Mail ons

Overzicht

Systeemdenken in coronatijd: ‘Wat mij nou is overkomen…’

Blogpost 27 May 2020

Weet je hoe groot de kans is dat je met ademhalen een molecuul inademt dat ook door Winston Churchill is ingeademd? 100%. Welkom in de wereld van het systeemdenken, alles is met alles verbonden. Docenten Charles Engelen en Tim Stevens kijken met een systeemblik naar de coronacrisis, Charles vanuit Frankrijk en Tim vanuit Nederland. Het aardige van systeemdenken is dat er zoveel verschillende invalshoeken zijn om ergens naar te kijken. Een ander perspectief of nieuwe inzichten geven een beter begrip van de situatie. Of juist een minder goed begrip, omdat nog meer van de complexiteit aan het licht is gekomen. Dat kan net zo goed. Met meer brillen kijken naar de realiteit is verrijkend en doet recht aan de complexiteit van de realiteit waarin we ons nu bevinden.

In het systeemdenken hebben we het altijd over een ‘systeem in focus’, dat bestaat uit onderliggende samenhangende subsystemen, én dat deel uitmaakt van ‘iets groters’, een metasysteem. Wat het dichtstbij is, lijkt het meest te overzien. Europa is complex, maar Nederland snap je wel. Door in-  en uit te zoomen zie je pas dat er verschillen zijn en hoe groot die zijn. Het is daarom noodzakelijk (ofschoon niet altijd aantrekkelijk) om dat te blijven doen. In deze blog proberen we door verschillende systemische brillen naar de coronacrisis te kijken en zo verschillende aspecten van de crisis op te merken.

Het vlindereffect

Ergens in Wuhan sprong op een moment het coronavirus van een dier over op een mens. Een kleine gebeurtenis met grote gevolgen. Toen de coronabesmetting wereldwijd om zich heen greep, beseften we plotsklaps: we zijn verbonden met elkaar, we ademen elkaars adem. En dat is niet zo’n goed idee als iemand het coronavirus in zijn longen heeft. We gingen allemaal thuis werken en we leven nu in het nog wat zoekende begin van de ‘anderhalvemetersamenleving’. Of je je dat nu altijd realiseert of niet, we zijn afhankelijk van en verbonden met onze omgeving. Je kunt wel eens denken dat je het leven in de hand hebt, dat je zelf aan het roer staat, maar de wereld waarin we leven is één ecosysteem. Daar kwamen we achter toen we de gifstof DDT in de ijskappen van de Noordpool aantroffen, toen microscopische plasticdeeltjes op tien kilometer diepte in de oceaan werden aangetroffen, toen de broeikasgassen de ozonlaag op tien kilometer hoogte aantastten en door de opwarming van de aarde door de CO2-uitstoot. En zo heeft die kleine gebeurtenis in een sub-sub-subsysteem in Wuhan ook grote gevolgen voor de overkoepelende metasystemen in de wereld.

Het coronavirus trekt zich niets aan van onze systeemgrenzen

Ieder land pakt de coronacrisis anders aan en die verschillen schuren aan de landsgrenzen. Aan het begin van de crisis kregen we van onze Belgische vrienden de wind van voren: “Nederlanders hebben er een handje van om te zeggen dat zij de beste zijn, de rijkste, de slimste. Maar wat Nederland nu doet is onaanvaardbaar! Uw regering is een stelletje onnozelaars!” zei burgemeester Lippens van Knokke-Heist op 19 maart op de radio. In de coronacrisis voert elk Europees land zijn eigen beleid, en van samenhang (het bovenliggende systeemniveau) lijkt geen sprake. Sterker nog: landen sluiten hun grenzen, alsof ze geen subsysteem van iets groters zijn. “De EU heeft geen bevoegdheid,” horen we. Het virus kent die grenzen en bevoegdheden niet en mocht het virus die leren kennen dan zijn er nog honderden zoönosen die de grens niet kennen.

Het lukt nog wel om op een hoger systeemniveau te dénken, maar om met die informatie vervolgens te handelen op ons eigen systeemniveau is behoorlijk lastig. De ‘corporate authority’ zoals Stafford Beer dit hoogste systeemniveau noemt, is op Europees niveau tot nu toe in deze crisis een tamelijk lege cockpit. En wij waren allemaal te laat, de WHO riep 11 maart al de coronapandemie uit. In Frankrijk deed Macron op 16 maart het land dicht, later bleek dat de eerste coronabesmetting al op 27 december plaats vond. In Nederland hebben we in januari het Outbreak Management Team bijeengeroepen, werd op 27 februari de eerste besmetting geconstateerd en kondigde Rutte in de persconferenties van 13 en 15 maart maatregelen af, met op zondagavond om 18.00 de aankondiging dat 2 uur later alle horecagelegenheden gesloten moesten zijn.

