Mail ons

Overzicht

Onbewuste fantasieën en de state of mind van leiders en leiderschapsteams

Blogpost 24 May 2022

De masterclass met Erik van de Loo was een masterclass zoals ik me die altijd voorstel. Een hoogleraar die ons meeneemt in de actuele stand van de wetenschap. Work in progress, de eerste resultaten zijn er, maar het is nog niet af en er zijn nog veel onbeantwoorde vragen. En dit delen met anderen voordat je alles zeker weet. Dat stimuleren we in onze programma’s ook. Dat maakt dat je samen kunt zoeken, een heel klein beetje samen ‘op kunt lopen’. Dat gebeurde er volgens mij ook in de zaal, afgelopen vrijdagochtend.

Er werden vragen gesteld als ‘Zou het zo kunnen zijn dat dit cultureel bepaald is?’ of ‘Ik kan me voorstellen dat verschillen in gender zijn?’. Steeds was het antwoord: ‘Ik weet het (nog) niet.’ Ook ik had allerlei gedachtes zoals: veranderen de verhoudingen over de tijd, dus ziet het er bij oudere leiders anders uit? En hoe dan? Is er een relatie tussen de Paranoid-Schizoid-positie en het CEO-brein of de machiavellist? Erik en zijn groep onderzoekers gaan door met het onderzoek, dus we gaan er nog van horen.

Het ‘verse’ van het gedachtegoed werd ook duidelijk in het tweede deel van de bijeenkomst aan de hand van de vraag: en als we dit weten, wat kan dat dan betekenen voor de praktijk? Daar waren zelfs nog geen sheets over, slechts de eerste aantekeningen van Erik die hij met ons deelde. Maar nu eerst het onderzoek dat Erik presenteerde en dan naar de praktijk.

Cognitieve processen en het onbewuste

Het werk in de board, in raden van toezicht of in raden van commissarissen is vooral cognitief van aard. “Ze pakken informatie in- en uit om tot wijze oordeelsvorming te komen”. Op dat cognitieve stuk wordt veel onderzoek gedaan, denk bijvoorbeeld aan het werk van Khaneman. We weten, zo stelt Erik, dat we nu eenmaal geen logische beslisbomen maken. We zijn niet logisch en denken niet logisch. We denken van wel, dat is wat we ook leren, systematisch redeneren en argumenteren. Maar we doen als baby, voor dat we taal hebben, al ervaringen op die we opslaan in dat onbewuste. We besteden te weinig aandacht aan de onbewuste processen en mechanismen. En dat is precies het stuk waar Erik onderzoek naar heeft gedaan.

Iedereen heeft een onderbewuste. Daar bevinden zich belangrijke bronnen die bepalen hoe je omgaat met onzekerheid, met risico, en ook hoe je denkt over succes. We hebben ook allemaal toegang tot dat onderbewuste, via onze dromen, in metaforen en in associaties die we hebben. Freud zegt: ‘het onbewuste is een reactie op een wens die in de verdrukking is gekomen of er niet mag zijn’. Maar Erik bouwt in zijn onderzoek niet door op Freud maar op het gedachtegoed van Melanie Klein, die ‘Unconscious phantasy as a fundamental way of mental functioning’ ziet.

Polariteiten waar we allemaal in terecht kunnen komen

In haar gedachtegoed worden twee posities onderscheiden. De eerste polariteit heeft als label ‘Depressive Position’. Wat niet depressief betekent. Het is een staat waarin een  individu of groep zich kan bevinden. Het is het gebied waarin je echte zorg voor de ander hebt, waarin je risico’s kunt zien en daar over na kunt denken, waarin je je bewust bent van beperkingen, je je schuldig kunt voelen, je kunt schamen, afhankelijk kunt voelen van de ander, kunt erkennen dat je niet alles weet. Maar waarin je wel in het leven staat en gericht kunt zijn op de taak. Juist omdat je de pijn en het ongemak kunt verdragen en er niet van wegvlucht.

Reflecteren op die pijn en dat ongemak kan echter te bedreigend zijn, te ingewikkeld of vraagt andere taal. Leiders en leiderschapsteams ervaren die pijn en dat ongemak wel, maar ze benoemen het niet.

In wegvluchten kan het defensieve patroon drie uitingen krijgen.

