Mail ons

Overzicht

Vrijwillig of verplicht leren? Een dilemma bij organisatieontwikkeling - II

Blogpost 20 Dec 2021

Vrijwillig of verplicht leren: een gevoelige vraag in een onzekere tijd waarbij COVID-19 ons nog steeds in de greep houdt. Toch zitten mensen niet bij de pakken neer en willen zich ontwikkelen. Professionals kloppen nog steeds aan bij Sioo voor opleidingen, workshops en masterclasses. Opvallend is dat er steeds meer incompany aanvragen van organisaties binnenkomen, ook tijdens deze coronacrisis. Een op maat gemaakt traject is kennelijk een prioriteit. Wie is de drijvende kracht hierachter? Willen mensen dat zelf of is het omdat de leiding dat wil? In een tweeluik sta ik stil bij deze vragen, lees hier deel 1. Hieronder deel 2 waarbij ik een persoonlijke casus onder de loep neem en te rade ga bij twee opvallende vrijheids- en verantwoordelijkheidsdenkers: Jean-Paul Sartre en Emmanuel Levinas.

‘De mens is vrijheid’

Hij is al meer dan 30 jaar geleden overleden maar de Franse filosoof Jean-Paul Sartre wijst mij enigszins de weg in de moeilijkheid die de begrippen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ met zich meebrengt. Sartre was een kind van zijn tijd, getekend door de verschrikkingen van twee opeenvolgende wereldoorlogen. Na de Tweede Wereldoorlog moest het hele idee van vrijheid als een feniks uit de as herrijzen. In Frankrijk en in heel Europa is het besef van individuele vrijheid met de grond gelijkgemaakt. Collectief opgebouwde kaders en de georganiseerde samenleving zijn kapotgeschoten. De eigen betekenisgeving en waardering van het leven? Vernietigd. Wat is er dan nog over? Dat iemand bestaat, zegt Sartre. Daar gaat het om. Existentie. Je bent er en je bent in essentie vrij ook al zijn er zware omstandigheden. Je kunt ‘nee’ zeggen. ‘De mens is vrijheid.’

“Voor Sartre is het evident: ‘De mens kan niet nu eens vrij zijn en dan weer slaaf: hij is geheel en altijd vrij ‘ou il n’est pas’ (of hij is het niet).”

Voor Sartre is het evident: ‘De mens kan niet nu eens vrij zijn en dan weer slaaf: hij is geheel en altijd vrij ‘ou il n’est pas’ (of hij is het niet). Sartre weigert te erkennen dat de mens een beetje vrij en tegelijkertijd een beetje slaaf kan zijn. ‘Men moet bewust zijn om te kiezen en men moet kiezen om bewust te zijn. Keuze en bewustzijn zijn een en hetzelfde.’ Zolang je slaaf bent, compleet onderworpen, dan is je vrijheid ingeperkt. Ben je dat niet dan is het menselijk bewustzijn vrij en die vrijheid maakt dat je zelf keuzes maakt, wat die keuzes ook zijn. Die verantwoordelijkheid kun je niet afschuiven.

Ondertussen in de organisatiekeuken…

Het contact dat mijn collega en ik met de stuurgroep hebben, evolueert in een steeds meer openhartige samenwerking. De mensen in de stuurgroep komen steeds meer tevoorschijn en wij ook. Mede door het vele thuiswerken wil de bestuurder, die als opdrachtgever deel uitmaakt van de stuurgroep, nu toch echt eens werk maken van verbinding, ontmoeting, gezamenlijkheid en persoonlijke leiderschapsontwikkeling. Ze wil mensen in de gelegenheid stellen zichzelf te ontwikkelen en op een interactieve wijze kennis en kunde laten verwerven. Het budget is ook al geoormerkt. De knop is om. We bespreken de vrijwillige deelname. De hele stuurgroep waarin enkele professionals uit de beoogde doelgroep zitting nemen, zit ermee in hun maag. Wel zonde als straks maar de helft komt opdagen. Mijn collega en ik bespeuren angst en een behoefte aan controle. We maken dat bespreekbaar en vragen daarna of het misschien toch zou kunnen werken, die vrijwillige aanmelding? Eigenaarschap in het leren, de eigen vrijheidsgraden benutten, dat is belangrijk, zo horen we. Dat men zich vrij voelt om meer verantwoordelijkheid te nemen, dat zou toch mooi zijn volgens de stuurgroep. We noemen het in het gesprek ‘B’. En tegelijkertijd is er nog steeds het idee dat iedere professional die men op het oog heeft, mee moet doen. We noemen dit ‘A’.