Social defenses in actie

“Wat mij nou is overkomen” is het persoonlijke verhaal van zeven miljard mensen in een mondiale crisis. Als je de psychodynamische bril opzet, krijg je hier meer beeld bij. Het leven in de huidige situatie brengt spanning en angst met zich mee, we houden onze adem in. Mensen worden ernstig ziek, er vallen doden. Er is een enorme overdaad aan informatie, en mensen hebben eigen sociale verdedigingsmechanismen om zich te beschermen tegen te veel spanning. Die variëren van geruststellend (‘het is maar een griepje’), juist beangstigend (‘het wordt nooit meer zoals voor corona’), hoopgevend (‘dit is onze kans om het echt beter te gaan doen!’) of somber (‘dit gaat nooit meer over, er zijn nog honderden nieuwe zoönosen die op hun beurt wachten’) tot het complotdenken (‘de techmagnaten creëren deze crisis om het gedrag van de mensen wereldwijd te controleren’).

Er is in dit soort tijden een grote(re) behoefte aan houvast, en dan kijken we als eerste ook naar onze leiders. Leiders beantwoorden die roep om houvast op hun eigen wijze. De één persoonlijk en gericht op samenwerking, de ander zoekend naar schuldigen en eigen gewin. In praktijk geven beide vormen houvast en een bereidheid tot volgen.

Doe maar gewoon

Ik, Tim, kijk op van de aanpak in Nederland, die in schril contrast staat met een dwingender aanpak in Zuid-Europa, en ook van het geruzie tussen president en burgemeesters in bijvoorbeeld de VS en Brazilië. Nee, dan onze minister-president en onze koning. Rutte die zegt dat we niet strenger gaan handhaven want “dan zijn we een kinderspeelplaats aan het runnen”. En “ik ben ook maar minister-president bij gebrek aan excuus, ik informeer jullie zo goed mogelijk, laten we samen deze crisis te boven komen”. Een appel op gezond verstand en ons eigen oordeel. Of onze koning Willem Alexander, die als net iets te mooi aangeklede huisvader ons een hart onder de riem steekt. Informeel en aanraakbaar, en met duidelijk behoefte aan een kappersbezoekje. Zo menselijk, zo doe-maar-gewoon, zó Nederlands!

“Nous sommes en guerre”

Hoe anders in Frankrijk! Op 16 maart keek ik, Charles, met vele Fransen naar een toespraak van president Macron. In Frankrijk was men inmiddels ook al gestopt met handen en kussen geven, zeer tegen de vigerende omgangsvormen in. “Nous sommes en guerre’, zei Macron, en hij keek er heel ernstig bij. Hij herhaalde het wel vijf keer. En ik merkte dat ik afstand nam en dacht ‘wat is hier eigenlijk de boodschap?’ In Frankrijk is wantrouwen van de bevolking jegens de overheid het uitgangspunt. De overheid denkt daarom dat een appel doen op saamhorigheidsgevoel en burgerzin niet zoveel effect heeft en dus spreekt Macron zoals hij spreekt, doet hij het land op slot, sluit hij de burgers op in hun huis en belooft hij stevige handhaving met forse straffen.

Tot op zekere hoogte doen de Fransen wat moet. Dat wil zeggen: 200.000 Parijzenaars reizen nog wel snel naar hun familiehuis in de Campagne, maar daarna blijven ze in hun maison secundaire. Het wantrouwen van de Franse bevolking en de aanpak van de Franse overheid kun je zien als een systemisch patroon. Bevolking en overheid doen over en weer wat ze denken dat de ander van hen verwacht, en zo houden ze elkaar gevangen in het patroon. Luhmann, een groot Duits systeemdenker, heeft het in dit verband over ‘verwachtingsverwachtingen’: je gedrag wordt gestuurd door wat je verwacht dat de ander van je verwacht.

Geen antwoorden, wel zienswijzen

Systemisch gezien leven we in bijzondere tijden. Vele vragen komen op, zoals een besturingsvraag: ‘hoe kunnen we in ons handelen ook kijken vanuit het overkoepelende niveau?’, een psychodynamische vraag: ‘welk houvast helpt om hiermee om te gaan?’, een relationeel-communicatieve vraag: ‘hoe zorg ik dat ik doe wat ik denk dat jij van me verwacht?’. Een voorraad ‘systeembrillen’ in je rugzak is buitengewoon handig om daar chocola van te maken. En gewoon blijven ademhalen ook. Binnenkort komen we terug met een vervolg op deze blog.

Tim Stevens en Charles Engelen zijn als docenten o.a. in Sioo’s Studieweek Systemen te vinden,  waarin systeemdenken, systeemdenkers en hun theorieën ontleed worden, ten gunste van een systemische blik op jouw organisatie. 24 augustus gaan we weer van start.

