Mail ons

Overzicht

Sioo op Maat: ‘Ontwikkeltraject Regiocoördinatoren’ bij S-BB

Blogpost 5 Feb 2020

Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (S-BB) vroeg Sioo een leertraject op maat te maken. De organisatie wilde haar regiocoördinatoren empoweren om hun positie in te kunnen nemen en daarvoor de nodige handvatten geven. Een jaar later lijkt dit voor veel deelnemende regiocoördinatoren geslaagd te zijn. “Aan het begin was ik op zijn zachtst gezegd nogal sceptisch. Mijn leervraag was: ‘wil ik aan het eind van de leergang nog regiocoördinator blijven?’ Het antwoord is JA, ik blijf regiocoördinator. Mede door deze leergang ben ik tot nieuwe inzichten gekomen,” blikt één van hen na afloop terug.

S-BB erkent en begeleidt leerbedrijven waar MBO-studenten terecht kunnen voor een stage of leerbaan van goede kwaliteit. Vandaag vind je bij 260.000 erkende leerbedrijven (zoals bakkers, restaurants, garages, zorginstellingen, etc.) de herkenbare S-BB-sticker bij de ingang. Om hun doelstellingen landelijk te bewaken en uit te voeren is de organisatie onderverdeeld in acht sector units. Yvonne Heemskerk, Senior Adviseur Opleidingen: “Op vlak van regionale aansturing wordt er gewerkt met 24 regioteams en regiocoördinatoren, die onder acht regiomanagers vallen en  gekoppeld zijn aan acht regioadviseurs onderwijs arbeidsmarkt.”

De rol van regiocoördinator werd in 2017 in het leven geroepen en niet zonder reden. “We zien steeds meer arbeidsmarktvraagstukken die regionaal verschillen en wilden vorm en inhoud geven aan dienstverlening over de sectoren heen richting scholen en bovensectorale leerbedrijven. De rol van de regiocoördinator, de coördinatie van de bovensectorale operationele dienstverlening, werd formeel beschreven maar bleef in de praktijk lange tijd beperkt zichtbaar.”

Eigen leervragen en eigenaarschap

Yvonne was vanaf de vraag betrokken bij het leertraject. Ze duidt de precieze uitdagingen van de regiocoördinatoren. “De rol van regiocoördinator kent veel facetten, maar geen hiërarchische of lijnverantwoordelijkheid. De regiocoördinatoren gaven aan het hierdoor moeilijk te vinden om sturing en coördinatie te geven. Met deze signalen zijn we dan ook gestart met het inventariseren welke vragen zij in een leertraject zouden willen behandelen. We wilden vanuit hun vragen vertrekken om zo meer eigenaarschap te creëren.”

Uit de intakegesprekken met regiocoördinatoren kwamen acht verschillende aandachtspunten naar voren. De aandachtspunten vormden zowel de leidraad voor de inhoud als voor de werkvormen in de leergang. Voor het ontwikkeltraject werden zowel een cocreatie als een stuurgroep opgetuigd. “In de cocreatiegroep zaten ook drie regiocoördinatoren waarmee we samen naar de exacte invulling en onderwerpen van een bepaald opleidingsonderdeel konden kijken. In deze groep bespraken we ook waar mogelijk extra aandacht aan besteed moest worden. De stuurgroep diende dan juist weer om goed het oorspronkelijke doel van het traject in de gaten te houden en om de regiomanagers en de regioadviseurs en hun kennis er voldoende bij te kunnen betrekken.”

