Mail ons

Overzicht

'Theory informs practice and practices informs theory'

Blogpost 31 Aug 2022

Dat is een uitspraak van één van mijn internationale collega’s uit het NGO-werkveld. Op het moment van deze uitspraak waren ze, al werkend en pendelend tussen theorie en praktijk, aan het uitvogelen hoe je met meerdere stakeholders met uiteenlopende belangen, bouwt aan een vitale samenleving.

Aan deze uitspraak moest ik denken toen ik als gast aanwezig was op twee zeer verschillende events. Het ene was een ‘oploopje’ van adviesbureau Wielinq over sectorale digitale transformatie. Het andere event was het afscheidssymposium van de CEO van Deerns, Jan Karel Mak, met als titel ‘Technologie en innovatie en duurzaamheid’. Op beide bijeenkomsten zag je dat theorie in de praktijk werd gebracht en dat theorie diezelfde praktijk ook een stapje verder zou kunnen helpen.

Een gevoelde ambitie

Op beide events voelde je een verlangen. Een verlangen naar een andere samenleving. Bij het event van Wielinq ging het over vragen als: “Wat als je niet één school wilt veranderen, maar het hele onderwijs of de hele wooncorporatiesector?” Hier grepen ze naar digitalisering als mogelijke oplossing. Bij het afscheid van Mak verlangden de sprekers uit het panel naar een meer duurzame en/of inclusievere samenleving. Hier grepen ze naar technologische innovatie in met name gebouwen.

Arjan Geurts van Wielinq haalde in zijn introductie kort een model aan van Common Eye, dat bruikbaar zou kunnen zijn. Maar het opvallende was dat zowel bij Wielinq als bij Deerns de vraag “Wat is eigenlijk de collectieve ambitie voor het onderwijs, de gebouwde omgeving of, nog breder, de samenleving?” niet aan de orde was. En ook niet de vraag wie er aan tafel zouden moeten zitten om die te formuleren, zodat die richting geeft aan het handelen.

Vacante verantwoordelijkheid voor het geheel

In de bijeenkomst bij Wielinq ontstond een interessant gesprek tussen ’twee kanten van de tafel’ toen één van de sprekers vertelde over de implementatie van de inkooporganisatie in het onderwijs. Deze is inmiddels succesvol vormgegeven. Dit is voor scholen een enorm voordeel, omdat ze het niet meer ‘als kleine speler’ hoeven op te nemen tegen de ‘gewiekste’ verkopers die ze ‘een poot uitdraaien’ (mijn woorden, het werd netter geformuleerd). Al het werk en eventuele lastige situaties wordt de scholen door de inkooporganisatie uit handen genomen. Ze worden letterlijk ontzorgd in een, voor de meeste scholen, te grote taak op het gebied van aanbestedingen van schoolmateriaal; van boeken tot ICT-systemen. “Maar,” was het tegengeluid uit de zaal, “zijn ze hier op langere termijn ook nog blij mee? Als blijkt dat er, door het massale effect van deze inkoopcombinatie, nog slechts twee aanbieders overblijven in de markt en alle kleinere of andere partijen het loodje leggen?” Ik denk persoonlijk van niet. Dit is een onbedoeld bijeffect en is schadelijk voor alle partijen. Opvallend was ook dat er nog steeds werd gesproken over ‘de keten’. Terwijl door een eerder getoonde afbeelding van alle betrokken partijen in en om het onderwijs, toch echt zichtbaar werd dat er sprake is van een ecosysteem.

Met (een deel van) die partijen zou je om de tafel kunnen om een ambitie op leermiddelen te formuleren waar alle partijen zich in kunnen vinden.  Zo zou je misschien zelfs de aanbestedingsregels buiten spel kunnen zetten. Het lijkt er namelijk een beetje op dat die, mede, een belangrijke aanjager zijn van de mogelijke neerwaartse spiraal in het beschikbaar blijven van een brede variëteit aan leermiddelen.

Wat zich hier wreekt, is de vacante verantwoordelijkheid voor het ecosysteem als geheel op de middellange termijn. Wie kan, mag en durft in dat gat te stappen om partijen samen te brengen om het, echt niet gemakkelijke, proces in te gaan om tot die gezamenlijke ambitie en bijbehorende organisatie en activiteiten te komen? We weten op basis van de theorie wat er nodig is. We noemen dit bij Sioo de zogenaamde ‘dood-punt-vraagstukken’. Dergelijke vraagstukken kunnen wel verder komen, maar ze hebben een belangeloze sponsor nodig om over dat dode punt heen te komen.