  • De ‘Obesessional Defences’: ‘I can control and keep the object‘. Dan schiet iemand of een team in de perfectie, in ‘in control’ willen zijn, in extreme ordening, in het met dwang onderdrukken van alles wat afwijkt en anders is door druk uit te oefenen. ‘We moeten… deze taal gebruiken / in dit format werken / deze planning volgen’, etc.
  • De volgende fase wordt ‘Manic Defences’ genoemd: ‘I can undo all harm done, I have no need for the object‘. Individuen of teams komen in de ‘overdrive’. Ze schieten in de actie, gaan handelen voor ze denken, alles moet gefixt worden en wel NU, de hele wereld moet gered worden, er wordt een ononderbroken stroom aan overleggen en bijeenkomsten ingepland; allemaal in een crisissfeer.
  • De derde positie is de PS-positie ofwel de Paranoid-Schizoid Position: ‘I possess all good, all bad is outside‘. Daarin ontstaat splitgedrag, de goeden tegenover de slachten. Zelf is de persoon of het team natuurlijk de goede en de anderen behoren tot de slechte. Niemand wordt nog vertrouwd.

Dit laatste zien we op dit moment sterk terug in de samenleving als geheel. De dialoog is dan niet meer mogelijk. Het gaat erom om te winnen en de ander te vernietigen.

Het onderzoek

Op basis van het werk van Melanie Klein, dat tot nu toe alleen 1-op-1 werd gebruikt in spreekkamer van de therapeut, hebben Erik en zijn collega Saskia de Maat onderzoek gedaan onder 44 jonge (tot 35 jaar oud) Russische leiders. Die zijn in het Russisch geïnterviewd en bevraagd op hun beelden, fantasieën, metaforen en dromen over succes. Dat leverde veel data op. Die vervolgens zijn gecodeerd in de verschillende posities.

  • Bewoordingen als de ‘het geluk om op de juiste plaats geboren te zijn’, ‘succes zit in mensen’, ‘anderen helpen’ of ‘het is een illusie’ blijken typerend te zijn voor de ‘Depressive Position’.
  • De ‘Obsessive Position’ kent veel materialistische uitspraken: ‘de loterij winnen’, ‘diamanten’, ‘een privévliegtuig’, maar ook ‘ik zit in het midden van het web en weet wat iedereen denkt’.
  • De ‘Manic Position’ heeft twee categorieën: ‘alleen succes hebben’, associaties met de natuur: ‘bergen beklimmen’, ‘tegen de stroom in zwemmen’, maar ook ‘jezelf als superman of prinses zien’. Het teamsucces kent nogal wat sportmetaforen: ‘het hockeyteam’ en ‘het kampioenschap winnen’. En het redden van de wereld zie je terug in uitspraken als ‘ik ben een goeroe’ (of Shiva).
  • De Paranoid-Schizoid Position heeft de meest ongemakkelijke uitspraken, waarvan ‘Ik zie de lijken van mijn vijanden in de rivier drijven, en ik geniet ervan om dat te zien’ wel de meest schokkende was, maar ook andere verwoordingen hebben gelijkaardige kenmerken; ‘ze allemaal platbranden’, ‘de vlag op iemand gebied planten’, ‘het slagveld na een oorlog’, of de uitspraak die zo lieflijk begint: ‘Het is begin van de herfst, in een bos met grote pijnbomen. Ik loop er doorheen en ben zeer kalm en op alles voorbereid. Als iemand me aanvalt met een mes, dan ben ik klaar om hem te vermoorden’.

Van de 44 geïnterviewden waren er 19 met overwegend Depressive Position-indicatoren, 14 met een gelijke verhouding Depressive Position-indicatoren en defensieve indicatoren en 11 met overwegend defensieve indicatoren. Een eerste stap naar de praktijk is al meegenomen in het onderzoek. De (5 getrainde) interviewers zijn op hun beurt ook weer geïnterviewd over hun gewaarwordingen tijdens de gesprekken, zie onderstaande slide. Daaruit bleek dat de interviewers die spraken met respondenten met overwegend Depressive Position-indicatoren daar in 85% een positieve ervaring mee hadden. Met de gelijke verhouding Depressive Position-indicatoren en defensieve indicatoren had slechts 35% een positieve en 65% een negatieve ervaring. En voor de respondenten met overwegend defensieve indicatoren werd dat voor 95% van de interviewers een negatieve ervaring. Men voelde zich misbruikt en ‘leeggezogen’. Kortom, we voelen de state of mind als we in gesprek zijn met anderen.