Wat ga je morgen anders doen

Renske Hamstra-Wiebes, Manager Regionaal Advies Onderwijs Arbeidsmarkt SBB en Regiomanager Midden West Nederland maakte deel uit van de stuurgroep die het traject tussentijds bijstuurde. “De rol van de regiocoördinatoren was duidelijk, maar hij werd nog niet genoeg ‘gepakt’. Er was veel vraag naar ‘mandaat’, maar uiteindelijk valt het slagen van deze rol ook samen met de vaardigheden van het individu: weet je een groep te motiveren en durf je te staan voor de rol waarvoor je aangesteld bent? Hier hoort ook het besef bij dat hoewel je geen lijnmanager bent, je wel een beroep kunt doen op mensen en hoe je dat kan doen. Daar is in veel werkvormen aandacht aan besteed waarmee de regiocoördinatoren concrete handvatten kregen om hun rol in te kleuren. Dit heeft tot mooie inzichten geleid over de inhoud van de rol en de beleving dat de regiocoördinatoren functioneel leidinggevenden zijn.”

Het traject stond in het teken van actieleren en bestond uit vier tweedaagse workshops, een world café, intervisiebijeenkomsten, een online leeromgeving, een buddy en een oogstdag. De kracht van het ontwikkeltraject was de directe toepassing in de werkzaamheden van de regiocoördinatoren. Een terugkerende vraag in het programma was: ‘wat staat er in jouw agenda, wat ga je morgen anders doen of wat wil je proberen? Voor S-BB waren een aantal facetten in Sioo’s ontwerp belangrijk en onderscheidend. Yvonne: “In de aanbestedingsfase van deze opdracht viel Sioo op doordat het ‘samen doen’, centraal stond. Verder hadden ze een duidelijke aanpak rond het betrekken van de deelnemers bij de cocreatie en het vergroten van het eigenaarschap onder hen. Daarnaast vonden we de verschillende onderdelen van het programmaontwerp sterk, zoals de intervisie, het werken met buddies en het meteen in de praktijk brengen van opdrachten.”

Oogst

Voor de uitdagingen van de regiocoördinatoren was vooral het World Café een hoogtepunt. Een dag waarop gezorgd wordt dat het ‘hele systeem’ samen aan de slag kan. Yvonne: “Eigenlijk kwam alles toen samen. Het was voor het eerst dat alle rollen ‘onder begeleiding’ rond de tafel zaten, dat iedereen dezelfde opdracht kreeg en dat de regiocoördinatoren echt konden laten zien waar ze mee bezig waren en welke kant het op ging. Ze merkten daar zelf dat er dingen aan het veranderen waren.” Dit heeft veel regiocoördinatoren gesterkt in hun rol. Yvonne is hoe dan ook erg blij met het resultaat. “Ik denk dat we met een hele enthousiaste groep hebben mogen werken. De regiocoördinatoren in het cocreatieteam leverden ook mooie actieve bijdrage. Zij waren naast leermanager Rob Leliveld zeker medeverantwoordelijk voor het succes.”

Dat beaamt Renske: “Door Robs bijdragen werd duidelijk dat er niet een kunstje is om je zichtbaarheid te vergroten, maar dat er een scala aan mogelijkheden is waar je iets mee kan doen. Het begint allemaal met het bewust zijn van je eigen handelen. Ik zie wel echt dat dit bewustzijn er nu is. Veel mensen zijn gewend om hun vragen bij zich te houden, maar je moet elkaars kracht durven benutten en ervoor kiezen om collega’s met andere rollen en van andere afdelingen in te schakelen. Door te sparren met anderen kun je een betere interventiestrategie ontwikkelen. Er zijn echt mensen die dit nu super goed oppakken. Er zijn ook mensen die zien dat deze rol misschien niet zo goed bij ze past, ook dat is goed.”

Veel regiocoördinatoren hebben inmiddels positie ingenomen en groeien daar nog steeds in. Yvonne: “Zij gaan, veel meer dan vorig jaar, uit van hun eigen verantwoordelijkheid, zoeken elkaar op om ervaringen uit te wisselen of te sparren. Aan het begin van dit traject legden ze letterlijk alles wat niet lekker liep op de tafel, nu pakken ze echt hun rol en gaat men actief zelf naar mogelijkheden op zoek. Belangrijk hiervoor was dat er veel aandacht was voor het in de praktijk brengen van de aangereikte handvatten. Dat geeft echt de beste kans voor een goede borging van de kennis.”

Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (S-BB) vroeg Sioo een leertraject op maat te maken. De organisatie wilde haar regiocoördinatoren empoweren om hun positie in te kunnen nemen en daarvoor de nodige handvatten geven. Een jaar later lijkt dit voor veel deelnemende regiocoördinatoren geslaagd te zijn. “Aan het begin was ik op zijn zachtst gezegd nogal sceptisch. Mijn leervraag was: ‘wil ik aan het eind van de leergang nog regiocoördinator blijven?’ Het antwoord is JA, ik blijf regiocoördinator. Mede door deze leergang ben ik tot nieuwe inzichten gekomen,” blikt één van hen na afloop terug.

S-BB erkent en begeleidt leerbedrijven waar MBO-studenten terecht kunnen voor een stage of leerbaan van goede kwaliteit. Vandaag vind je bij 260.000 erkende leerbedrijven (zoals bakkers, restaurants, garages, zorginstellingen, etc.) de herkenbare S-BB-sticker bij de ingang. Om hun doelstellingen landelijk te bewaken en uit te voeren is de organisatie onderverdeeld in acht sector units. Yvonne Heemskerk, Senior Adviseur Opleidingen: “Op vlak van regionale aansturing wordt er gewerkt met 24 regioteams en regiocoördinatoren, die onder acht regiomanagers vallen en  gekoppeld zijn aan acht regioadviseurs onderwijs arbeidsmarkt.”

De rol van regiocoördinator werd in 2017 in het leven geroepen en niet zonder reden. “We zien steeds meer arbeidsmarktvraagstukken die regionaal verschillen en wilden vorm en inhoud geven aan dienstverlening over de sectoren heen richting scholen en bovensectorale leerbedrijven. De rol van de regiocoördinator, de coördinatie van de bovensectorale operationele dienstverlening, werd formeel beschreven maar bleef in de praktijk lange tijd beperkt zichtbaar.”

Eigen leervragen en eigenaarschap

Yvonne was vanaf de vraag betrokken bij het leertraject. Ze duidt de precieze uitdagingen van de regiocoördinatoren. “De rol van regiocoördinator kent veel facetten, maar geen hiërarchische of lijnverantwoordelijkheid. De regiocoördinatoren gaven aan het hierdoor moeilijk te vinden om sturing en coördinatie te geven. Met deze signalen zijn we dan ook gestart met het inventariseren welke vragen zij in een leertraject zouden willen behandelen. We wilden vanuit hun vragen vertrekken om zo meer eigenaarschap te creëren.”

Uit de intakegesprekken met regiocoördinatoren kwamen acht verschillende aandachtspunten naar voren. De aandachtspunten vormden zowel de leidraad voor de inhoud als voor de werkvormen in de leergang. Voor het ontwikkeltraject werden zowel een cocreatie als een stuurgroep opgetuigd. “In de cocreatiegroep zaten ook drie regiocoördinatoren waarmee we samen naar de exacte invulling en onderwerpen van een bepaald opleidingsonderdeel konden kijken. In deze groep bespraken we ook waar mogelijk extra aandacht aan besteed moest worden. De stuurgroep diende dan juist weer om goed het oorspronkelijke doel van het traject in de gaten te houden en om de regiomanagers en de regioadviseurs en hun kennis er voldoende bij te kunnen betrekken.”

Wat ga je morgen anders doen

Renske Hamstra-Wiebes, Manager Regionaal Advies Onderwijs Arbeidsmarkt SBB en Regiomanager Midden West Nederland maakte deel uit van de stuurgroep die het traject tussentijds bijstuurde. “De rol van de regiocoördinatoren was duidelijk, maar hij werd nog niet genoeg ‘gepakt’. Er was veel vraag naar ‘mandaat’, maar uiteindelijk valt het slagen van deze rol ook samen met de vaardigheden van het individu: weet je een groep te motiveren en durf je te staan voor de rol waarvoor je aangesteld bent? Hier hoort ook het besef bij dat hoewel je geen lijnmanager bent, je wel een beroep kunt doen op mensen en hoe je dat kan doen. Daar is in veel werkvormen aandacht aan besteed waarmee de regiocoördinatoren concrete handvatten kregen om hun rol in te kleuren. Dit heeft tot mooie inzichten geleid over de inhoud van de rol en de beleving dat de regiocoördinatoren functioneel leidinggevenden zijn.”

