigen vertaling)

“Leer de juiste woorden … verzamel een scala aan exacte termen.” Dit is het hart van ‘Grammatica’, één van de Artes Liberales, de klassieke Vrije Kunsten, die ik als organisatiefilosoof toepas bij het begeleiden van bezinnende gesprekken in organisaties.

Grammatica, de kunst van het schrijven, van het vinden van woorden die werken, van het zodanig vastleggen van ideeën dat ze impact hebben. Het is ook de kunst van het correcte taalgebruik, de juiste spelling en zinsbouw – dat is wat wij er meestal onder verstaan. Maar het is veel meer dan dat. Gramma betekent letterlijk inkerving. Lettertekens waren oorspronkelijk inkervingen in steen, was of ander materiaal. Ook woorden kunnen ‘kerven’, ze kunnen een ‘afdruk’ achterlaten in onze geest, ze kunnen ‘indruk’ maken. Woorden raken in ons geheugen gegrift als ze zeggingskracht hebben en lading.

De platte taalopvatting in de organisatiekunde

Taal is van existentieel belang in ons mensenleven, maar in de organisatiekunde heerst een zeer simplistische en instrumentalistische visie op taal. In het handboek ‘Communication in Organizations’ (Molen & Gramsbergen-Hoogland, 2019, p. 1) lezen we:

“Organisaties zijn netwerken van mensen. Deze mensen dienen met elkaar te communiceren om de taken te realiseren die noodzakelijk zijn om de organisatiedoelen te bereiken.”

Susanne Piët opent haar ‘Het groot communicatie denkboek’ (2005) met:

“Communicatie is de verzameling signalen die waargenomen en geïnterpreteerd kunnen worden, al dan niet in overeenstemming met de bedoeling van de zender van die signalen.”

De kern van ‘Professionele Gespreksvoering’ (Reekers & Spijkerman 2010, p. 33) luidt:

“Het professionele gesprek is een instrument dat je als professional bewust inzet om doelen te bereiken”

Ten grondslag aan deze instrumentele duiding van communicatie en taal ligt het alom bekende ‘zender – ontvangermodel’:

Ik heb een idee in mijn hoofd, zet dat om in een talige code, verstuur dit naar de ander, deze decodeert dat en doorziet wat ik denk. Een model dat op allerlei manieren verweven is met het alledaags taalgebruik: “Zet je gedachten op papier”. “Je boodschap komt niet aan.” “Probeer het idee te pakken.”

Taal is leven

Maar de taalwending in de filosofie van de vorige eeuw heeft duidelijk gemaakt dat dit beeld niet klopt. Taal is geen neutraal medium dat tot onze beschikking staat. We kunnen nooit buiten onze taal stappen om te toetsen of ons begrip van de werkelijkheid klopt. Er bestaat geen taal zonder gemeenschap en woorden krijgen betekenis in hun gebruik (Wittgenstein). Woorden ontlenen hun betekenis niet aan de referentie naar objecten, maar door het verschil in betekenis met andere woorden (De Saussure, Foucault, Derrida). Kortom: taal is geen middel waarmee je de werkelijkheid kunt beschrijven en aan anderen voorschrijven.

Taal is onze levensvorm. Het bepaalt de wereld waarin wij leven. Taal vormt ons leven. Wil je anders leven, dan zal je een andere taal moeten ontwikkelen. Een gelukkig of mooi leven (Seneca: De Vita Beata) vraagt om elegant taalgebruik, schone letteren. Levenskunst is taalkunst. Dat geldt zeker in organisaties, de plek waar een groot deel van het menselijk leven zich dagelijks afspeelt. Wil je anders organiseren, dan zal je een andere taal moeten ontwikkelen. Organisatiekunde is taalkunst.

Het schrijven van een manifest

Eén toepassing van Grammatica die ik hier wil toelichten is de oefening ‘Persoonlijk Veranderkundig Manifest’ in Sioo’s ‘Succesvol Verandering Organiseren’, tijdens het slotseminar Waarden en Moreel Kompas. De eerste dag is gewijd aan enkele voorbereidende oefeningen: verwondering rond een onbenullig moment, stilstaan bij je eigen morele leermeesters, een Socratisch beraad rond een recent dilemma, het verkennen van de Kardinale Deugden (Moed, Maat, Wijsheid en Rechtvaardigheid) en de ideale middenpositie volgens Aristoteles. De ochtend van de tweede dag werken de deelnemers – in afwisselende schrijf- en redactierondes – aan hun eigen visie op mens, organisatie, veranderen, tijdgeest en samenleving