Wat kunnen we in onze praktijk met deze inzichten tot nu toe?

Als adviseurs, veranderaars en managers beschikken we over een breed arsenaal aan instrumentarium. In gesprekken en groepsbijeenkomsten gebruiken we al onze zintuigen om niet alleen de inhoud te verwerken maar juist ook om te voelen wat er ‘onder water’ speelt, in de interactie, en wat er met onze gevoelens gebeurt. We ‘sensen’ weerstand of vluchtgedrag, en proberen dat bespreekbaar te maken, zodat wat onder water gebeurt juist de inhoud van het gesprek wordt. Erik nodigt ons uit om net gedeelde gedachtegoed toe te voegen aan ons repertoire om situaties te helpen duiden. Want, zo zegt hij, “there is a lot to experience in ourself that is not ourself”.

Soms zijn we het namelijk wel zelf. Niet al onze verwarring of onbehagen zit in de situatie, maar vaak wel. Het onderscheid tussen ‘wiens shit’ hier nu eigenlijk voor het ongemak zorgt is relevant, die van jezelf, die van de andere of die van ons samen? Daarmee komen we zelf ook in ongemakkelijke posities terecht. Plekken waar we liever van weg willen vluchten dan dat we het ongemak aangaan. Kan je je impuls om daarnaar te handen weerstaan? In het ongemak en de pijn op de D-positie blijven en iets betekenen voor het systeem waarmee je werkt? Kan je aan self-containment doen?

Als dat zo is, kan je dan ook de container voor het systeem zijn? Dat is in dat systeem een cruciale functie. Het is namelijk de persoon die in staat is om de gevoelens en frustraties, de patronen van het systeem, voor welk ongemak gevlucht wordt, wat pijn doet, benoemt zodat het taal krijgt. Niet om direcht ‘op te lossen’, want dat is nu juist een van de defensieve patronen, maar om over na te gaan denken. Containers nemen als het ware het toxische, het giftige in, om het ontgiftend terug te geven zodat het er mag en kan zijn. Je kunt zeggen dat het dan in de D-positie terecht komt.

Als adviseur is het dus ook van belang om het systeem even zijn gang te laten gaan, om te ervaren wat het met je doet. Klanten en collega’s willen vaak in een heel vroeg stadium zekerheid en garanties van je, dat jij weet hoe het moet gebeuren. En dat is niet zo. Tussen neus en lippen door gaf Erik een zeer bruikbare tip: om vroeg in het proces een ongestructureerd moment in te bouwen om te ontdekken of het systeem in de terminologie van Heifetz in staat is om te pendelen tussen the dancefloor and the balcony, en in contact kan blijven met de D-positie.

De tweede tip was om ‘niet over het hek te springen’ zoals hij dat noemde, ofwel niet er direct op af te gaan. Laat het systeem de patronen eerst zelf begrijpen, het helpt niet om het ze uit te leggen, je kunt pas verder als men zelf ziet waar men in terecht is gekomen. En als je wat je doet vast blijft maken aan de taak dan is het systeem, op die 11 (geïnterviewden) met vooral defensieve indicatoren na, uiteindelijk in staat om te zien hoe ze in het defensieve patroon zijn terechtgekomen, en hoe ze daar dus ook verandering in kunnen brengen. Niet dat dat makkelijk is. Voor de adviseur, veranderaar en manager blijft het een fikse uitdaging, want vluchten is nu eenmaal makkelijker dan in het ongemak en de pijn verblijven. En het ontstane patroon heeft of had een functie. 

Tot slot

Als adviseur, veranderaar en manager werkzaam in systemen met veel defensieve patronen is het van belang om de contaminatie van de systemen waar je mee werkt te onderkennen, zorg te dragen voor jezelf, jezelf ‘heel’ te houden, door samen te werken of iemand achter de schermen te hebben bij wie je zelf terecht kunt om te ontgiften.