Ontdek de Studieweek Systemen

Weet je hoe groot de kans is dat je met ademhalen een molecuul inademt dat ook door Winston Churchill is ingeademd? 100%. Welkom in de wereld van het systeemdenken, alles is met alles verbonden. Docenten Charles Engelen en Tim Stevens kijken met een systeemblik naar de coronacrisis, Charles vanuit Frankrijk en Tim vanuit Nederland. Het aardige van systeemdenken is dat er zoveel verschillende invalshoeken zijn om ergens naar te kijken. Een ander perspectief of nieuwe inzichten geven een beter begrip van de situatie. Of juist een minder goed begrip, omdat nog meer van de complexiteit aan het licht is gekomen. Dat kan net zo goed. Met meer brillen kijken naar de realiteit is verrijkend en doet recht aan de complexiteit van de realiteit waarin we ons nu bevinden.

In het systeemdenken hebben we het altijd over een ‘systeem in focus’, dat bestaat uit onderliggende samenhangende subsystemen, én dat deel uitmaakt van ‘iets groters’, een metasysteem. Wat het dichtstbij is, lijkt het meest te overzien. Europa is complex, maar Nederland snap je wel. Door in-  en uit te zoomen zie je pas dat er verschillen zijn en hoe groot die zijn. Het is daarom noodzakelijk (ofschoon niet altijd aantrekkelijk) om dat te blijven doen. In deze blog proberen we door verschillende systemische brillen naar de coronacrisis te kijken en zo verschillende aspecten van de crisis op te merken.

Het vlindereffect

Ergens in Wuhan sprong op een moment het coronavirus van een dier over op een mens. Een kleine gebeurtenis met grote gevolgen. Toen de coronabesmetting wereldwijd om zich heen greep, beseften we plotsklaps: we zijn verbonden met elkaar, we ademen elkaars adem. En dat is niet zo’n goed idee als iemand het coronavirus in zijn longen heeft. We gingen allemaal thuis werken en we leven nu in het nog wat zoekende begin van de ‘anderhalvemetersamenleving’. Of je je dat nu altijd realiseert of niet, we zijn afhankelijk van en verbonden met onze omgeving. Je kunt wel eens denken dat je het leven in de hand hebt, dat je zelf aan het roer staat, maar de wereld waarin we leven is één ecosysteem. Daar kwamen we achter toen we de gifstof DDT in de ijskappen van de Noordpool aantroffen, toen microscopische plasticdeeltjes op tien kilometer diepte in de oceaan werden aangetroffen, toen de broeikasgassen de ozonlaag op tien kilometer hoogte aantastten en door de opwarming van de aarde door de CO2-uitstoot. En zo heeft die kleine gebeurtenis in een sub-sub-subsysteem in Wuhan ook grote gevolgen voor de overkoepelende metasystemen in de wereld.

Het coronavirus trekt zich niets aan van onze systeemgrenzen

Ieder land pakt de coronacrisis anders aan en die verschillen schuren aan de landsgrenzen. Aan het begin van de crisis kregen we van onze Belgische vrienden de wind van voren: “Nederlanders hebben er een handje van om te zeggen dat zij de beste zijn, de rijkste, de slimste. Maar wat Nederland nu doet is onaanvaardbaar! Uw regering is een stelletje onnozelaars!” zei burgemeester Lippens van Knokke-Heist op 19 maart op de radio. In de coronacrisis voert elk Europees land zijn eigen beleid, en van samenhang (het bovenliggende systeemniveau) lijkt geen sprake. Sterker nog: landen sluiten hun grenzen, alsof ze geen subsysteem van iets groters zijn. “De EU heeft geen bevoegdheid,” horen we. Het virus kent die grenzen en bevoegdheden niet en mocht het virus die leren kennen dan zijn er nog honderden zoönosen die de grens niet kennen.

Het lukt nog wel om op een hoger systeemniveau te dénken, maar om met die informatie vervolgens te handelen op ons eigen systeemniveau is behoorlijk lastig. De ‘corporate authority’ zoals Stafford Beer dit hoogste systeemniveau noemt, is op Europees niveau tot nu toe in deze crisis een tamelijk lege cockpit. En wij waren allemaal te laat, de WHO riep 11 maart al de coronapandemie uit. In Frankrijk deed Macron op 16 maart het land dicht, later bleek dat de eerste coronabesmetting al op 27 december plaats vond. In Nederland hebben we in januari het Outbreak Management Team bijeengeroepen, werd op 27 februari de eerste besmetting geconstateerd en kondigde Rutte in de persconferenties van 13 en 15 maart maatregelen af, met op zondagavond om 18.00 de aankondiging dat 2 uur later alle horecagelegenheden gesloten moesten zijn.

