Mail ons

Overzicht

Omzien naar onzichtbaren, of: bestuurders, kom uit je cockpit!

Blogpost 13 Apr 2021

Enkele weken geleden bracht de Ombudsman Metropool Amsterdam een rapport uit over de levens en problemen van mensen zonder een geldige verblijfsstatus. Naar schatting zijn er alleen al in Amsterdam 10.000 tot 30.000 zogenaamde “ongedocumenteerden.” Denk bijvoorbeeld aan mensen uit Brazilië of de Filipijnen die naar Nederland zijn gekomen om geld te verdiepen voor hun familie en wier (toeristen)visum is verlopen. Of denk aan mensen die tevergeefs asiel hebben aangevraagd, maar niet terug kunnen of willen naar hun land van herkomst.

Veel ‘ongedocumenteerden’ verblijven onder de radar al tientallen jaren in Nederland. Er zijn in Nederland geboren kinderen, die op enig moment (vaak als puber) ontdekken dat ze officieel niet bestaan. Omdat deze kinderen niet in de administratie van de overheid voorkomen is het bijvoorbeeld niet mogelijk dat een schooldiploma op hun naam wordt gezet, waardoor het moeilijk is om een toekomst op te bouwen en ze vatbaar worden voor verleidingen uit het grijze of zwarte circuit. Mensen zonder verblijfstatus zijn kwetsbaar voor uitbuiting, op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt, door allerlei ‘dienstverleners’.

Tussen de echte en de officiële werkelijkheid

Het rapport van de Amsterdamse Ombudsman heeft de titel ‘Onzichtbaar’. Immers, de meeste mensen die geen geldig verblijfsdocument hebben willen door de officiële instanties niet worden opgemerkt. Ze vrezen uitzetting, of in elk geval moeilijkheden, en zorgen daarom dat ze niet in het oog lopen. In Amsterdam wordt wel gezegd: wanneer je een fietser ziet stoppen voor een rood stoplicht dan heb je waarschijnlijk te maken met een politicus of een ongedocumenteerde stadgenoot.

In Amsterdam wordt wel gezegd: wanneer je een fietser ziet stoppen voor een rood stoplicht
dan heb je waarschijnlijk te maken met een politicus of een ongedocumenteerde stadgenoot.

Deze mensen zijn natuurlijk ook onzichtbaar doordat ze in administratieve zin niet bestaan. Dat is een fascinerend en onwerkelijk idee: tienduizenden levens zijn verdwenen in de kloof tussen de ‘officiële werkelijkheid’ en de ‘echte werkelijkheid’. Voor alle bestuurders en ambtenaren die zich oriënteren op hun ‘dashboards’, op allerlei registratiesystemen (van woningcorporaties, ziekenhuizen etc.) en expertsystemen, bestaan deze mensen niet, en blijven ook de vele praktijken van uitbuiting en vernedering onbekend.

The map is not the territory” is een waarschuwing die we aan bestuurders en managers meegeven. Als je dat vergeet, en je in de werkpraktijk alleen nog maar kaarten raadpleegt en nooit een voet buiten de deur zet, nooit eens de straat op gaat, dan kun je ook je informatie- en stuursystemen niet meer valideren. Zo bleven jarenlang de problemen van de slachtoffers van de zogenaamde toeslagenaffaire ongezien.

Tussen street-level en system-level

Mark Bovens heeft erop gewezen dat als gevolg van ICT-toepassingen de uitvoerende overheidsinstanties het contact met de ‘echte werkelijkheid’ volledig kunnen kwijtraken: “Ze hebben in de meest letterlijke zin geen straatniveau, geen ‘street-level‘, meer. Contacten met burgers vinden niet meer plaats op de stoep, in spreekkamers of achter loketten, maar via camera’s, modems en websites.” In de digitale transformatie transformeren zogenaamde ‘street-level’ bureaucratieën stapje voor stapje tot onmenselijke ‘system-level’ bureaucratieën.

In de digitale transformatie transformeren zogenaamde ‘street-level’ bureaucratieën stapje voor stapje
tot onmenselijke ‘system-level’ bureaucratieën.

Wat gaat er verloren wanneer mensen van vlees en bloed door middel van ICT-toepassingen alleen nog kenbaar zijn als geanonimiseerde data? Die ICT-systemen zijn immers juist zo gemaakt dat alles wat relevant is (voor het nemen van overheidsbeschikkingen e.d.) er in staat, dus wat is dan eigenlijk het probleem? Het probleem is volgens mij dat in de digitale transformatie van ‘street-level’ bureaucratieën naar ‘system-level’ bureaucratieën min of meer en passant de ethische dimensie van het leven verdwijnt.

