Mail ons

Overzicht

Onderzoekende professional, als je wilt weten hoe het echt werkt…

Blogpost 20 Oct 2014

In organisaties zijn krachtige tendensen om de ‘bedoeling’ kwijt te raken. Vaak genoeg veranderen middelen in een doel, erodeert het vakmanschap etc. Het lastige daaraan is, dat we dit lang niet altijd in de taal merken. Dan horen we allemaal keurige spraak, terwijl die niet meer dekt wat er echt aan de hand is. Vandaar het onderscheid van Argyris tussen espoused theory en theory in-use, oftewel praattheorie en doe-theorie.

Wie niet op taal kan afgaan, en niet aan mensen kan vragen hoe het zit in de organisatie of in het werk, moet andere wegen bewandelen. Eén zo’n weg is met elkaar de klantvraag volgen vanaf het moment van binnenkomst en dan uitvlooien wat er gebeurt. Die aanpak wordt gepropageerd door bijvoorbeeld de Vanguard adviseurs [1]  Er zijn tal van andere wegen, zoals (participerende) observatie of shadowing.

In de praktijk

Deze aanpakken hebben gemeen dat zij “back to work” gaan. Goed kijken hoe het werkt, is wat ze verbindt. In de wetenschap vinden we dat “goed kijken hoe het werkt” terug in een aantal stromingen in de arbeids-en organisatiesociologie. Marguerithe de Man besprak hier onlangs het werk van Sennett, de Craftsman. Een van de sleutelwoorden in deze tak van de sociologie is: ‘Practice Theory’. Daarover schreef de Italiaans/Engelse arbeids- en organisatiesocioloog Davide Nicolini verbonden aan Warwick Business school onlangs een prachtig methodologisch werkje [2]. Hij is wars van methodologisch zuiverheid, maar bepleit afhankelijk van het soort vraagstuk dat je wilt onderzoeken een passend theory-method package. In minder dan 250 pagina’s bespreekt hij op een heel scherpe manier nagenoeg alle tradities van kwalitatief onderzoek die van pas kunnen komen in arbeid- en organisatiestudies. Uiterst verhelderend en het helpt heel goed bij het maken van keuzes.

Onlangs was Nicolini in Utrecht te gast bij de PhD school van de Universiteit voor Humanistiek, samen met een duitse vakbroeder, Robert Schmidt. De films van hun bijdragen vind je hier. Het zijn verhalen van een half uur,  het is even wennen aan het taalgebruik, maar ik voorspel dat het over een tijdje doodnormaal is als we als onderzoekende professionals het besluit nemen om niet snel te werken maar te praxeologiseren.

Benieuwd hoe wij praktijk en theorie steeds aan elkaar koppelen, onder andere door het organiseren van actieonderzoek? Ontdek hier meer.

In organisaties zijn krachtige tendensen om de ‘bedoeling’ kwijt te raken. Vaak genoeg veranderen middelen in een doel, erodeert het vakmanschap etc. Het lastige daaraan is, dat we dit lang niet altijd in de taal merken. Dan horen we allemaal keurige spraak, terwijl die niet meer dekt wat er echt aan de hand is. Vandaar het onderscheid van Argyris tussen espoused theory en theory in-use, oftewel praattheorie en doe-theorie.

Wie niet op taal kan afgaan, en niet aan mensen kan vragen hoe het zit in de organisatie of in het werk, moet andere wegen bewandelen. Eén zo’n weg is met elkaar de klantvraag volgen vanaf het moment van binnenkomst en dan uitvlooien wat er gebeurt. Die aanpak wordt gepropageerd door bijvoorbeeld de Vanguard adviseurs [1]  Er zijn tal van andere wegen, zoals (participerende) observatie of shadowing.

In de praktijk

Deze aanpakken hebben gemeen dat zij “back to work” gaan. Goed kijken hoe het werkt, is wat ze verbindt. In de wetenschap vinden we dat “goed kijken hoe het werkt” terug in een aantal stromingen in de arbeids-en organisatiesociologie. Marguerithe de Man besprak hier onlangs het werk van Sennett, de Craftsman. Een van de sleutelwoorden in deze tak van de sociologie is: ‘Practice Theory’. Daarover schreef de Italiaans/Engelse arbeids- en organisatiesocioloog Davide Nicolini verbonden aan Warwick Business school onlangs een prachtig methodologisch werkje [2]. Hij is wars van methodologisch zuiverheid, maar bepleit afhankelijk van het soort vraagstuk dat je wilt onderzoeken een passend theory-method package. In minder dan 250 pagina’s bespreekt hij op een heel scherpe manier nagenoeg alle tradities van kwalitatief onderzoek die van pas kunnen komen in arbeid- en organisatiestudies. Uiterst verhelderend en het helpt heel goed bij het maken van keuzes.

Onlangs was Nicolini in Utrecht te gast bij de PhD school van de Universiteit voor Humanistiek, samen met een duitse vakbroeder, Robert Schmidt. De films van hun bijdragen vind je hier. Het zijn verhalen van een half uur,  het is even wennen aan het taalgebruik, maar ik voorspel dat het over een tijdje doodnormaal is als we als onderzoekende professionals het besluit nemen om niet snel te werken maar te praxeologiseren.

Benieuwd hoe wij praktijk en theorie steeds aan elkaar koppelen, onder andere door het organiseren van actieonderzoek? Ontdek hier meer.