Mail ons

Overzicht

Serieel meesterschap, van het T-profiel naar het M-profiel

Blogpost 3 Mar 2020

Mijn ene opa was smid, de andere binnenvaartschipper, ze leerden het werk in de praktijk en klommen langzaam op van hulpje naar ‘de baas’. Mijn vader was architect. Hij studeerde en werkte bij verschillende architectenbureaus. In de tijd dat ik studeerde kwamen ik en veel van mijn studiegenoten helemaal niet in het werkveld terecht waar we voor waren opgeleid. En dat lukte ook. Ook op basis van een ‘verkeerde’ studie kon ik groeien in mijn werk en een aantal fundamentele switches maken, waarin wel een rode draad te ontdekken valt. Het tijdperk van mijn opa’s is allang voorbij en dat van mij loopt op zijn achterste benen.

De wereld om ons heen verandert zo snel en fundamenteel dat ook de aard van ons werk verandert. Er is steeds minder ruimte voor generalisten, professionals die van alles wat weten en op veel klussen inzetbaar zijn. Wat er nodig is, zijn specialisten. Meesterschap wordt leidend. Dat is de conclusie van Lynda Gratton, professor aan de London Business School die voortdurend onderzoek doet naar de toekomst van arbeid[1]. Zij zag dat er in organisaties nog wel wat ruimte is voor de alleskunners, ‘de grazers’ zoals ik ze noem, die overal wat van weten maar nergens diepgaande kennis op hebben, maar dat de vraag naar specialisten enorm toeneemt. De zzp’ers onder ons merken dat al goed. Zij worden gevraagd voor hun specifieke deskundigheid. Voor adviseurs worden specialisatie, diepgang en expertise zeker de norm. Meesterschap wordt de norm.

Afscheid van de generalisten met het T-profiel

Veel adviseurs rollen op basis van een specifieke studie het adviesvak in, bijvoorbeeld een financiële, juridische, logistieke of marketingstudie. Al werkend, ‘job- en klushoppend’, krijgen ze dat vak onder de knie en ontwikkelen ze een I-profiel. Om in organisaties effectief te zijn, zorgen ze er vervolgens voor dat ze zogenaamde verwijskennis ontwikkelen, de bovenkant van de ‘T’. Ondertussen blijven ze hun specialisatie ontwikkelen en dus bouwen aan een stevige poot van de ‘T’.  

Anderen genieten zo van dat ‘hoppen’ van klus naar klus dat ze als generalist bekend komen te staan in hun organisatie. Soms heel handig, maar het kan zich ook tegen je keren. Eén van de partners van een adviesbureau dat ik onlangs sprak, kende er wel een paar. “Die willen graag alle mogelijke klussen in alle mogelijke markten doen. Ze willen zich lekker breed ontwikkelen. Verstandig als je nog zoekende bent, maar ik zie ze worstelen om voor elke klus keer op keer hun CV te herschrijven om zich te kwalificeren voor die klus.”

Volgens Gratton is het tijd om afscheid te nemen van het bekende T-profiel en om je vroeg in je carrière te specialiseren in een domein met daarbovenop geïntegreerde kennis over alle domeinen.  Het T-profiel wordt dan ook vervangen door een M-profiel. De poten van de M staan voor de achtereenvolgende domeinen waarin je meesterschap toont, meerdere ‘I’s’ zou je kunnen zeggen. Alleen met een ontwikkeld M-profiel kan je mee in de snelle en diepgaande ontwikkelingen in de samenleving en organisaties.

Spraakverwarring

In de zaterdagkrant van NRC stond een artikel over David Epstein[2], een wetenschapsjournalist die juist stelt dat generalisten de toekomst hebben. Een uitspraak die mijn belangstelling wekte omdat de stelling van Gratton overal tractie ontwikkelt. Als je het artikel goed leest dan bepleit Epstein exact hetzelfde als Gratton, alleen met andere woorden. Van bioloog en wetenschapper werd hij journalist. Eerst misdaadjournalist, toen factchecker bij een sporttijdschrift en daarna sportwetenschapper. Epstein: „De meeste mensen bij Sports Illustrated wachtten netjes in de rij tot degene die over basketbal schreef met pensioen ging. Ik besefte dat mijn gekke combinatie van ervaringen me zo uniek maakte dat ik deze rij compleet kon overslaan.” Al snel mocht Epstein schrijven over de wetenschap achter sportprestaties. „Opeens was ik de rest vooruit.”