Lees ook ‘de CEO als gifruimer’, een blog van rector Jesse Segers

En ontdek onze volgende masterclass, waarvoor we Glenda Eoyang opnieuw naar Nederland halen op 9 september

De masterclass met Erik van de Loo was een masterclass zoals ik me die altijd voorstel. Een hoogleraar die ons meeneemt in de actuele stand van de wetenschap. Work in progress, de eerste resultaten zijn er, maar het is nog niet af en er zijn nog veel onbeantwoorde vragen. En dit delen met anderen voordat je alles zeker weet. Dat stimuleren we in onze programma’s ook. Dat maakt dat je samen kunt zoeken, een heel klein beetje samen ‘op kunt lopen’. Dat gebeurde er volgens mij ook in de zaal, afgelopen vrijdagochtend.

Er werden vragen gesteld als ‘Zou het zo kunnen zijn dat dit cultureel bepaald is?’ of ‘Ik kan me voorstellen dat verschillen in gender zijn?’. Steeds was het antwoord: ‘Ik weet het (nog) niet.’ Ook ik had allerlei gedachtes zoals: veranderen de verhoudingen over de tijd, dus ziet het er bij oudere leiders anders uit? En hoe dan? Is er een relatie tussen de Paranoid-Schizoid-positie en het CEO-brein of de machiavellist? Erik en zijn groep onderzoekers gaan door met het onderzoek, dus we gaan er nog van horen.

Het ‘verse’ van het gedachtegoed werd ook duidelijk in het tweede deel van de bijeenkomst aan de hand van de vraag: en als we dit weten, wat kan dat dan betekenen voor de praktijk? Daar waren zelfs nog geen sheets over, slechts de eerste aantekeningen van Erik die hij met ons deelde. Maar nu eerst het onderzoek dat Erik presenteerde en dan naar de praktijk.

Cognitieve processen en het onbewuste

Het werk in de board, in raden van toezicht of in raden van commissarissen is vooral cognitief van aard. “Ze pakken informatie in- en uit om tot wijze oordeelsvorming te komen”. Op dat cognitieve stuk wordt veel onderzoek gedaan, denk bijvoorbeeld aan het werk van Khaneman. We weten, zo stelt Erik, dat we nu eenmaal geen logische beslisbomen maken. We zijn niet logisch en denken niet logisch. We denken van wel, dat is wat we ook leren, systematisch redeneren en argumenteren. Maar we doen als baby, voor dat we taal hebben, al ervaringen op die we opslaan in dat onbewuste. We besteden te weinig aandacht aan de onbewuste processen en mechanismen. En dat is precies het stuk waar Erik onderzoek naar heeft gedaan.

Iedereen heeft een onderbewuste. Daar bevinden zich belangrijke bronnen die bepalen hoe je omgaat met onzekerheid, met risico, en ook hoe je denkt over succes. We hebben ook allemaal toegang tot dat onderbewuste, via onze dromen, in metaforen en in associaties die we hebben. Freud zegt: ‘het onbewuste is een reactie op een wens die in de verdrukking is gekomen of er niet mag zijn’. Maar Erik bouwt in zijn onderzoek niet door op Freud maar op het gedachtegoed van Melanie Klein, die ‘Unconscious phantasy as a fundamental way of mental functioning’ ziet.

Polariteiten waar we allemaal in terecht kunnen komen

In haar gedachtegoed worden twee posities onderscheiden. De eerste polariteit heeft als label ‘Depressive Position’. Wat niet depressief betekent. Het is een staat waarin een  individu of groep zich kan bevinden. Het is het gebied waarin je echte zorg voor de ander hebt, waarin je risico’s kunt zien en daar over na kunt denken, waarin je je bewust bent van beperkingen, je je schuldig kunt voelen, je kunt schamen, afhankelijk kunt voelen van de ander, kunt erkennen dat je niet alles weet. Maar waarin je wel in het leven staat en gericht kunt zijn op de taak. Juist omdat je de pijn en het ongemak kunt verdragen en er niet van wegvlucht.

Reflecteren op die pijn en dat ongemak kan echter te bedreigend zijn, te ingewikkeld of vraagt andere taal. Leiders en leiderschapsteams ervaren die pijn en dat ongemak wel, maar ze benoemen het niet.

In wegvluchten kan het defensieve patroon drie uitingen krijgen.