Wie zitten er aan tafel?

In het symposium bij Deerns zag ik ook zo’n ongemakkelijke situatie. De moderator van het gesprek, Harry Starren, probeerde te onderzoeken wat er mogelijk zou zijn als je alle panelleden als de ‘crazy quilt’ uit de ‘Effectuation theorie’ van Sara Sarasvati zag. Wat kunnen zij dan met elkaar realiseren? Hier kwam uit dat ze een gebouw dat zou moeten beschikken over de aller-, allernieuwste technologie die beschikbaar is, wilden neerzetten. Dit gold echter niet voor de vastgoedmanager van ASLM. Hij wilde wel een gebouw, maar dan zonder de risico’s van nieuwe technologie. Voor zijn proces werkt alleen bewezen technologie, die foutloos werkt. Maar op de vraag: Voor wie is dat gebouw eigenlijk en moet het wel een gebouw worden of wil je een leefomgeving creëren? bleef het stil. Noch een gebouw, noch een leefomgeving kan zonder de vraag voor wie je het creëert, wat je ermee wilt en beoogt. Zonder dergelijke doelen en ambities krijg je ‘doelzoekende technologie’. De ‘whole system in de room’ ontbrak op het podium; de klant, gebruiker van het gebouw, deed even niet mee!

Initiatiefnemers op microniveau

Wat op datzelfde podium wel mooi zichtbaar was, was het gedachtegoed over transities. Dat een transitie begint met initiatiefnemers die op microniveau aan de slag gaan. Zij gaan dwars in tegen alles wat gebruikelijk is, kan en mag. 

Het mooiste voorbeeld voor mij, kwam van Ron Louwerse van Rotterdam The Hague Airport. Volledig tegen de stroom in heeft hij een ander soort kerosine gemaakt. Om dit te realiseren had hij zonnepanelen naast de start- en landingsbaan nodig. Het eerste antwoord wat hij kreeg was dat dát niet kon én niet mocht. Daar nam hij geen genoegen mee en toen bleek dat het wel kon en mocht. Hij vertelde ook dat je bij innovaties nooit moet vragen wat het kost.  

Zo is hij ook aan de slag gegaan met VideowindoW. Het bedrijf van Remco Veenbrink, die ook op het podium zat. Ik had nog nooit van deze organisatie gehoord. Maar ze kunnen beelden, films, of spelletjes in ruiten of glazen wanden zetten. Die afbeeldingen kunnen tegelijkertijd ook als zonwering dienen. “Je moet niet gaan budgetteren, want dan begin je er niet aan,” zei Louwerse. “Je weet ook niet wat het op gaat leveren, dat is altijd ongewis en in meer dan in geld alleen uit te drukken.” Zo schijnen die afbeeldingen en spelletjes in de ramen een enorm verbindende factor op de luchthaven te vormen. Een onbedoeld bijeffect. In dit proces zie je ook weer een aspect van de ‘effectuation strategie’ terugkomen: investeer wat je kunt missen, zonder in de problemen te komen.

Stagnatie op mesoniveau

Ook op het podium hoorde je de vele zuchten over het mesoniveau en dat het daar ‘vast’ zit. Dat daar de taaiheid zit en dat je je, ondanks dat, ook door je eigen visie en ambitie kunt laten blijven leiden. Meiny Prins, één van de panelleden, heeft een hele duidelijke visie over waar het met de gebouwde omgeving in de stad naar toe moet. En met alles wat ze doet, ook al wordt ze tegengewerkt door het mesoniveau, werkt zij daar naar toe.

Kleine ingrepen met grote gevolgen

Frederik Claasen, van Solidaridad, gaf een mooi voorbeeld van hoe juist kleine interventies grote gevolgen kunnen hebben voor een community. Hij vertelde het verhaal van een markt in Bangladesh. Daar werd een gebouw neergezet dat de oude visafslag moest vervangen. Door het ontwerp werd het een bruisende plek van nieuwe activiteiten en handel. Eenzelfde verhaal kennen we allemaal, maar dan van de ingreep in de Raval in Barcelona met het neerzetten van de MACBA.

Dit zijn allemaal mooie voorbeelden van initiatiefnemers die  onbedoeld elementen uit de theorie toepassen. Daarmee valideren ze die theorie als het ware en brengen hem verder. Hoewel ze zich er misschien niet bewust van zijn.