Hij was en is dus zeker geen ‘shallow generalist’ zoals Gratton ze noemt. Hij zorgde er elke keer voor dat hij expert werd in wat hij deed. Voor adviseurs betekent dat ze in staat moeten zijn om zichzelf keer op keer opnieuw uit te vinden, achtereenvolgens op meerdere terreinen meesterschap ontwikkelen. Het betekent dat ze soms afscheid moeten nemen van kennis en vaardigheden die er niet meer toe doen en nieuwe toekomstbestendige kennis en vaardigheden opbouwen. Dat betekent niet dat alle bekende kennis en vaardigheden overbodig worden, maar wel dat je als adviseur voelsprieten moet ontwikkelen voor dat wat nodig zal zijn, om voorop te blijven. Waarbij het net als bij Epstein gaat over het slim combineren en slim gebruik maken van eerdere capabilities.

Op een bepaalde manier is deze boodschap niet nieuw. Al jaren stimuleren wij deelnemers in onze grote consultancyprogramma’s om de zogenaamde ‘1/3, 1/3, 1/3’-regel toe te passen. Besteed een derde van je tijd aan werk dat je op je ‘ruggengraat’ kunt doen, een derde van je tijd aan klussen waar je nog flink bij moet nadenken en oefenen en nog een derde van je tijd aan het ontwikkelen van nieuwe kennis, vaardigheden, producten en diensten. Zo vind je je nieuwe niche en ontwikkel je de nieuwe poot van je M-profiel.

Ontwikkel jouw meesterschap

Voor veel adviseurs is het ontwikkelen van hun ‘M’ een aanlokkelijk perspectief. Vaak hebben ze wel al een idee, een vraag die hen bezighoudt of zien ze al een bepaalde ontwikkeling. Het is soms wel een lastige opgave; jarenlang hebben ze gewerkt aan het steeds beter worden in die ene poot van de ‘T’. Hun klanten kennen hen om die ‘poot’ en vragen hen daar ook voor. Dat maakt dat je als adviseur vast kan zitten in je succes. Tijd en ruimte maken om te werken aan de ontwikkeling van een nieuwe poot van de ‘M’ is dan lastig. Sioo helpt adviseurs hun plek te claimen en te werken aan hun serieel meesterschap. Het kiezen voor een geïntegreerde opleiding voor adviseurs helpt ze alvast flink op weg met die een derde om zo een nieuwe poot voor hun M-profiel te ontwikkelen.

De opbrengst is niet alleen een nieuwe poot aan het M-profiel, maar ook een routine waarin ze keer op keer nieuwe poten kunnen ontwikkelen en dus ook in de toekomst invulling kunnen blijven geven aan de ‘1/3, 1/3, 1/3’-regel en zo blijven werken aan hun vermogen om te vernieuwen.  

Hoewel ik dus bij mezelf een duidelijke rode draad door mijn loopbaan herken, heb ik ook wel degelijk ook een M-profiel. Geen M-profiel waar ik bewust aan gewerkt heb, maar ik wel een sterk gefocust op een doelgroep, onderwerp of thema, waarop ik expertise ontwikkelde. Dat serieel meesterschap normaal aan het worden is, zie ik ook al bij mijn dochter. Die nieuwe generatie denkt en spreekt niet eens in termen van I’s, T’s of M’s. Ze is echter wel gericht aan haar eerste ‘M’ aan het bouwen. Ze combineert haar baan heel bewust met een eigen bedrijf. Ook mijn zoon gaf snel nadat hij bij een specialistisch bureau was gaan werken aan dat hij dat natuurlijk niet te lang moest doen, omdat hij anders vast zou gaan zitten aan die niche. Ze hebben groot gelijk. Gezien de tijd die er nog voor hen ligt, zullen er vele poten aan hun ‘M’ gaan komen.

Wil je bewust aan de slag met het uitbouwen van jouw ‘M’ en wil je jouw meesterschap zichtbaar maken? Over een paar weken gaan we weer van start met het enige geïntegreerde verdiepende consultancyprogramma in Nederland.