  • De ‘Obesessional Defences’: ‘I can control and keep the object‘. Dan schiet iemand of een team in de perfectie, in ‘in control’ willen zijn, in extreme ordening, in het met dwang onderdrukken van alles wat afwijkt en anders is door druk uit te oefenen. ‘We moeten… deze taal gebruiken / in dit format werken / deze planning volgen’, etc.
  • De volgende fase wordt ‘Manic Defences’ genoemd: ‘I can undo all harm done, I have no need for the object‘. Individuen of teams komen in de ‘overdrive’. Ze schieten in de actie, gaan handelen voor ze denken, alles moet gefixt worden en wel NU, de hele wereld moet gered worden, er wordt een ononderbroken stroom aan overleggen en bijeenkomsten ingepland; allemaal in een crisissfeer.
  • De derde positie is de PS-positie ofwel de Paranoid-Schizoid Position: ‘I possess all good, all bad is outside‘. Daarin ontstaat splitgedrag, de goeden tegenover de slachten. Zelf is de persoon of het team natuurlijk de goede en de anderen behoren tot de slechte. Niemand wordt nog vertrouwd.

Dit laatste zien we op dit moment sterk terug in de samenleving als geheel. De dialoog is dan niet meer mogelijk. Het gaat erom om te winnen en de ander te vernietigen.

Het onderzoek

Op basis van het werk van Melanie Klein, dat tot nu toe alleen 1-op-1 werd gebruikt in spreekkamer van de therapeut, hebben Erik en zijn collega Saskia de Maat onderzoek gedaan onder 44 jonge (tot 35 jaar oud) Russische leiders. Die zijn in het Russisch geïnterviewd en bevraagd op hun beelden, fantasieën, metaforen en dromen over succes. Dat leverde veel data op. Die vervolgens zijn gecodeerd in de verschillende posities.

  • Bewoordingen als de ‘het geluk om op de juiste plaats geboren te zijn’, ‘succes zit in mensen’, ‘anderen helpen’ of ‘het is een illusie’ blijken typerend te zijn voor de ‘Depressive Position’.
  • De ‘Obsessive Position’ kent veel materialistische uitspraken: ‘de loterij winnen’, ‘diamanten’, ‘een privévliegtuig’, maar ook ‘ik zit in het midden van het web en weet wat iedereen denkt’.
  • De ‘Manic Position’ heeft twee categorieën: ‘alleen succes hebben’, associaties met de natuur: ‘bergen beklimmen’, ‘tegen de stroom in zwemmen’, maar ook ‘jezelf als superman of prinses zien’. Het teamsucces kent nogal wat sportmetaforen: ‘het hockeyteam’ en ‘het kampioenschap winnen’. En het redden van de wereld zie je terug in uitspraken als ‘ik ben een goeroe’ (of Shiva).
  • De Paranoid-Schizoid Position heeft de meest ongemakkelijke uitspraken, waarvan ‘Ik zie de lijken van mijn vijanden in de rivier drijven, en ik geniet ervan om dat te zien’ wel de meest schokkende was, maar ook andere verwoordingen hebben gelijkaardige kenmerken; ‘ze allemaal platbranden’, ‘de vlag op iemand gebied planten’, ‘het slagveld na een oorlog’, of de uitspraak die zo lieflijk begint: ‘Het is begin van de herfst, in een bos met grote pijnbomen. Ik loop er doorheen en ben zeer kalm en op alles voorbereid. Als iemand me aanvalt met een mes, dan ben ik klaar om hem te vermoorden’.

Van de 44 geïnterviewden waren er 19 met overwegend Depressive Position-indicatoren, 14 met een gelijke verhouding Depressive Position-indicatoren en defensieve indicatoren en 11 met overwegend defensieve indicatoren. Een eerste stap naar de praktijk is al meegenomen in het onderzoek. De (5 getrainde) interviewers zijn op hun beurt ook weer geïnterviewd over hun gewaarwordingen tijdens de gesprekken, zie onderstaande slide. Daaruit bleek dat de interviewers die spraken met respondenten met overwegend Depressive Position-indicatoren daar in 85% een positieve ervaring mee hadden. Met de gelijke verhouding Depressive Position-indicatoren en defensieve indicatoren had slechts 35% een positieve en 65% een negatieve ervaring. En voor de respondenten met overwegend defensieve indicatoren werd dat voor 95% van de interviewers een negatieve ervaring. Men voelde zich misbruikt en ‘leeggezogen’. Kortom, we voelen de state of mind als we in gesprek zijn met anderen.