Onze schoorsteen moet ook roken

De in te zetten beweging door een interactief, inclusief en uitnodigend leiderschapsprogramma voor professionals open te zetten en samen te leren is typisch B, stellen we vast maar de uitvoering begint op zijn A’s bij de vooraf bepaalde, verplichte deelname. Is dat wel een wenselijke insteek? Past deze A-achtige aanmeldingsprocedure bij de wereld van B? Het is een spannende verkenning. Ondanks dat onze teksten rationeel lijken te kloppen en mijn collega en ik de dialoog met goede intenties willen voeren, voelt het dubbel bij ons. Ongeacht de uitkomst willen we namelijk graag aan de slag. Zo vrij voelen we ons nou ook weer niet. We willen deze klus graag doen. Corona heeft het er natuurlijk qua marktomstandigheden niet makkelijker op gemaakt. Onze economische vrijheid speelt ons parten. De schoorsteen moet natuurlijk bij ons ook roken. Over ‘vrijwillig’ en ‘verplicht’ gesproken. Vanuit het gedachtengoed van Sartre kijk ik in deze voorbije casus naar ‘te goeder trouw’ en ‘te kwader trouw’, een belangrijke thematiek in zijn oeuvre. Hoe definieert Sartre deze termen? Te goeder trouw komt erop neer dat je je volop bewust bent, niet vlucht voor je verantwoordelijkheid, je ogen niet sluit voor wat er in je omgaat. ‘Het beest in de bek kijken’ om met wijlen Denker des Vaderlands René Gude te spreken die daarmee illustreert dat het engagement dat hierbij hoort, zeker niet makkelijk is. De keerzijde van deze’ Sartriaanse medaille’ is te kwader trouw hetgeen wil zeggen dat je je ogen sluit voor wat je wél weet. Je houdt jezelf voor de gek en maakt je eigen poppenkast. Zelfbedrog dus.

Discomfort

In mijn casus identificeer ik drie ‘stakeholders’: de opdrachtgever (en in het verlengde: de stuurgroep), de doelgroep (de deelnemers aan het incompany-traject) en de ‘contractant’ (mijn collega en ik namens Sioo waarbij ik de contactpersoon ben voor de stuurgroep en opdrachtgever) van het te ontwikkelen incompany-programma voor de beoogde professionals. De voor de hand liggende zoektocht – als we door de bril turen die Sartre ons aanreikt – is gericht op de zone waar alle drie de stakeholders te goeder trouw handelen. Dat is waar de opdrachtgever iedereen vrijlaat, niet domineert, niks dicteert noch forceert. Het is óók de zone waar zowel de professionals (annex de doelgroep) als mijn collega en ik bewust handelen, zonder oogkleppen en zonder schone schijn. Een zone waarin alle stakeholders maximaal inzetten op hun eigen, individuele vrijheid. Dat brengt me bij een ander belangrijk onderdeel in Sartres filosofie:’ l ‘enfer c’est les autres’ (de hel, dat zijn de anderen). Anderen maken ons tot een ‘object’ door gemaakte keuzes. Een gestold oordeel is het gevolg. Daarmee ontnemen ze de individuele mens de kans om zichzelf door andere keuzes opnieuw te bepalen. Anderen zijn een sta-in-de-weg bij (hernieuwde) radicale, persoonlijke vrijheid. Het komt dus op jezelf aan om die vrijheid te verinnelijken en je eigen zelfstandige keuzes te maken.