[1] Lynda Gratton, The shift, the future of work is already here, 2014
[2] https://www.nrc.nl/nieuws/2020/02/27/waarom-generalisten-het-gaan-winnen-van-specialisten-a3991982

Mijn ene opa was smid, de andere binnenvaartschipper, ze leerden het werk in de praktijk en klommen langzaam op van hulpje naar ‘de baas’. Mijn vader was architect. Hij studeerde en werkte bij verschillende architectenbureaus. In de tijd dat ik studeerde kwamen ik en veel van mijn studiegenoten helemaal niet in het werkveld terecht waar we voor waren opgeleid. En dat lukte ook. Ook op basis van een ‘verkeerde’ studie kon ik groeien in mijn werk en een aantal fundamentele switches maken, waarin wel een rode draad te ontdekken valt. Het tijdperk van mijn opa’s is allang voorbij en dat van mij loopt op zijn achterste benen.

De wereld om ons heen verandert zo snel en fundamenteel dat ook de aard van ons werk verandert. Er is steeds minder ruimte voor generalisten, professionals die van alles wat weten en op veel klussen inzetbaar zijn. Wat er nodig is, zijn specialisten. Meesterschap wordt leidend. Dat is de conclusie van Lynda Gratton, professor aan de London Business School die voortdurend onderzoek doet naar de toekomst van arbeid[1]. Zij zag dat er in organisaties nog wel wat ruimte is voor de alleskunners, ‘de grazers’ zoals ik ze noem, die overal wat van weten maar nergens diepgaande kennis op hebben, maar dat de vraag naar specialisten enorm toeneemt. De zzp’ers onder ons merken dat al goed. Zij worden gevraagd voor hun specifieke deskundigheid. Voor adviseurs worden specialisatie, diepgang en expertise zeker de norm. Meesterschap wordt de norm.

Afscheid van de generalisten met het T-profiel

Veel adviseurs rollen op basis van een specifieke studie het adviesvak in, bijvoorbeeld een financiële, juridische, logistieke of marketingstudie. Al werkend, ‘job- en klushoppend’, krijgen ze dat vak onder de knie en ontwikkelen ze een I-profiel. Om in organisaties effectief te zijn, zorgen ze er vervolgens voor dat ze zogenaamde verwijskennis ontwikkelen, de bovenkant van de ‘T’. Ondertussen blijven ze hun specialisatie ontwikkelen en dus bouwen aan een stevige poot van de ‘T’.  

Anderen genieten zo van dat ‘hoppen’ van klus naar klus dat ze als generalist bekend komen te staan in hun organisatie. Soms heel handig, maar het kan zich ook tegen je keren. Eén van de partners van een adviesbureau dat ik onlangs sprak, kende er wel een paar. “Die willen graag alle mogelijke klussen in alle mogelijke markten doen. Ze willen zich lekker breed ontwikkelen. Verstandig als je nog zoekende bent, maar ik zie ze worstelen om voor elke klus keer op keer hun CV te herschrijven om zich te kwalificeren voor die klus.”

Volgens Gratton is het tijd om afscheid te nemen van het bekende T-profiel en om je vroeg in je carrière te specialiseren in een domein met daarbovenop geïntegreerde kennis over alle domeinen.  Het T-profiel wordt dan ook vervangen door een M-profiel. De poten van de M staan voor de achtereenvolgende domeinen waarin je meesterschap toont, meerdere ‘I’s’ zou je kunnen zeggen. Alleen met een ontwikkeld M-profiel kan je mee in de snelle en diepgaande ontwikkelingen in de samenleving en organisaties.

Spraakverwarring

In de zaterdagkrant van NRC stond een artikel over David Epstein[2], een wetenschapsjournalist die juist stelt dat generalisten de toekomst hebben. Een uitspraak die mijn belangstelling wekte omdat de stelling van Gratton overal tractie ontwikkelt. Als je het artikel goed leest dan bepleit Epstein exact hetzelfde als Gratton, alleen met andere woorden. Van bioloog en wetenschapper werd hij journalist. Eerst misdaadjournalist, toen factchecker bij een sporttijdschrift en daarna sportwetenschapper. Epstein: „De meeste mensen bij Sports Illustrated wachtten netjes in de rij tot degene die over basketbal schreef met pensioen ging. Ik besefte dat mijn gekke combinatie van ervaringen me zo uniek maakte dat ik deze rij compleet kon overslaan.” Al snel mocht Epstein schrijven over de wetenschap achter sportprestaties. „Opeens was ik de rest vooruit.”