Social defenses in actie

“Wat mij nou is overkomen” is het persoonlijke verhaal van zeven miljard mensen in een mondiale crisis. Als je de psychodynamische bril opzet, krijg je hier meer beeld bij. Het leven in de huidige situatie brengt spanning en angst met zich mee, we houden onze adem in. Mensen worden ernstig ziek, er vallen doden. Er is een enorme overdaad aan informatie, en mensen hebben eigen sociale verdedigingsmechanismen om zich te beschermen tegen te veel spanning. Die variëren van geruststellend (‘het is maar een griepje’), juist beangstigend (‘het wordt nooit meer zoals voor corona’), hoopgevend (‘dit is onze kans om het echt beter te gaan doen!’) of somber (‘dit gaat nooit meer over, er zijn nog honderden nieuwe zoönosen die op hun beurt wachten’) tot het complotdenken (‘de techmagnaten creëren deze crisis om het gedrag van de mensen wereldwijd te controleren’).

Er is in dit soort tijden een grote(re) behoefte aan houvast, en dan kijken we als eerste ook naar onze leiders. Leiders beantwoorden die roep om houvast op hun eigen wijze. De één persoonlijk en gericht op samenwerking, de ander zoekend naar schuldigen en eigen gewin. In praktijk geven beide vormen houvast en een bereidheid tot volgen.

Doe maar gewoon

Ik, Tim, kijk op van de aanpak in Nederland, die in schril contrast staat met een dwingender aanpak in Zuid-Europa, en ook van het geruzie tussen president en burgemeesters in bijvoorbeeld de VS en Brazilië. Nee, dan onze minister-president en onze koning. Rutte die zegt dat we niet strenger gaan handhaven want “dan zijn we een kinderspeelplaats aan het runnen”. En “ik ben ook maar minister-president bij gebrek aan excuus, ik informeer jullie zo goed mogelijk, laten we samen deze crisis te boven komen”. Een appel op gezond verstand en ons eigen oordeel. Of onze koning Willem Alexander, die als net iets te mooi aangeklede huisvader ons een hart onder de riem steekt. Informeel en aanraakbaar, en met duidelijk behoefte aan een kappersbezoekje. Zo menselijk, zo doe-maar-gewoon, zó Nederlands!

“Nous sommes en guerre”

Hoe anders in Frankrijk! Op 16 maart keek ik, Charles, met vele Fransen naar een toespraak van president Macron. In Frankrijk was men inmiddels ook al gestopt met handen en kussen geven, zeer tegen de vigerende omgangsvormen in. “Nous sommes en guerre’, zei Macron, en hij keek er heel ernstig bij. Hij herhaalde het wel vijf keer. En ik merkte dat ik afstand nam en dacht ‘wat is hier eigenlijk de boodschap?’ In Frankrijk is wantrouwen van de bevolking jegens de overheid het uitgangspunt. De overheid denkt daarom dat een appel doen op saamhorigheidsgevoel en burgerzin niet zoveel effect heeft en dus spreekt Macron zoals hij spreekt, doet hij het land op slot, sluit hij de burgers op in hun huis en belooft hij stevige handhaving met forse straffen.

Tot op zekere hoogte doen de Fransen wat moet. Dat wil zeggen: 200.000 Parijzenaars reizen nog wel snel naar hun familiehuis in de Campagne, maar daarna blijven ze in hun maison secundaire. Het wantrouwen van de Franse bevolking en de aanpak van de Franse overheid kun je zien als een systemisch patroon. Bevolking en overheid doen over en weer wat ze denken dat de ander van hen verwacht, en zo houden ze elkaar gevangen in het patroon. Luhmann, een groot Duits systeemdenker, heeft het in dit verband over ‘verwachtingsverwachtingen’: je gedrag wordt gestuurd door wat je verwacht dat de ander van je verwacht.

Geen antwoorden, wel zienswijzen

Systemisch gezien leven we in bijzondere tijden. Vele vragen komen op, zoals een besturingsvraag: ‘hoe kunnen we in ons handelen ook kijken vanuit het overkoepelende niveau?’, een psychodynamische vraag: ‘welk houvast helpt om hiermee om te gaan?’, een relationeel-communicatieve vraag: ‘hoe zorg ik dat ik doe wat ik denk dat jij van me verwacht?’. Een voorraad ‘systeembrillen’ in je rugzak is buitengewoon handig om daar chocola van te maken. En gewoon blijven ademhalen ook. Binnenkort komen we terug met een vervolg op deze blog.

Tim Stevens en Charles Engelen zijn als docenten o.a. in Sioo’s Studieweek Systemen te vinden,  waarin systeemdenken, systeemdenkers en hun theorieën ontleed worden, ten gunste van een systemische blik op jouw organisatie. 24 augustus gaan we weer van start.

Ontdek de Studieweek Systemen