Technologische determinisme – Technologisch interactionisme – Sociaal constructivisme

Een mooi verschil tussen de twee bijeenkomsten was de plek van de verschillende sprekers op het continuüm van technologisch determinisme tot sociaal constructivisme. Als ik dit ietwat generaliserend mag beschrijven, dan zaten de sprekers bij Wielinq meer aan de rechterkant van dit spectrum. Zij vonden dat technologie de boel vooral niet over moet nemen en dat we als samenleving aan het stuur moeten blijven en de keuzes maken. Daarom had de enterprise architect van De Alliantie, tegen de stroom in, zijn hele ICT-architectuur uit elkaar getrokken. Bij Deerns klonk meer technologisch determinisme door. “Geef ons als ondernemers de ruimte. We hebben de technologie al om de hele stikstofcrisis op te lossen!” Ik weet niet of dit echt zo is, maar het zou kunnen. Deerns houdt zich bezig met technologische innovaties waar ik geen verstand van heb, maar wel mee te maken heb. Zo beschikt het WTC-gebouw in Utrecht, waar het Sioo-kantoor in gevestigd is, over een super klimaatinstallatie, maar moeten we wel extra sokken en vesten meenemen naar kantoor om daar, zelfs op een zomerse dag, niet te bevriezen.

Opvallende bijvangst: een verschuiving naar meervoudige waardecreatie

Op beide bijeenkomsten sprak ik met andere aanwezigen. En toeval of niet, daarvan waren een aantal ondernemers met een social enterprise. Voor mij een duidelijk signaal dat de beweging ‘weg van aandeelhouderswaarde’ naar ‘meervoudige waardecreatie’, echt is begonnen.

Activistisch handelen in de complexiteit

We rollen in Nederland, en in de wereld, van crisis naar crisis. Een aantal daarvan, zoals de klimaatcrisis zijn al jaren zichtbaar. Toch lijkt er ineens een soort momentum te zijn om aan de slag te gaan. En dan blijkt natuurlijk dat al die crisissen in verband met elkaar staan: de klimaatcrisis, de stikstofcrisis, de woningcrisis, de voedselcrisis, de geopolitieke situatie. Maar helaas ontbreekt de wereldwijde projectmanager voor al dit gedoe. We zullen dit toch echt zelf moeten oppakken. De systemische complexiteit vraagt van ons als burgers, als adviseurs, managers en bestuurders dat we handelen.

De nationale en Europese overheid kan hierin wel een rol spelen. Maar het vraagt ook iets van ons. Het vraagt dat we een standpunt innemen. We kunnen niet langer neutraal zijn of denken dat wat wij doen of laten, geen verschil maakt. Het vraagt van ons dat we ons activistisch opstellen en uitspreken waar we voor staan. Zonder dat we allemaal de verantwoordelijkheid voor alles op onze schouders nemen. Maar laten we in elk geval wel de verantwoordelijk voor ons eigen handelen nemen.

Ook vraagt het om meer te denken in ecosystemen en zo te handelen dat de vitaliteit in het ecosysteem behouden blijft, of zelfs te versterken. Dit vraagt om kennis en kunde over samenwerken als niemand de macht heeft, maar “de bal in het midden ligt”. 

Ook zorgvuldig handelen is belangrijk in een dergelijk proces. Schiet vooral niet van de eerste observatie direct in de actie. Maar zoom uit, kijk systematisch en denk een beetje slim na over de mogelijke korte en middellange termijneffecten in het systeem. We moeten ons ook vooral niet laten verlammen door de onzekerheid van het niet-weten. Dus, ook al weten we het niet, we moeten toch handelen en daarvan leren. Oftewel: we moeten de effecten observeren en daarna weer een volgende stap zetten.

Bekend repertoire

Dit is repertoire wat, bij Sioo, op verschillende plekken in de opleidingen in de schijnwerpers staat. Bijvoorbeeld in de opleiding Advanced Consulting and Change (ACC). Hier leren en bouwen we met elkaar aan gezonde organisaties en een betere samenleving. Hier kan theorie helpen met ons handelen en hier scherpt onze praktijk de theorie verder aan.

Juist over het met elkaar werken aan de grote vragen van de samenleving is op veel plekken theorie aanwezig die kan helpen, maar valt er ook nog veel te ontwikkelen om er met elkaar beter, slimmer en handiger in te worden.

Dit najaar gaan we weer van start met Advanced Consulting and Change.
Lees er meer over!

Dat is een uitspraak van één van mijn internationale collega’s uit het NGO-werkveld. Op het moment van deze uitspraak waren ze, al werkend en pendelend tussen theorie en praktijk, aan het uitvogelen hoe je met meerdere stakeholders met uiteenlopende belangen, bouwt aan een vitale samenleving.

