Mail ons

Overzicht

Lexicon Organisatieontwerp – het ontwerp en het verhaal

Blog 4 Jun 2015

Negen Sioo alumni en docenten hebben zich verenigd in de onderzoeksgroep Organisatie Ontwerp. Wij streven ernaar de wijze waarop we organisaties vormgeven en veranderen door te ontwikkelen tot een multidisciplinaire organisatieontwerptheorie. Onze huidige werkwijze is sterk geënt op de systeemleer en de ontwerpleer. We willen deze werkwijze ontwikkelen door verbindingen te maken met (patronen in) onze praktijken en met de organisatiekundige theorie. Onderdeel van ons onderzoeksproces is het ontwikkelen van een lexicon, een blog-achtig woordenboekje waarin we kernbegrippen verder inkleuren. Op basis van die eerste verkenning doorsnijden we praktijken en zoeken we literatuur.

 

Het ontwerp en het verhaal

Het is inmiddels een cliché om te zeggen dat organisaties wel moeten veranderen om bij te blijven bij veranderingen in hun omgeving. Onderzoek toont aan dat goed organisatieontwerp echt loont, dat sociale innovatie noodzakelijk is om technologische innovatie goed te benutten. Het biedt aantoonbaar concurrentievoordeel.

Als we kunnen spreken over het ontwerp van een organisatie, kunnen we het dan ook hebben over het ultieme, juiste ontwerp? Helaas, dat kunnen we niet … Er zijn altijd nog andere manieren te verzinnen waarop de behoeften en eisen van de stakeholders vervuld kunnen worden; er zijn altijd meerdere wegen naar Rome. Dat is ook wat we bedoelen met de ‘onbepaaldheid’ van het ontwerp; er zijn altijd meer vormen die de functie(s) kunnen realiseren.

Dat wil echter niet zeggen dat elk ontwerp ook goed is. Er bestaat geen ‘juist ontwerp’, maar er zijn wel goede en slechte ontwerpen. De maatstaf daarbij is de mate waarin de behoeften en eisen van de verschillende stakeholders worden vervuld. Lastig is weer dat daar geen absolute, maar slechts relatieve maten voor zijn. Een ontwerp is dus beter of slechter dan een ander ontwerp. Dat maakt meteen duidelijk waarom het ontwikkelen van alternatieve ontwerpen zinvol is!

Kees Dorst pleit er tevens voor om het ‘verhaal’ van de keuzes die we maken tijdens een ontwerpproject vast te leggen. Dat ‘verhaal’ bevat immers alle argumenten achter onze keuzes en geeft weer waarom het ontwerp is zoals het is. Het biedt ook de mogelijkheid om (deel)besluiten opnieuw te bezien en aan te passen als onderdelen van het ontwerp moeten worden bijgesteld.

Het beoordelen van een ontwerp is zo een (inter)subjectieve activiteit, op basis van het ontwerp en op basis van het verhaal van de ontwerper over dat ontwerp. Het verhaal over hoe het ontwerp tegemoet komt aan de behoeften en eisen. Dorst noemt dat ‘the justification of the design’.

Negen Sioo alumni en docenten hebben zich verenigd in de onderzoeksgroep Organisatie Ontwerp. Wij streven ernaar de wijze waarop we organisaties vormgeven en veranderen door te ontwikkelen tot een multidisciplinaire organisatieontwerptheorie. Onze huidige werkwijze is sterk geënt op de systeemleer en de ontwerpleer. We willen deze werkwijze ontwikkelen door verbindingen te maken met (patronen in) onze praktijken en met de organisatiekundige theorie. Onderdeel van ons onderzoeksproces is het ontwikkelen van een lexicon, een blog-achtig woordenboekje waarin we kernbegrippen verder inkleuren. Op basis van die eerste verkenning doorsnijden we praktijken en zoeken we literatuur.

 

Het ontwerp en het verhaal

Het is inmiddels een cliché om te zeggen dat organisaties wel moeten veranderen om bij te blijven bij veranderingen in hun omgeving. Onderzoek toont aan dat goed organisatieontwerp echt loont, dat sociale innovatie noodzakelijk is om technologische innovatie goed te benutten. Het biedt aantoonbaar concurrentievoordeel.

Als we kunnen spreken over het ontwerp van een organisatie, kunnen we het dan ook hebben over het ultieme, juiste ontwerp? Helaas, dat kunnen we niet … Er zijn altijd nog andere manieren te verzinnen waarop de behoeften en eisen van de stakeholders vervuld kunnen worden; er zijn altijd meerdere wegen naar Rome. Dat is ook wat we bedoelen met de ‘onbepaaldheid’ van het ontwerp; er zijn altijd meer vormen die de functie(s) kunnen realiseren.

Dat wil echter niet zeggen dat elk ontwerp ook goed is. Er bestaat geen ‘juist ontwerp’, maar er zijn wel goede en slechte ontwerpen. De maatstaf daarbij is de mate waarin de behoeften en eisen van de verschillende stakeholders worden vervuld. Lastig is weer dat daar geen absolute, maar slechts relatieve maten voor zijn. Een ontwerp is dus beter of slechter dan een ander ontwerp. Dat maakt meteen duidelijk waarom het ontwikkelen van alternatieve ontwerpen zinvol is!

Kees Dorst pleit er tevens voor om het ‘verhaal’ van de keuzes die we maken tijdens een ontwerpproject vast te leggen. Dat ‘verhaal’ bevat immers alle argumenten achter onze keuzes en geeft weer waarom het ontwerp is zoals het is. Het biedt ook de mogelijkheid om (deel)besluiten opnieuw te bezien en aan te passen als onderdelen van het ontwerp moeten worden bijgesteld.

Het beoordelen van een ontwerp is zo een (inter)subjectieve activiteit, op basis van het ontwerp en op basis van het verhaal van de ontwerper over dat ontwerp. Het verhaal over hoe het ontwerp tegemoet komt aan de behoeften en eisen. Dorst noemt dat ‘the justification of the design’.