Een manifest is een openlijke verklaring van een persoon of een groep. Het woord is afgeleid van het Latijnse ‘manus’, hand, en ‘festus’, gegrepen, wat tezamen zoveel betekent als: ‘op heterdaad betrapt’, ‘in de kraag gevat’, en vandaar ook ‘openlijk’, ‘duidelijk’. Het bevat een beknopte, meestal puntsgewijze, weergave van standpunten of uitgangspunten. Het persoonlijk manifest heeft in essentie slechts één bewering, één overtuiging. Die overtuiging is nauw verweven met het eigen, persoonlijk vakmanschap, maar drukt ook iets uit over de professie als geheel of het menselijk leven in het algemeen.

Adolf Loos formuleert het in zijn architectonisch manifest ‘Ornament en Misdaad’ (1908) zo:

“Ik heb de wereld verrijkt met de navolgende conclusie: Evolutie van de cultuur is synoniem met het verwijderen van het ornament van het gebruiksvoorwerp. (…) Maar er zijn duisterlingen die dat niet dulden. De mensheid moet van hen verder zuchten onder het juk van het ornament.”

Het manifest van Adolf Loos is opgevolgd door een aantal andere, spraakmakende en invloedrijke manifesten in de kunst: het Futuristisch Manifest (1909), het Dadaïstisch Manifest (1916) het Constructivistisch Manifest (1921), het Surrealistisch Manifest (1924) en het Oprichtingsmanifest van Het Bauhaus van Walter Gropius (1918). Andere beroemde voorbeelden zijn: Het Communistisch Manifest van Marx en Engels (1848) en Beantwoording van de vraag: Wat is Verlichting? van Immanuel Kant (1784).

De leergangdeelnemers treden in de voetsporen van deze reuzen en formuleren hún boodschap aan de (organisatie)wereld. Dat doen ze niet alleen inhoudelijk stevig, maar ook stilistisch fraai. Ze hanteren ander taalgebruik dan hun gebruikelijke. Ze leren de juiste woorden.

Enkele voorbeeldfragmenten:

Over organisatieverandering

Vijf deugden van verschilligheid

  1. Kraak het onbenul. Zoek de betekenis in jouw leven.
  2. Wees welwillend. Laat ketens ontstaan door een goed voorbeeld te zijn. Onderdruk je vooringenomenheid.
  3. Vraag om nuance. In de subtiliteit zit kracht en effectiviteit. 
  4. Sta op waar je denkt dat dit nodig is. Als je steeds naast je kijkt zie je niet dat anderen zijn gaan volgen.
  5. Geniet van de rit. Jouw blijheid steekt anderen aan.

Over samenwerken

Jezelf zijn doe je samen. … Als ik te weinig vrijheid ervaar, word ik ongelukkig, omdat mijn zelfbeschikking in het gedrang komt. Als ik te veel vrijheid ervaar (of neem) dan kan ik niet zorgzaam zijn. Het is een continu zoeken naar het juiste midden.

Over interim-management

Een stille, geruisloze kracht
Aanwezig waar ik moet zijn
Afwezig waar ik niet moet zijn

Ik ken iedereen
Weinigen kennen mij

Vol trots zie ik ze schitteren in de spotlights
Mijn rol is voorbij
Op weg naar het volgende avontuur
Geruisloos in de schaduw

De deelnemers waarderen de ruimte die ze krijgen om te schrijven, gecombineerd met de richtlijnen die de vrije ruimte hanteerbaar maken. De slotronde, waarin ieder zijn of haar manifest voordraagt, is steeds weer een zinderende openbaring. Ervaring leert dat ze deze teksten jarenlang koesteren als een soort moreel kompas, een ‘ID’.

Mede door een oefening als deze wordt veranderkunde opgetild tot veranderkunst. De juiste woorden leren om de juiste verandering te creëren.

Deze tekst is deels afkomstig uit: ‘Over het Schone; 32 bespiegelingen over organiseren en begeleiden’ (Sioo, Mediawerf, 2020) Auteur Erik Boers is als docent betrokken bij ‘Succesvol Verandering Organiseren’ waarin hij slotseminar verzorgt.

Ontdek ‘Succesvol Verandering Organiseren’


In “Vrije Ruimte Praktijkboek” (Kessel, Boers & Mostert, Boom, 2008) staan 75 oefeningen voor de Vrije Kunsten uitgewerkt, waaronder 16 voor Grammatica.