Het traject stond in het teken van actieleren en bestond uit vier tweedaagse workshops, een world café, intervisiebijeenkomsten, een online leeromgeving, een buddy en een oogstdag. De kracht van het ontwikkeltraject was de directe toepassing in de werkzaamheden van de regiocoördinatoren. Een terugkerende vraag in het programma was: ‘wat staat er in jouw agenda, wat ga je morgen anders doen of wat wil je proberen? Voor S-BB waren een aantal facetten in Sioo’s ontwerp belangrijk en onderscheidend. Yvonne: “In de aanbestedingsfase van deze opdracht viel Sioo op doordat het ‘samen doen’, centraal stond. Verder hadden ze een duidelijke aanpak rond het betrekken van de deelnemers bij de cocreatie en het vergroten van het eigenaarschap onder hen. Daarnaast vonden we de verschillende onderdelen van het programmaontwerp sterk, zoals de intervisie, het werken met buddies en het meteen in de praktijk brengen van opdrachten.”

Oogst

Voor de uitdagingen van de regiocoördinatoren was vooral het World Café een hoogtepunt. Een dag waarop gezorgd wordt dat het ‘hele systeem’ samen aan de slag kan. Yvonne: “Eigenlijk kwam alles toen samen. Het was voor het eerst dat alle rollen ‘onder begeleiding’ rond de tafel zaten, dat iedereen dezelfde opdracht kreeg en dat de regiocoördinatoren echt konden laten zien waar ze mee bezig waren en welke kant het op ging. Ze merkten daar zelf dat er dingen aan het veranderen waren.” Dit heeft veel regiocoördinatoren gesterkt in hun rol. Yvonne is hoe dan ook erg blij met het resultaat. “Ik denk dat we met een hele enthousiaste groep hebben mogen werken. De regiocoördinatoren in het cocreatieteam leverden ook mooie actieve bijdrage. Zij waren naast leermanager Rob Leliveld zeker medeverantwoordelijk voor het succes.”

Dat beaamt Renske: “Door Robs bijdragen werd duidelijk dat er niet een kunstje is om je zichtbaarheid te vergroten, maar dat er een scala aan mogelijkheden is waar je iets mee kan doen. Het begint allemaal met het bewust zijn van je eigen handelen. Ik zie wel echt dat dit bewustzijn er nu is. Veel mensen zijn gewend om hun vragen bij zich te houden, maar je moet elkaars kracht durven benutten en ervoor kiezen om collega’s met andere rollen en van andere afdelingen in te schakelen. Door te sparren met anderen kun je een betere interventiestrategie ontwikkelen. Er zijn echt mensen die dit nu super goed oppakken. Er zijn ook mensen die zien dat deze rol misschien niet zo goed bij ze past, ook dat is goed.”

Veel regiocoördinatoren hebben inmiddels positie ingenomen en groeien daar nog steeds in. Yvonne: “Zij gaan, veel meer dan vorig jaar, uit van hun eigen verantwoordelijkheid, zoeken elkaar op om ervaringen uit te wisselen of te sparren. Aan het begin van dit traject legden ze letterlijk alles wat niet lekker liep op de tafel, nu pakken ze echt hun rol en gaat men actief zelf naar mogelijkheden op zoek. Belangrijk hiervoor was dat er veel aandacht was voor het in de praktijk brengen van de aangereikte handvatten. Dat geeft echt de beste kans voor een goede borging van de kennis.”