Wat kunnen we in onze praktijk met deze inzichten tot nu toe?

Als adviseurs, veranderaars en managers beschikken we over een breed arsenaal aan instrumentarium. In gesprekken en groepsbijeenkomsten gebruiken we al onze zintuigen om niet alleen de inhoud te verwerken maar juist ook om te voelen wat er ‘onder water’ speelt, in de interactie, en wat er met onze gevoelens gebeurt. We ‘sensen’ weerstand of vluchtgedrag, en proberen dat bespreekbaar te maken, zodat wat onder water gebeurt juist de inhoud van het gesprek wordt. Erik nodigt ons uit om net gedeelde gedachtegoed toe te voegen aan ons repertoire om situaties te helpen duiden. Want, zo zegt hij, “there is a lot to experience in ourself that is not ourself”.

Soms zijn we het namelijk wel zelf. Niet al onze verwarring of onbehagen zit in de situatie, maar vaak wel. Het onderscheid tussen ‘wiens shit’ hier nu eigenlijk voor het ongemak zorgt is relevant, die van jezelf, die van de andere of die van ons samen? Daarmee komen we zelf ook in ongemakkelijke posities terecht. Plekken waar we liever van weg willen vluchten dan dat we het ongemak aangaan. Kan je je impuls om daarnaar te handen weerstaan? In het ongemak en de pijn op de D-positie blijven en iets betekenen voor het systeem waarmee je werkt? Kan je aan self-containment doen?

Als dat zo is, kan je dan ook de container voor het systeem zijn? Dat is in dat systeem een cruciale functie. Het is namelijk de persoon die in staat is om de gevoelens en frustraties, de patronen van het systeem, voor welk ongemak gevlucht wordt, wat pijn doet, benoemt zodat het taal krijgt. Niet om direcht ‘op te lossen’, want dat is nu juist een van de defensieve patronen, maar om over na te gaan denken. Containers nemen als het ware het toxische, het giftige in, om het ontgiftend terug te geven zodat het er mag en kan zijn. Je kunt zeggen dat het dan in de D-positie terecht komt.

Als adviseur is het dus ook van belang om het systeem even zijn gang te laten gaan, om te ervaren wat het met je doet. Klanten en collega’s willen vaak in een heel vroeg stadium zekerheid en garanties van je, dat jij weet hoe het moet gebeuren. En dat is niet zo. Tussen neus en lippen door gaf Erik een zeer bruikbare tip: om vroeg in het proces een ongestructureerd moment in te bouwen om te ontdekken of het systeem in de terminologie van Heifetz in staat is om te pendelen tussen the dancefloor and the balcony, en in contact kan blijven met de D-positie.

De tweede tip was om ‘niet over het hek te springen’ zoals hij dat noemde, ofwel niet er direct op af te gaan. Laat het systeem de patronen eerst zelf begrijpen, het helpt niet om het ze uit te leggen, je kunt pas verder als men zelf ziet waar men in terecht is gekomen. En als je wat je doet vast blijft maken aan de taak dan is het systeem, op die 11 (geïnterviewden) met vooral defensieve indicatoren na, uiteindelijk in staat om te zien hoe ze in het defensieve patroon zijn terechtgekomen, en hoe ze daar dus ook verandering in kunnen brengen. Niet dat dat makkelijk is. Voor de adviseur, veranderaar en manager blijft het een fikse uitdaging, want vluchten is nu eenmaal makkelijker dan in het ongemak en de pijn verblijven. En het ontstane patroon heeft of had een functie. 

Tot slot

Als adviseur, veranderaar en manager werkzaam in systemen met veel defensieve patronen is het van belang om de contaminatie van de systemen waar je mee werkt te onderkennen, zorg te dragen voor jezelf, jezelf ‘heel’ te houden, door samen te werken of iemand achter de schermen te hebben bij wie je zelf terecht kunt om te ontgiften.

Lees ook ‘de CEO als gifruimer’, een blog van rector Jesse Segers

En ontdek onze volgende masterclass, waarvoor we Glenda Eoyang opnieuw naar Nederland halen op 9 september