Mail ons

Overzicht

“Leidinggeven gaat over contact en meebewegen, zonder contact geen invloed”

Blogpost 25 Jun 2020

Bestuurders maken zware tijden mee, een ‘derde plek’ waar zij los kunnen komen van de organisatie is dan belangrijker dan ooit. Niet in het minst als die derde plek voor mooie analogieën met het organisatieleven en de opdracht van bestuurders en middelmanagers zorgt. We vroegen Sioo-alumnus, voormalig president-directeur Prorail en huidig CEO van Transdev Pier Eringa om ons een kijkje te gunnen in zijn ‘derde plek’ en een mening te vormen over het nieuwe boek van de Belgische leiderschaps- en veranderexperts Koen Marichal, Jesse Segers, en Daan Sorgeloos ‘Leading from the middle’. Hij kwam met een opvallende vergelijking…  “De grootste leermeesters bij mij thuis zijn Belgische trekpaarden.”

Regelmatig krijg ik de vraag waar ik mijn inspiratie vandaan haal en op welke wijze ik mijn kennis en vaardigheden op het gebied van leidinggeven en besturen bijhoud. Een mooie vraag, omdat ik denk dat mensen graag een baas zien die blij rondloopt en laat zien dat hij of zij up-to-date is in het vak van managen of leidinggeven. Ik weet dat deskundigen een onderscheid maken tussen managen en leidinggeven, maar voor mij is het hetzelfde: zorgen dat mensen hun werk kunnen doen om de organisatie verder te helpen. Ieder jaar probeer ik ten minste één training of cursus te volgen. Dat gun ik iedereen. Even uit de vertrouwde omgeving met andere mensen nadenken over hoe je nog beter kunt worden in je vak.

“De beste en eerlijkste feedback krijg je, volgens mij, van je partner en kinderen. Een casus van het werk voorleggen, je eigen aanpak voorleggen en hen vragen wat ze ervan vinden, levert heel veel op!”

Daarnaast lees ik meerdere managementboeken per jaar. Soms valt dat tegen, maar regelmatig pik ik er toch zaken uit die ik probeer toe te passen. Dingen anders doen dan je deed of bevestigd worden in je stijl, vaardigheden of denkwijzen. Een andere bron van inspiratie is het thuisfront. De beste en eerlijkste feedback krijg je, volgens mij, van je partner en kinderen. Een casus van het werk voorleggen, je eigen aanpak voorleggen en hen vragen wat ze ervan vinden, levert heel veel op! Ook dieren zijn voor mij belangrijk. Het voeren van de kippen geeft geen grote opbrengst. Het omgaan met de katten en honden levert al een betere spiegel op, maar de grootste leermeesters bij mij thuis zijn Belgische trekpaarden.

Vrijheid en ruimte

Belgische trekpaarden zijn zogenaamde koudbloedpaarden. Paarden met een rustig karakter en met heel veel kracht, brute kracht. We hebben er twee. Een paard weegt ongeveer duizend kilo. Hoefijzers hebben ze niet, omdat ze niet vaak op de verharde weg lopen. De nieuwste inzichten zijn dat het beter is om paarden dan juist geen hoefijzers onder te doen. Hoefijzers hebben als bijwerking dat het zogenaamde hoefmechanisme (het openen en sluiten van de hoef) wordt beperkt. Veel beter is het de hoef de vrijheid en ruimte te geven. De vraag is hoeveel organisaties nog op hoeven lopen. Ook zonder ijzers moeten paarden wel worden bekapt. Het bekappen is een vorm van nagels knippen. Al snel werd het voor mij moeilijk om hoefsmeden te vinden die onze Belgen wilden bekappen. Het is heel zwaar werk! Daarom heb ik zelf een cursus ‘Hoefbekappen’ gevolgd.

Ik ben geen paardenspecialist. Het bekappen van de paarden heeft mij heel veel geleerd. Vooral over het principe: zonder contact geen invloed. Trekpaarden zijn beresterk. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat ze je vrijwillig hun hoeven aanbieden om verzorgd en bekapt te worden? Dat gaat zo. Eerst maak je een goed contact met het paard. Jij krijgt dat gevoel van het paard overgedragen; hij voelt hoe jij in de situatie zit. Als het goed is, leidt dat ertoe dat je het voorbeen van het paard mag optillen, sterker nog: het paard biedt de hoef aan. Daarna kun je samen aan het werk. Samen, omdat het paard zo nu en dan de behoefte heeft even ‘voet aan de grond te zetten’. Je hiertegen verzetten kost heel veel kracht. Meebewegen dus!

Veel spannender zijn de achterbenen. Je kunt in twee vervelende situaties terechtkomen. Of ze gaan met hun volle gewicht in het been hangen, of ze trappen naar achteren. Het hangen is heel erg vervelend. Zelfs met de beste kaptechniek, waarbij je je bovenbenen gebruikt en niet je rug, is het niet te doen om 250 kilo of meer op te vangen. Bij het trappen van het paard moet je het gevoel ontwikkelen dat je de spanning al aanvoelt bij het dier. De kunst is dan op tijd los te laten. Er komt meer bij kijken. Veel staat en valt met goed materiaal. Een scherpe tang, scherpe messen. En ook: paarden zijn gevoelig voor beloning en gevoelig voor stemgebruik. Belonen en goed stemgebruik dus. Ook iets voor leidinggevenden?