“Terwijl ik grasduin in Levinas’ gedachtegoed krijgt de individuele vrijheid – waar Sartre zich zo hard voor maakt – voor mij meer levendigheid en verbinding.

Sartre breekt een lans voor het individu en zet die op de troon van zichzelf. Die zelfliefde is uit mijn hart gegrepen en kan ik plaatsen in de tijd van Sartre maar toch wringt er iets bij mij. Een soort scheiding van de sociale omgeving die oncomfortabel aanvoelt. Het strookt niet met mijn casus en wat ik in de werkelijkheid ervaar. Ik mis de onderlinge afhankelijkheden die over en weer bestaan tussen de opdrachtgever, de doelgroep, mijn collega en mezelf. Als ik het erover heb met een collega tipt hij me op de eind vorige eeuw overleden Emmanuel Levinas, tijdgenoot van Sartre en Joods-Frans filosoof.  Terwijl ik grasduin in Levinas’ gedachtegoed krijgt de individuele vrijheid – waar Sartre zich zo hard voor maakt – voor mij meer levendigheid en verbinding.

Ondertussen in de organisatiekeuken…

‘Eigenaarschap activeren’ wordt steeds meer de rode draad terwijl we de start van het incompany-traject voorbereiden met de stuurgroep. De stuurgroep zet hierover een mailbericht op intranet, specifiek bestemd voor de professionals die men op het oog heeft. De geest is uit de fles maar er zijn nog steeds wel wat twijfels en bedenkingen. Doen we hier goed aan? Gaan mensen zich daadwerkelijk aanmelden voor deze leerreis? Hoe de zelfsturende professionals te erkennen die misschien wel maar misschien ook wel niet mee willen doen? En hoe dat te verbinden met de economische, bedrijfsmatige kant die er is: een organisatie die investeert in een ontwikkeltraject en die zich daarmee wil versterken en graag ziet dat er een voltallige groep professionals is die meedoet. En hoe dat dan weer af te stemmen op sommige mensen die het eigenlijk wel prima vinden dat de werkgever in eerste instantie even het voortouw neemt bij belangrijke beslissingen omdat ze het gevoel hebben al zoveel zelf te moeten doen en beslissen. Ik moet denken aan een bord spaghetti: trek aan één sliert en voordat je er erg in hebt ligt het hele bord op je schoot.

Respons

Levinas zet kanttekeningen bij het uitgangspunt dat er sinds de Verlichting is om het ‘ik’ en het eigen, zelfstandige denken in het centrum van de mentale beleving te plaatsen. Levinas kijkt fundamenteel anders dan Sartre ondanks dat ze beide existentialisten waren waarbij het kort gezegd gaat om het centraal stellen van individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. Hij was een polyglot, veeltalig. Levinas overleefde het Duitse krijgsgevangenschap en was werkzaam als tolk waarbij het een eerste natuur is om je te richten op anderen. In zijn werk is de spotlight stelselmatig ook op die Ander gefocust. Dit komt ook tot uiting in zijn schrijfwijze, de hoofdletter A. De Ander is iemand die een doorlopend beroep doet op onze verantwoordelijkheid. Levinas reikt mij de helpende hand in mijn gepuzzel omtrent de vraag die ik me in deze blog stel: vrijwillig of verplicht leren bij incompany- en maatwerktrajecten? Vrij vertaald naar Levinas dragen we altijd en overal verantwoordelijkheid voor elkaar. In het woord ‘verantwoordelijkheid’ staat het woord ‘antwoord’. Antwoord geven op elkaars vragen en noden is onontkoombaar. In het Engels is het ’responsibility’: het vermogen om respons te geven. ‘Interdependentie’ is het sleutelbegrip. Op elkaar aangewezen zijn. Dat maakt het er niet eenvoudiger op omdat het van ons vraagt om ons steeds tot elkaar te verhouden met alle variabelen die er zijn.