Het lot van de Ander

De Franse filosoof Emmanuel Levinas heeft er zijn levenswerk van gemaakt te doorgronden wat maakt dat de ene mens zich het lot van de andere mens kan aantrekken, zich voor de Ander verantwoordelijk kan, zelfs moet, voelen. Daarvoor moeten we, zegt Levinas, onze volle aandacht richten op het gelaat van de Ander, de pijn en het verlangen van de Ander tot ons laten doordringen, en antwoorden op wat de Ander ons als het ware in stilte toeroept. Als je er met Levinas vanuit gaat dat het menselijk bestaan niet draait om individuele vrijheid maar om wat mensen in relatie tot elkaar betekenen, dan is het, lijkt mij, belangrijk om je gevoeligheid voor het lot van anderen te oefenen, om je ‘respons-ability’ te vergroten, en vooral: om steeds opnieuw de ongemakkelijke confrontatie met het gelaat van die vreemde ander op te zoeken.

In de bestuurlijke ‘cockpit’ is het wegkijken geïnstitutionaliseerd,
in de ‘echte werkelijkheid’ daarbuiten is wegkijken veel lastiger.

Alleen als je dat op de één of andere manier doet, en dus als bestuurder of manager uit je mentale ‘cockpit’ komt en je laat raken door het leven en het lot van ‘jouw’ cliënten, medewerkers, burgers etc., kun je jezelf (en elkaar) de vraag stellen of je het goede doet. Doen wij – burgers, bestuurders, managers – het goede ten opzichte van de tienduizenden onzichtbare mensen die zonder verblijfsvergunning deel uitmaken van onze samenleving? De Amsterdamse ombudsman heeft laten zien dat het niet langer mogelijk is om deze vraag te ontwijken zodra je ‘de onzichtbaren’ in het gelaat kijkt. In de bestuurlijke ‘cockpit’ is het wegkijken geïnstitutionaliseerd (en dat maakt het bestuurlijke leven allicht gemakkelijker), in de ‘echte werkelijkheid’ daarbuiten is wegkijken veel lastiger.

Het leven buiten de cockpit

De komende maanden gaan we, op uitnodiging van de Amsterdamse Ombudsman, met 18 bestuurders en managers die momenteel de ECM-opleiding volgen, actieonderzoek doen naar de levensomstandigheden en vraagstukken van ‘ongedocumenteerden’. We gaan onder meer een weeklang in Amsterdam de straat op, ons onderdompelen in de dagelijkse wereld van ongedocumenteerde mensen. We gaan in gesprek met ‘onzichtbare ongedocumenteerden’ zoeken naar manieren om hun dagelijkse levens te verbeteren, om hun kwetsbaarheid te verminderen, om perspectief te creëren, om hen misschien een meer waardige plek in onze samenleving te laten innemen. Het voelt nu al ongemakkelijk.  

Wil je als bestuurder of manager de cockpit verlaten en door andere lenzen naar jouw organisatie kijken? Dit najaar gaat Executive Change Management weer van start.

Ontdek de opleiding en lees meer blogs

Enkele weken geleden bracht de Ombudsman Metropool Amsterdam een rapport uit over de levens en problemen van mensen zonder een geldige verblijfsstatus. Naar schatting zijn er alleen al in Amsterdam 10.000 tot 30.000 zogenaamde “ongedocumenteerden.” Denk bijvoorbeeld aan mensen uit Brazilië of de Filipijnen die naar Nederland zijn gekomen om geld te verdiepen voor hun familie en wier (toeristen)visum is verlopen. Of denk aan mensen die tevergeefs asiel hebben aangevraagd, maar niet terug kunnen of willen naar hun land van herkomst.

Veel ‘ongedocumenteerden’ verblijven onder de radar al tientallen jaren in Nederland. Er zijn in Nederland geboren kinderen, die op enig moment (vaak als puber) ontdekken dat ze officieel niet bestaan. Omdat deze kinderen niet in de administratie van de overheid voorkomen is het bijvoorbeeld niet mogelijk dat een schooldiploma op hun naam wordt gezet, waardoor het moeilijk is om een toekomst op te bouwen en ze vatbaar worden voor verleidingen uit het grijze of zwarte circuit. Mensen zonder verblijfstatus zijn kwetsbaar voor uitbuiting, op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt, door allerlei ‘dienstverleners’.

Tussen de echte en de officiële werkelijkheid

Het rapport van de Amsterdamse Ombudsman heeft de titel ‘Onzichtbaar’. Immers, de meeste mensen die geen geldig verblijfsdocument hebben willen door de officiële instanties niet worden opgemerkt. Ze vrezen uitzetting, of in elk geval moeilijkheden, en zorgen daarom dat ze niet in het oog lopen. In Amsterdam wordt wel gezegd: wanneer je een fietser ziet stoppen voor een rood stoplicht dan heb je waarschijnlijk te maken met een politicus of een ongedocumenteerde stadgenoot.

In Amsterdam wordt wel gezegd: wanneer je een fietser ziet stoppen voor een rood stoplicht
dan heb je waarschijnlijk te maken met een politicus of een ongedocumenteerde stadgenoot.

Deze mensen zijn natuurlijk ook onzichtbaar doordat ze in administratieve zin niet bestaan. Dat is een fascinerend en onwerkelijk idee: tienduizenden levens zijn verdwenen in de kloof tussen de ‘officiële werkelijkheid’ en de ‘echte werkelijkheid’. Voor alle bestuurders en ambtenaren die zich oriënteren op hun ‘dashboards’, op allerlei registratiesystemen (van woningcorporaties, ziekenhuizen etc.) en expertsystemen, bestaan deze mensen niet, en blijven ook de vele praktijken van uitbuiting en vernedering onbekend.