Meebewegen

Eigenlijk ben ook ik een leidinggevende ‘in het midden’. Ook aan de top zit je tussen verschillende niveaus in. En ik ben dan misschien wel strategisch bezig, maar zonder contact met de uitvoering loop ik evenveel risico als een bekapper van een trekpaard die niet eerst het vertrouwen krijgt. Dat is wat het nieuwe boek van Marichal, Segers, en Sorgeloos zo mooi bepleit: alle managementmodellen ten spijt, leidinggeven gaat over contact en meebewegen. Contact tussen mensen aan de top, in het midden, onderin. En meebewegen met elkaar. Het boek vertrekt dan ook vanuit levensechte verhalen van mensen in het midden. Ze nemen het voortouw, weten wat er speelt en weten hoe ze het spel moeten spelen. Heel veel serieuzer moeten we het ook niet nemen. Veel managers nemen hun vak te serieus en gebruiken een taal die te ver van de uitvoering staat. Soms is het gewoon het bekappen van hoeven om lekker te kunnen lopen.

“Eigenlijk ben ook ik een leidinggevende ‘in het midden’. Ook aan de top zit je tussen verschillende niveaus in. En ik ben dan misschien wel strategisch bezig, maar zonder contact met de uitvoering loop ik evenveel risico als een bekapper van een trekpaard die niet eerst het vertrouwen krijgt.”

Maar het kan ook zwaar zijn, dat mensenwerk in het midden, net zoals het bekappen van een paard. Ik heb zelf een hoefstal geïnstalleerd. Dat is een ijzeren frame waarin je paarden kunt brengen en hun benen kunt fixeren, zodat het bekappen makkelijker gaat. Dat vraagt wel om een investering, namelijk in een hoefstal zelf en het ontwikkelen van bedieningsvaardigheden. Het boek brengt naast de verhalen inzichten en kennis samen uit de wetenschap die kunnen helpen bij organisatieontwikkeling. Dit boek wil bij wijze van spreken een soort hoefstal zijn. Organisaties hebben een hoefstal nodig waarmee ze hun middenveld kunnen openbreken en ontwikkelen. Mensen in het midden kunnen dan vrijer leren om impact te ontwikkelen, naar boven, naar beneden en naar opzij.

Meer weten over bewegen in het midden? Ontdek Leading from the middle en ontdek de Sioo Alumnidag, waar het boek officieel gepresenteerd wordt.

Bestuurders maken zware tijden mee, een ‘derde plek’ waar zij los kunnen komen van de organisatie is dan belangrijker dan ooit. Niet in het minst als die derde plek voor mooie analogieën met het organisatieleven en de opdracht van bestuurders en middelmanagers zorgt. We vroegen Sioo-alumnus, voormalig president-directeur Prorail en huidig CEO van Transdev Pier Eringa om ons een kijkje te gunnen in zijn ‘derde plek’ en een mening te vormen over het nieuwe boek van de Belgische leiderschaps- en veranderexperts Koen Marichal, Jesse Segers, en Daan Sorgeloos ‘Leading from the middle’. Hij kwam met een opvallende vergelijking…  “De grootste leermeesters bij mij thuis zijn Belgische trekpaarden.”

Regelmatig krijg ik de vraag waar ik mijn inspiratie vandaan haal en op welke wijze ik mijn kennis en vaardigheden op het gebied van leidinggeven en besturen bijhoud. Een mooie vraag, omdat ik denk dat mensen graag een baas zien die blij rondloopt en laat zien dat hij of zij up-to-date is in het vak van managen of leidinggeven. Ik weet dat deskundigen een onderscheid maken tussen managen en leidinggeven, maar voor mij is het hetzelfde: zorgen dat mensen hun werk kunnen doen om de organisatie verder te helpen. Ieder jaar probeer ik ten minste één training of cursus te volgen. Dat gun ik iedereen. Even uit de vertrouwde omgeving met andere mensen nadenken over hoe je nog beter kunt worden in je vak.

“De beste en eerlijkste feedback krijg je, volgens mij, van je partner en kinderen. Een casus van het werk voorleggen, je eigen aanpak voorleggen en hen vragen wat ze ervan vinden, levert heel veel op!”

Daarnaast lees ik meerdere managementboeken per jaar. Soms valt dat tegen, maar regelmatig pik ik er toch zaken uit die ik probeer toe te passen. Dingen anders doen dan je deed of bevestigd worden in je stijl, vaardigheden of denkwijzen. Een andere bron van inspiratie is het thuisfront. De beste en eerlijkste feedback krijg je, volgens mij, van je partner en kinderen. Een casus van het werk voorleggen, je eigen aanpak voorleggen en hen vragen wat ze ervan vinden, levert heel veel op! Ook dieren zijn voor mij belangrijk. Het voeren van de kippen geeft geen grote opbrengst. Het omgaan met de katten en honden levert al een betere spiegel op, maar de grootste leermeesters bij mij thuis zijn Belgische trekpaarden.