“We hebben elkaar nodig om onze imperfecties op te vangen en te dealen met de hitte in de keuken. Is er daarmee een bevredigend en helder antwoord op mijn vraag? Tja, wie zal het zeggen. Helaas is het niet zwart-wit.”

De ingebakken spanningsvelden en de moeite die dat steeds kost, zijn inherent maar de afhankelijkheden en samenhang net zo goed. Of een maatwerktraject verplicht gesteld wordt of op basis van vrijwilligheid: het is niet eenduidig en eendimensionaal. Er is altijd een specifieke context, er zijn altijd verschillende motieven en betekenissen die vaak tegelijkertijd spelen bij zowel de opdrachtgever, de doelgroep(en) en ook bij de opdrachtnemer. Er klinkt doorlopend een ‘roep’ en er wordt dan ook doorlopend een beroep gedaan op elkaars behoeften. 

Voordat het gerecht op tafel komt…

Samenwerking is onontbeerlijk en door toenemend gedeeld leiderschap in organisaties wordt het steeds drukker in de organisatiekeuken. Er is veel te ontdekken in een complexe en ongewisse tijd waarin maar weinig recepten bekend en beschikbaar zijn. Moeten professionals verplicht worden bij de ontwikkeling van zichzelf en hun organisaties of moeten ze vanuit zichzelf in actie komen? Sartre, Levinas en wat ik in hedendaagse organisaties ervaar, dagen me uit om ruimte te maken voor deze vraag. Wetende dat het menselijk bewustzijn en onze vrijheid een groot goed is, wetende dat we het met elkaar moeten rooien en wetende dat het menselijk tekort maakt dat we allemaal struikelen en fouten maken. We hebben elkaar nodig om onze imperfecties op te vangen en te dealen met de hitte in de keuken. Is er daarmee een bevredigend en helder antwoord op mijn vraag? Tja, wie zal het zeggen. Helaas is het niet zwart-wit. Een volmondig ja of nee is te simplistisch en gaat voorbij aan de meervoudigheid: de verschillen in belangen, de variëteit in behoeften, de menselijke diversiteit. Een kant en klare ‘Twitterzin’ is er niet. De stelling die ik naar voren wil schuiven is om oog te hebben voor de interdependenties, onze onderlinge afhankelijkheden. En om tijd te nemen voor het start- en entreeproces bij incompany en maatwerktrajecten. Om de vraag ‘vrijwillig of verplicht leren?’, voluit aan te kijken.

Meer lezen over dit thema of onze expertise?
Ontdek de verkennende blog van rector Jesse Segers ‘Leiderschap en vrijheid: een historisch spannend huwelijk’, lees deel I van dit tweeluik en lees meer over onze incompany-aanpak


Bronnen
Sartre, Jean-Paul (2010). Het zijn en het niet. Originele titel: L’être et le neant. Essai d’ontologie phénoménolique (1943).
Bodelier, R. (2019). Kosmopolieten. Grote filosofen over een betere wereld voor iedereen.
Keij, J (2017). De filosofie van Emmanuel Levinas. In haar samenhang verklaard voor iedereen.
Oosterwijk, Meike (2005). Nog altijd gedoemd tot vrijheid. Trouw, 15 april 2005.
Van den Berg, J., Ham, M. (2018). De verzorgingsstaat heeft zijn eigen vijanden gebaard – hoogleraar Willem Trommel herneemt klassiek boek van Abraham de Swaan. Socialevraagstukken.nl, 18 mei 2018
Derkse, W. (2021). Benedictijnse stuurmanskunst. Leidinggeven in dienst van de gemeenschap.
Filosofie.nl. De pagina’s https://www.filosofie.nl/filosoof/emmanuel-levinas/ en https://www.filosofie.nl/filosoof/jean-paul-sartre/
Wikipedia. De pagina’s https://nl.wikipedia.org/wiki/L%27être_et_le_néant en https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Paul_Sartre en https://nl.wikipedia.org/wiki/Emmanuel_Levinas