The map is not the territory” is een waarschuwing die we aan bestuurders en managers meegeven. Als je dat vergeet, en je in de werkpraktijk alleen nog maar kaarten raadpleegt en nooit een voet buiten de deur zet, nooit eens de straat op gaat, dan kun je ook je informatie- en stuursystemen niet meer valideren. Zo bleven jarenlang de problemen van de slachtoffers van de zogenaamde toeslagenaffaire ongezien.

Tussen street-level en system-level

Mark Bovens heeft erop gewezen dat als gevolg van ICT-toepassingen de uitvoerende overheidsinstanties het contact met de ‘echte werkelijkheid’ volledig kunnen kwijtraken: “Ze hebben in de meest letterlijke zin geen straatniveau, geen ‘street-level‘, meer. Contacten met burgers vinden niet meer plaats op de stoep, in spreekkamers of achter loketten, maar via camera’s, modems en websites.” In de digitale transformatie transformeren zogenaamde ‘street-level’ bureaucratieën stapje voor stapje tot onmenselijke ‘system-level’ bureaucratieën.

In de digitale transformatie transformeren zogenaamde ‘street-level’ bureaucratieën stapje voor stapje
tot onmenselijke ‘system-level’ bureaucratieën.

Wat gaat er verloren wanneer mensen van vlees en bloed door middel van ICT-toepassingen alleen nog kenbaar zijn als geanonimiseerde data? Die ICT-systemen zijn immers juist zo gemaakt dat alles wat relevant is (voor het nemen van overheidsbeschikkingen e.d.) er in staat, dus wat is dan eigenlijk het probleem? Het probleem is volgens mij dat in de digitale transformatie van ‘street-level’ bureaucratieën naar ‘system-level’ bureaucratieën min of meer en passant de ethische dimensie van het leven verdwijnt.

Het lot van de Ander

De Franse filosoof Emmanuel Levinas heeft er zijn levenswerk van gemaakt te doorgronden wat maakt dat de ene mens zich het lot van de andere mens kan aantrekken, zich voor de Ander verantwoordelijk kan, zelfs moet, voelen. Daarvoor moeten we, zegt Levinas, onze volle aandacht richten op het gelaat van de Ander, de pijn en het verlangen van de Ander tot ons laten doordringen, en antwoorden op wat de Ander ons als het ware in stilte toeroept. Als je er met Levinas vanuit gaat dat het menselijk bestaan niet draait om individuele vrijheid maar om wat mensen in relatie tot elkaar betekenen, dan is het, lijkt mij, belangrijk om je gevoeligheid voor het lot van anderen te oefenen, om je ‘respons-ability’ te vergroten, en vooral: om steeds opnieuw de ongemakkelijke confrontatie met het gelaat van die vreemde ander op te zoeken.

In de bestuurlijke ‘cockpit’ is het wegkijken geïnstitutionaliseerd,
in de ‘echte werkelijkheid’ daarbuiten is wegkijken veel lastiger.

Alleen als je dat op de één of andere manier doet, en dus als bestuurder of manager uit je mentale ‘cockpit’ komt en je laat raken door het leven en het lot van ‘jouw’ cliënten, medewerkers, burgers etc., kun je jezelf (en elkaar) de vraag stellen of je het goede doet. Doen wij – burgers, bestuurders, managers – het goede ten opzichte van de tienduizenden onzichtbare mensen die zonder verblijfsvergunning deel uitmaken van onze samenleving? De Amsterdamse ombudsman heeft laten zien dat het niet langer mogelijk is om deze vraag te ontwijken zodra je ‘de onzichtbaren’ in het gelaat kijkt. In de bestuurlijke ‘cockpit’ is het wegkijken geïnstitutionaliseerd (en dat maakt het bestuurlijke leven allicht gemakkelijker), in de ‘echte werkelijkheid’ daarbuiten is wegkijken veel lastiger.

Het leven buiten de cockpit

De komende maanden gaan we, op uitnodiging van de Amsterdamse Ombudsman, met 18 bestuurders en managers die momenteel de ECM-opleiding volgen, actieonderzoek doen naar de levensomstandigheden en vraagstukken van ‘ongedocumenteerden’. We gaan onder meer een weeklang in Amsterdam de straat op, ons onderdompelen in de dagelijkse wereld van ongedocumenteerde mensen. We gaan in gesprek met ‘onzichtbare ongedocumenteerden’ zoeken naar manieren om hun dagelijkse levens te verbeteren, om hun kwetsbaarheid te verminderen, om perspectief te creëren, om hen misschien een meer waardige plek in onze samenleving te laten innemen. Het voelt nu al ongemakkelijk.  

Wil je als bestuurder of manager de cockpit verlaten en door andere lenzen naar jouw organisatie kijken? Dit najaar gaat Executive Change Management weer van start.

Ontdek de opleiding en lees meer blogs