Aan deze uitspraak moest ik denken toen ik als gast aanwezig was op twee zeer verschillende events. Het ene was een ‘oploopje’ van adviesbureau Wielinq over sectorale digitale transformatie. Het andere event was het afscheidssymposium van de CEO van Deerns, Jan Karel Mak, met als titel ‘Technologie en innovatie en duurzaamheid’. Op beide bijeenkomsten zag je dat theorie in de praktijk werd gebracht en dat theorie diezelfde praktijk ook een stapje verder zou kunnen helpen.

Een gevoelde ambitie

Op beide events voelde je een verlangen. Een verlangen naar een andere samenleving. Bij het event van Wielinq ging het over vragen als: “Wat als je niet één school wilt veranderen, maar het hele onderwijs of de hele wooncorporatiesector?” Hier grepen ze naar digitalisering als mogelijke oplossing. Bij het afscheid van Mak verlangden de sprekers uit het panel naar een meer duurzame en/of inclusievere samenleving. Hier grepen ze naar technologische innovatie in met name gebouwen.

Arjan Geurts van Wielinq haalde in zijn introductie kort een model aan van Common Eye, dat bruikbaar zou kunnen zijn. Maar het opvallende was dat zowel bij Wielinq als bij Deerns de vraag “Wat is eigenlijk de collectieve ambitie voor het onderwijs, de gebouwde omgeving of, nog breder, de samenleving?” niet aan de orde was. En ook niet de vraag wie er aan tafel zouden moeten zitten om die te formuleren, zodat die richting geeft aan het handelen.

Vacante verantwoordelijkheid voor het geheel

In de bijeenkomst bij Wielinq ontstond een interessant gesprek tussen ’twee kanten van de tafel’ toen één van de sprekers vertelde over de implementatie van de inkooporganisatie in het onderwijs. Deze is inmiddels succesvol vormgegeven. Dit is voor scholen een enorm voordeel, omdat ze het niet meer ‘als kleine speler’ hoeven op te nemen tegen de ‘gewiekste’ verkopers die ze ‘een poot uitdraaien’ (mijn woorden, het werd netter geformuleerd). Al het werk en eventuele lastige situaties wordt de scholen door de inkooporganisatie uit handen genomen. Ze worden letterlijk ontzorgd in een, voor de meeste scholen, te grote taak op het gebied van aanbestedingen van schoolmateriaal; van boeken tot ICT-systemen. “Maar,” was het tegengeluid uit de zaal, “zijn ze hier op langere termijn ook nog blij mee? Als blijkt dat er, door het massale effect van deze inkoopcombinatie, nog slechts twee aanbieders overblijven in de markt en alle kleinere of andere partijen het loodje leggen?” Ik denk persoonlijk van niet. Dit is een onbedoeld bijeffect en is schadelijk voor alle partijen. Opvallend was ook dat er nog steeds werd gesproken over ‘de keten’. Terwijl door een eerder getoonde afbeelding van alle betrokken partijen in en om het onderwijs, toch echt zichtbaar werd dat er sprake is van een ecosysteem.

Met (een deel van) die partijen zou je om de tafel kunnen om een ambitie op leermiddelen te formuleren waar alle partijen zich in kunnen vinden.  Zo zou je misschien zelfs de aanbestedingsregels buiten spel kunnen zetten. Het lijkt er namelijk een beetje op dat die, mede, een belangrijke aanjager zijn van de mogelijke neerwaartse spiraal in het beschikbaar blijven van een brede variëteit aan leermiddelen.

Wat zich hier wreekt, is de vacante verantwoordelijkheid voor het ecosysteem als geheel op de middellange termijn. Wie kan, mag en durft in dat gat te stappen om partijen samen te brengen om het, echt niet gemakkelijke, proces in te gaan om tot die gezamenlijke ambitie en bijbehorende organisatie en activiteiten te komen? We weten op basis van de theorie wat er nodig is. We noemen dit bij Sioo de zogenaamde ‘dood-punt-vraagstukken’. Dergelijke vraagstukken kunnen wel verder komen, maar ze hebben een belangeloze sponsor nodig om over dat dode punt heen te komen.

Wie zitten er aan tafel?