Vrijwillig of verplicht leren: een gevoelige vraag in een onzekere tijd waarbij COVID-19 ons nog steeds in de greep houdt. Toch zitten mensen niet bij de pakken neer en willen zich ontwikkelen. Professionals kloppen nog steeds aan bij Sioo voor opleidingen, workshops en masterclasses. Opvallend is dat er steeds meer incompany aanvragen van organisaties binnenkomen, ook tijdens deze coronacrisis. Een op maat gemaakt traject is kennelijk een prioriteit. Wie is de drijvende kracht hierachter? Willen mensen dat zelf of is het omdat de leiding dat wil? In een tweeluik sta ik stil bij deze vragen, lees hier deel 1. Hieronder deel 2 waarbij ik een persoonlijke casus onder de loep neem en te rade ga bij twee opvallende vrijheids- en verantwoordelijkheidsdenkers: Jean-Paul Sartre en Emmanuel Levinas.

‘De mens is vrijheid’

Hij is al meer dan 30 jaar geleden overleden maar de Franse filosoof Jean-Paul Sartre wijst mij enigszins de weg in de moeilijkheid die de begrippen ‘vrijheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ met zich meebrengt. Sartre was een kind van zijn tijd, getekend door de verschrikkingen van twee opeenvolgende wereldoorlogen. Na de Tweede Wereldoorlog moest het hele idee van vrijheid als een feniks uit de as herrijzen. In Frankrijk en in heel Europa is het besef van individuele vrijheid met de grond gelijkgemaakt. Collectief opgebouwde kaders en de georganiseerde samenleving zijn kapotgeschoten. De eigen betekenisgeving en waardering van het leven? Vernietigd. Wat is er dan nog over? Dat iemand bestaat, zegt Sartre. Daar gaat het om. Existentie. Je bent er en je bent in essentie vrij ook al zijn er zware omstandigheden. Je kunt ‘nee’ zeggen. ‘De mens is vrijheid.’

“Voor Sartre is het evident: ‘De mens kan niet nu eens vrij zijn en dan weer slaaf: hij is geheel en altijd vrij ‘ou il n’est pas’ (of hij is het niet).”

Voor Sartre is het evident: ‘De mens kan niet nu eens vrij zijn en dan weer slaaf: hij is geheel en altijd vrij ‘ou il n’est pas’ (of hij is het niet). Sartre weigert te erkennen dat de mens een beetje vrij en tegelijkertijd een beetje slaaf kan zijn. ‘Men moet bewust zijn om te kiezen en men moet kiezen om bewust te zijn. Keuze en bewustzijn zijn een en hetzelfde.’ Zolang je slaaf bent, compleet onderworpen, dan is je vrijheid ingeperkt. Ben je dat niet dan is het menselijk bewustzijn vrij en die vrijheid maakt dat je zelf keuzes maakt, wat die keuzes ook zijn. Die verantwoordelijkheid kun je niet afschuiven.

Ondertussen in de organisatiekeuken…

Het contact dat mijn collega en ik met de stuurgroep hebben, evolueert in een steeds meer openhartige samenwerking. De mensen in de stuurgroep komen steeds meer tevoorschijn en wij ook. Mede door het vele thuiswerken wil de bestuurder, die als opdrachtgever deel uitmaakt van de stuurgroep, nu toch echt eens werk maken van verbinding, ontmoeting, gezamenlijkheid en persoonlijke leiderschapsontwikkeling. Ze wil mensen in de gelegenheid stellen zichzelf te ontwikkelen en op een interactieve wijze kennis en kunde laten verwerven. Het budget is ook al geoormerkt. De knop is om. We bespreken de vrijwillige deelname. De hele stuurgroep waarin enkele professionals uit de beoogde doelgroep zitting nemen, zit ermee in hun maag. Wel zonde als straks maar de helft komt opdagen. Mijn collega en ik bespeuren angst en een behoefte aan controle. We maken dat bespreekbaar en vragen daarna of het misschien toch zou kunnen werken, die vrijwillige aanmelding? Eigenaarschap in het leren, de eigen vrijheidsgraden benutten, dat is belangrijk, zo horen we. Dat men zich vrij voelt om meer verantwoordelijkheid te nemen, dat zou toch mooi zijn volgens de stuurgroep. We noemen het in het gesprek ‘B’. En tegelijkertijd is er nog steeds het idee dat iedere professional die men op het oog heeft, mee moet doen. We noemen dit ‘A’.