Vrijheid en ruimte

Belgische trekpaarden zijn zogenaamde koudbloedpaarden. Paarden met een rustig karakter en met heel veel kracht, brute kracht. We hebben er twee. Een paard weegt ongeveer duizend kilo. Hoefijzers hebben ze niet, omdat ze niet vaak op de verharde weg lopen. De nieuwste inzichten zijn dat het beter is om paarden dan juist geen hoefijzers onder te doen. Hoefijzers hebben als bijwerking dat het zogenaamde hoefmechanisme (het openen en sluiten van de hoef) wordt beperkt. Veel beter is het de hoef de vrijheid en ruimte te geven. De vraag is hoeveel organisaties nog op hoeven lopen. Ook zonder ijzers moeten paarden wel worden bekapt. Het bekappen is een vorm van nagels knippen. Al snel werd het voor mij moeilijk om hoefsmeden te vinden die onze Belgen wilden bekappen. Het is heel zwaar werk! Daarom heb ik zelf een cursus ‘Hoefbekappen’ gevolgd.

Ik ben geen paardenspecialist. Het bekappen van de paarden heeft mij heel veel geleerd. Vooral over het principe: zonder contact geen invloed. Trekpaarden zijn beresterk. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat ze je vrijwillig hun hoeven aanbieden om verzorgd en bekapt te worden? Dat gaat zo. Eerst maak je een goed contact met het paard. Jij krijgt dat gevoel van het paard overgedragen; hij voelt hoe jij in de situatie zit. Als het goed is, leidt dat ertoe dat je het voorbeen van het paard mag optillen, sterker nog: het paard biedt de hoef aan. Daarna kun je samen aan het werk. Samen, omdat het paard zo nu en dan de behoefte heeft even ‘voet aan de grond te zetten’. Je hiertegen verzetten kost heel veel kracht. Meebewegen dus!

Veel spannender zijn de achterbenen. Je kunt in twee vervelende situaties terechtkomen. Of ze gaan met hun volle gewicht in het been hangen, of ze trappen naar achteren. Het hangen is heel erg vervelend. Zelfs met de beste kaptechniek, waarbij je je bovenbenen gebruikt en niet je rug, is het niet te doen om 250 kilo of meer op te vangen. Bij het trappen van het paard moet je het gevoel ontwikkelen dat je de spanning al aanvoelt bij het dier. De kunst is dan op tijd los te laten. Er komt meer bij kijken. Veel staat en valt met goed materiaal. Een scherpe tang, scherpe messen. En ook: paarden zijn gevoelig voor beloning en gevoelig voor stemgebruik. Belonen en goed stemgebruik dus. Ook iets voor leidinggevenden?

Meebewegen

Eigenlijk ben ook ik een leidinggevende ‘in het midden’. Ook aan de top zit je tussen verschillende niveaus in. En ik ben dan misschien wel strategisch bezig, maar zonder contact met de uitvoering loop ik evenveel risico als een bekapper van een trekpaard die niet eerst het vertrouwen krijgt. Dat is wat het nieuwe boek van Marichal, Segers, en Sorgeloos zo mooi bepleit: alle managementmodellen ten spijt, leidinggeven gaat over contact en meebewegen. Contact tussen mensen aan de top, in het midden, onderin. En meebewegen met elkaar. Het boek vertrekt dan ook vanuit levensechte verhalen van mensen in het midden. Ze nemen het voortouw, weten wat er speelt en weten hoe ze het spel moeten spelen. Heel veel serieuzer moeten we het ook niet nemen. Veel managers nemen hun vak te serieus en gebruiken een taal die te ver van de uitvoering staat. Soms is het gewoon het bekappen van hoeven om lekker te kunnen lopen.

“Eigenlijk ben ook ik een leidinggevende ‘in het midden’. Ook aan de top zit je tussen verschillende niveaus in. En ik ben dan misschien wel strategisch bezig, maar zonder contact met de uitvoering loop ik evenveel risico als een bekapper van een trekpaard die niet eerst het vertrouwen krijgt.”

Maar het kan ook zwaar zijn, dat mensenwerk in het midden, net zoals het bekappen van een paard. Ik heb zelf een hoefstal geïnstalleerd. Dat is een ijzeren frame waarin je paarden kunt brengen en hun benen kunt fixeren, zodat het bekappen makkelijker gaat. Dat vraagt wel om een investering, namelijk in een hoefstal zelf en het ontwikkelen van bedieningsvaardigheden. Het boek brengt naast de verhalen inzichten en kennis samen uit de wetenschap die kunnen helpen bij organisatieontwikkeling. Dit boek wil bij wijze van spreken een soort hoefstal zijn. Organisaties hebben een hoefstal nodig waarmee ze hun middenveld kunnen openbreken en ontwikkelen. Mensen in het midden kunnen dan vrijer leren om impact te ontwikkelen, naar boven, naar beneden en naar opzij.

Meer weten over bewegen in het midden? Ontdek Leading from the middle en ontdek de Sioo Alumnidag, waar het boek officieel gepresenteerd wordt.