Hij was en is dus zeker geen ‘shallow generalist’ zoals Gratton ze noemt. Hij zorgde er elke keer voor dat hij expert werd in wat hij deed. Voor adviseurs betekent dat ze in staat moeten zijn om zichzelf keer op keer opnieuw uit te vinden, achtereenvolgens op meerdere terreinen meesterschap ontwikkelen. Het betekent dat ze soms afscheid moeten nemen van kennis en vaardigheden die er niet meer toe doen en nieuwe toekomstbestendige kennis en vaardigheden opbouwen. Dat betekent niet dat alle bekende kennis en vaardigheden overbodig worden, maar wel dat je als adviseur voelsprieten moet ontwikkelen voor dat wat nodig zal zijn, om voorop te blijven. Waarbij het net als bij Epstein gaat over het slim combineren en slim gebruik maken van eerdere capabilities.

Op een bepaalde manier is deze boodschap niet nieuw. Al jaren stimuleren wij deelnemers in onze grote consultancyprogramma’s om de zogenaamde ‘1/3, 1/3, 1/3’-regel toe te passen. Besteed een derde van je tijd aan werk dat je op je ‘ruggengraat’ kunt doen, een derde van je tijd aan klussen waar je nog flink bij moet nadenken en oefenen en nog een derde van je tijd aan het ontwikkelen van nieuwe kennis, vaardigheden, producten en diensten. Zo vind je je nieuwe niche en ontwikkel je de nieuwe poot van je M-profiel.

Ontwikkel jouw meesterschap

Voor veel adviseurs is het ontwikkelen van hun ‘M’ een aanlokkelijk perspectief. Vaak hebben ze wel al een idee, een vraag die hen bezighoudt of zien ze al een bepaalde ontwikkeling. Het is soms wel een lastige opgave; jarenlang hebben ze gewerkt aan het steeds beter worden in die ene poot van de ‘T’. Hun klanten kennen hen om die ‘poot’ en vragen hen daar ook voor. Dat maakt dat je als adviseur vast kan zitten in je succes. Tijd en ruimte maken om te werken aan de ontwikkeling van een nieuwe poot van de ‘M’ is dan lastig. Sioo helpt adviseurs hun plek te claimen en te werken aan hun serieel meesterschap. Het kiezen voor een geïntegreerde opleiding voor adviseurs helpt ze alvast flink op weg met die een derde om zo een nieuwe poot voor hun M-profiel te ontwikkelen.

De opbrengst is niet alleen een nieuwe poot aan het M-profiel, maar ook een routine waarin ze keer op keer nieuwe poten kunnen ontwikkelen en dus ook in de toekomst invulling kunnen blijven geven aan de ‘1/3, 1/3, 1/3’-regel en zo blijven werken aan hun vermogen om te vernieuwen.  

Hoewel ik dus bij mezelf een duidelijke rode draad door mijn loopbaan herken, heb ik ook wel degelijk ook een M-profiel. Geen M-profiel waar ik bewust aan gewerkt heb, maar ik wel een sterk gefocust op een doelgroep, onderwerp of thema, waarop ik expertise ontwikkelde. Dat serieel meesterschap normaal aan het worden is, zie ik ook al bij mijn dochter. Die nieuwe generatie denkt en spreekt niet eens in termen van I’s, T’s of M’s. Ze is echter wel gericht aan haar eerste ‘M’ aan het bouwen. Ze combineert haar baan heel bewust met een eigen bedrijf. Ook mijn zoon gaf snel nadat hij bij een specialistisch bureau was gaan werken aan dat hij dat natuurlijk niet te lang moest doen, omdat hij anders vast zou gaan zitten aan die niche. Ze hebben groot gelijk. Gezien de tijd die er nog voor hen ligt, zullen er vele poten aan hun ‘M’ gaan komen.

Wil je bewust aan de slag met het uitbouwen van jouw ‘M’ en wil je jouw meesterschap zichtbaar maken? Over een paar weken gaan we weer van start met het enige geïntegreerde verdiepende consultancyprogramma in Nederland.


[1] Lynda Gratton, The shift, the future of work is already here, 2014
[2] https://www.nrc.nl/nieuws/2020/02/27/waarom-generalisten-het-gaan-winnen-van-specialisten-a3991982