Onze schoorsteen moet ook roken

De in te zetten beweging door een interactief, inclusief en uitnodigend leiderschapsprogramma voor professionals open te zetten en samen te leren is typisch B, stellen we vast maar de uitvoering begint op zijn A’s bij de vooraf bepaalde, verplichte deelname. Is dat wel een wenselijke insteek? Past deze A-achtige aanmeldingsprocedure bij de wereld van B? Het is een spannende verkenning. Ondanks dat onze teksten rationeel lijken te kloppen en mijn collega en ik de dialoog met goede intenties willen voeren, voelt het dubbel bij ons. Ongeacht de uitkomst willen we namelijk graag aan de slag. Zo vrij voelen we ons nou ook weer niet. We willen deze klus graag doen. Corona heeft het er natuurlijk qua marktomstandigheden niet makkelijker op gemaakt. Onze economische vrijheid speelt ons parten. De schoorsteen moet natuurlijk bij ons ook roken. Over ‘vrijwillig’ en ‘verplicht’ gesproken. Vanuit het gedachtengoed van Sartre kijk ik in deze voorbije casus naar ‘te goeder trouw’ en ‘te kwader trouw’, een belangrijke thematiek in zijn oeuvre. Hoe definieert Sartre deze termen? Te goeder trouw komt erop neer dat je je volop bewust bent, niet vlucht voor je verantwoordelijkheid, je ogen niet sluit voor wat er in je omgaat. ‘Het beest in de bek kijken’ om met wijlen Denker des Vaderlands René Gude te spreken die daarmee illustreert dat het engagement dat hierbij hoort, zeker niet makkelijk is. De keerzijde van deze’ Sartriaanse medaille’ is te kwader trouw hetgeen wil zeggen dat je je ogen sluit voor wat je wél weet. Je houdt jezelf voor de gek en maakt je eigen poppenkast. Zelfbedrog dus.

Discomfort

In mijn casus identificeer ik drie ‘stakeholders’: de opdrachtgever (en in het verlengde: de stuurgroep), de doelgroep (de deelnemers aan het incompany-traject) en de ‘contractant’ (mijn collega en ik namens Sioo waarbij ik de contactpersoon ben voor de stuurgroep en opdrachtgever) van het te ontwikkelen incompany-programma voor de beoogde professionals. De voor de hand liggende zoektocht – als we door de bril turen die Sartre ons aanreikt – is gericht op de zone waar alle drie de stakeholders te goeder trouw handelen. Dat is waar de opdrachtgever iedereen vrijlaat, niet domineert, niks dicteert noch forceert. Het is óók de zone waar zowel de professionals (annex de doelgroep) als mijn collega en ik bewust handelen, zonder oogkleppen en zonder schone schijn. Een zone waarin alle stakeholders maximaal inzetten op hun eigen, individuele vrijheid. Dat brengt me bij een ander belangrijk onderdeel in Sartres filosofie:’ l ‘enfer c’est les autres’ (de hel, dat zijn de anderen). Anderen maken ons tot een ‘object’ door gemaakte keuzes. Een gestold oordeel is het gevolg. Daarmee ontnemen ze de individuele mens de kans om zichzelf door andere keuzes opnieuw te bepalen. Anderen zijn een sta-in-de-weg bij (hernieuwde) radicale, persoonlijke vrijheid. Het komt dus op jezelf aan om die vrijheid te verinnelijken en je eigen zelfstandige keuzes te maken.

“Terwijl ik grasduin in Levinas’ gedachtegoed krijgt de individuele vrijheid – waar Sartre zich zo hard voor maakt – voor mij meer levendigheid en verbinding.

Sartre breekt een lans voor het individu en zet die op de troon van zichzelf. Die zelfliefde is uit mijn hart gegrepen en kan ik plaatsen in de tijd van Sartre maar toch wringt er iets bij mij. Een soort scheiding van de sociale omgeving die oncomfortabel aanvoelt. Het strookt niet met mijn casus en wat ik in de werkelijkheid ervaar. Ik mis de onderlinge afhankelijkheden die over en weer bestaan tussen de opdrachtgever, de doelgroep, mijn collega en mezelf. Als ik het erover heb met een collega tipt hij me op de eind vorige eeuw overleden Emmanuel Levinas, tijdgenoot van Sartre en Joods-Frans filosoof.  Terwijl ik grasduin in Levinas’ gedachtegoed krijgt de individuele vrijheid – waar Sartre zich zo hard voor maakt – voor mij meer levendigheid en verbinding.

Ondertussen in de organisatiekeuken…

‘Eigenaarschap activeren’ wordt steeds meer de rode draad terwijl we de start van het incompany-traject voorbereiden met de stuurgroep. De stuurgroep zet hierover een mailbericht op intranet, specifiek bestemd voor de professionals die men op het oog heeft. De geest is uit de fles maar er zijn nog steeds wel wat twijfels en bedenkingen. Doen we hier goed aan? Gaan mensen zich daadwerkelijk aanmelden voor deze leerreis? Hoe de zelfsturende professionals te erkennen die misschien wel maar misschien ook wel niet mee willen doen? En hoe dat te verbinden met de economische, bedrijfsmatige kant die er is: een organisatie die investeert in een ontwikkeltraject en die zich daarmee wil versterken en graag ziet dat er een voltallige groep professionals is die meedoet. En hoe dat dan weer af te stemmen op sommige mensen die het eigenlijk wel prima vinden dat de werkgever in eerste instantie even het voortouw neemt bij belangrijke beslissingen omdat ze het gevoel hebben al zoveel zelf te moeten doen en beslissen. Ik moet denken aan een bord spaghetti: trek aan één sliert en voordat je er erg in hebt ligt het hele bord op je schoot.

Respons

Levinas zet kanttekeningen bij het uitgangspunt dat er sinds de Verlichting is om het ‘ik’ en het eigen, zelfstandige denken in het centrum van de mentale beleving te plaatsen. Levinas kijkt fundamenteel anders dan Sartre ondanks dat ze beide existentialisten waren waarbij het kort gezegd gaat om het centraal stellen van individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. Hij was een polyglot, veeltalig. Levinas overleefde het Duitse krijgsgevangenschap en was werkzaam als tolk waarbij het een eerste natuur is om je te richten op anderen. In zijn werk is de spotlight stelselmatig ook op die Ander gefocust. Dit komt ook tot uiting in zijn schrijfwijze, de hoofdletter A. De Ander is iemand die een doorlopend beroep doet op onze verantwoordelijkheid. Levinas reikt mij de helpende hand in mijn gepuzzel omtrent de vraag die ik me in deze blog stel: vrijwillig of verplicht leren bij incompany- en maatwerktrajecten? Vrij vertaald naar Levinas dragen we altijd en overal verantwoordelijkheid voor elkaar. In het woord ‘verantwoordelijkheid’ staat het woord ‘antwoord’. Antwoord geven op elkaars vragen en noden is onontkoombaar. In het Engels is het ’responsibility’: het vermogen om respons te geven. ‘Interdependentie’ is het sleutelbegrip. Op elkaar aangewezen zijn. Dat maakt het er niet eenvoudiger op omdat het van ons vraagt om ons steeds tot elkaar te verhouden met alle variabelen die er zijn.

“We hebben elkaar nodig om onze imperfecties op te vangen en te dealen met de hitte in de keuken. Is er daarmee een bevredigend en helder antwoord op mijn vraag? Tja, wie zal het zeggen. Helaas is het niet zwart-wit.”

De ingebakken spanningsvelden en de moeite die dat steeds kost, zijn inherent maar de afhankelijkheden en samenhang net zo goed. Of een maatwerktraject verplicht gesteld wordt of op basis van vrijwilligheid: het is niet eenduidig en eendimensionaal. Er is altijd een specifieke context, er zijn altijd verschillende motieven en betekenissen die vaak tegelijkertijd spelen bij zowel de opdrachtgever, de doelgroep(en) en ook bij de opdrachtnemer. Er klinkt doorlopend een ‘roep’ en er wordt dan ook doorlopend een beroep gedaan op elkaars behoeften. 

Voordat het gerecht op tafel komt…

Samenwerking is onontbeerlijk en door toenemend gedeeld leiderschap in organisaties wordt het steeds drukker in de organisatiekeuken. Er is veel te ontdekken in een complexe en ongewisse tijd waarin maar weinig recepten bekend en beschikbaar zijn. Moeten professionals verplicht worden bij de ontwikkeling van zichzelf en hun organisaties of moeten ze vanuit zichzelf in actie komen? Sartre, Levinas en wat ik in hedendaagse organisaties ervaar, dagen me uit om ruimte te maken voor deze vraag. Wetende dat het menselijk bewustzijn en onze vrijheid een groot goed is, wetende dat we het met elkaar moeten rooien en wetende dat het menselijk tekort maakt dat we allemaal struikelen en fouten maken. We hebben elkaar nodig om onze imperfecties op te vangen en te dealen met de hitte in de keuken. Is er daarmee een bevredigend en helder antwoord op mijn vraag? Tja, wie zal het zeggen. Helaas is het niet zwart-wit. Een volmondig ja of nee is te simplistisch en gaat voorbij aan de meervoudigheid: de verschillen in belangen, de variëteit in behoeften, de menselijke diversiteit. Een kant en klare ‘Twitterzin’ is er niet. De stelling die ik naar voren wil schuiven is om oog te hebben voor de interdependenties, onze onderlinge afhankelijkheden. En om tijd te nemen voor het start- en entreeproces bij incompany en maatwerktrajecten. Om de vraag ‘vrijwillig of verplicht leren?’, voluit aan te kijken.

Meer lezen over dit thema of onze expertise?
Ontdek de verkennende blog van rector Jesse Segers ‘Leiderschap en vrijheid: een historisch spannend huwelijk’, lees deel I van dit tweeluik en lees meer over onze incompany-aanpak


Bronnen
Sartre, Jean-Paul (2010). Het zijn en het niet. Originele titel: L’être et le neant. Essai d’ontologie phénoménolique (1943).
Bodelier, R. (2019). Kosmopolieten. Grote filosofen over een betere wereld voor iedereen.
Keij, J (2017). De filosofie van Emmanuel Levinas. In haar samenhang verklaard voor iedereen.
Oosterwijk, Meike (2005). Nog altijd gedoemd tot vrijheid. Trouw, 15 april 2005.
Van den Berg, J., Ham, M. (2018). De verzorgingsstaat heeft zijn eigen vijanden gebaard – hoogleraar Willem Trommel herneemt klassiek boek van Abraham de Swaan. Socialevraagstukken.nl, 18 mei 2018
Derkse, W. (2021). Benedictijnse stuurmanskunst. Leidinggeven in dienst van de gemeenschap.
Filosofie.nl. De pagina’s https://www.filosofie.nl/filosoof/emmanuel-levinas/ en https://www.filosofie.nl/filosoof/jean-paul-sartre/
Wikipedia. De pagina’s https://nl.wikipedia.org/wiki/L%27être_et_le_néant en https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Paul_Sartre en https://nl.wikipedia.org/wiki/Emmanuel_Levinas