In het symposium bij Deerns zag ik ook zo’n ongemakkelijke situatie. De moderator van het gesprek, Harry Starren, probeerde te onderzoeken wat er mogelijk zou zijn als je alle panelleden als de ‘crazy quilt’ uit de ‘Effectuation theorie’ van Sara Sarasvati zag. Wat kunnen zij dan met elkaar realiseren? Hier kwam uit dat ze een gebouw dat zou moeten beschikken over de aller-, allernieuwste technologie die beschikbaar is, wilden neerzetten. Dit gold echter niet voor de vastgoedmanager van ASLM. Hij wilde wel een gebouw, maar dan zonder de risico’s van nieuwe technologie. Voor zijn proces werkt alleen bewezen technologie, die foutloos werkt. Maar op de vraag: Voor wie is dat gebouw eigenlijk en moet het wel een gebouw worden of wil je een leefomgeving creëren? bleef het stil. Noch een gebouw, noch een leefomgeving kan zonder de vraag voor wie je het creëert, wat je ermee wilt en beoogt. Zonder dergelijke doelen en ambities krijg je ‘doelzoekende technologie’. De ‘whole system in de room’ ontbrak op het podium; de klant, gebruiker van het gebouw, deed even niet mee!

Initiatiefnemers op microniveau

Wat op datzelfde podium wel mooi zichtbaar was, was het gedachtegoed over transities. Dat een transitie begint met initiatiefnemers die op microniveau aan de slag gaan. Zij gaan dwars in tegen alles wat gebruikelijk is, kan en mag. 

Het mooiste voorbeeld voor mij, kwam van Ron Louwerse van Rotterdam The Hague Airport. Volledig tegen de stroom in heeft hij een ander soort kerosine gemaakt. Om dit te realiseren had hij zonnepanelen naast de start- en landingsbaan nodig. Het eerste antwoord wat hij kreeg was dat dát niet kon én niet mocht. Daar nam hij geen genoegen mee en toen bleek dat het wel kon en mocht. Hij vertelde ook dat je bij innovaties nooit moet vragen wat het kost.  

Zo is hij ook aan de slag gegaan met VideowindoW. Het bedrijf van Remco Veenbrink, die ook op het podium zat. Ik had nog nooit van deze organisatie gehoord. Maar ze kunnen beelden, films, of spelletjes in ruiten of glazen wanden zetten. Die afbeeldingen kunnen tegelijkertijd ook als zonwering dienen. “Je moet niet gaan budgetteren, want dan begin je er niet aan,” zei Louwerse. “Je weet ook niet wat het op gaat leveren, dat is altijd ongewis en in meer dan in geld alleen uit te drukken.” Zo schijnen die afbeeldingen en spelletjes in de ramen een enorm verbindende factor op de luchthaven te vormen. Een onbedoeld bijeffect. In dit proces zie je ook weer een aspect van de ‘effectuation strategie’ terugkomen: investeer wat je kunt missen, zonder in de problemen te komen.

Stagnatie op mesoniveau

Ook op het podium hoorde je de vele zuchten over het mesoniveau en dat het daar ‘vast’ zit. Dat daar de taaiheid zit en dat je je, ondanks dat, ook door je eigen visie en ambitie kunt laten blijven leiden. Meiny Prins, één van de panelleden, heeft een hele duidelijke visie over waar het met de gebouwde omgeving in de stad naar toe moet. En met alles wat ze doet, ook al wordt ze tegengewerkt door het mesoniveau, werkt zij daar naar toe.

Kleine ingrepen met grote gevolgen

Frederik Claasen, van Solidaridad, gaf een mooi voorbeeld van hoe juist kleine interventies grote gevolgen kunnen hebben voor een community. Hij vertelde het verhaal van een markt in Bangladesh. Daar werd een gebouw neergezet dat de oude visafslag moest vervangen. Door het ontwerp werd het een bruisende plek van nieuwe activiteiten en handel. Eenzelfde verhaal kennen we allemaal, maar dan van de ingreep in de Raval in Barcelona met het neerzetten van de MACBA.

Dit zijn allemaal mooie voorbeelden van initiatiefnemers die  onbedoeld elementen uit de theorie toepassen. Daarmee valideren ze die theorie als het ware en brengen hem verder. Hoewel ze zich er misschien niet bewust van zijn.

Technologische determinisme – Technologisch interactionisme – Sociaal constructivisme

Een mooi verschil tussen de twee bijeenkomsten was de plek van de verschillende sprekers op het continuüm van technologisch determinisme tot sociaal constructivisme. Als ik dit ietwat generaliserend mag beschrijven, dan zaten de sprekers bij Wielinq meer aan de rechterkant van dit spectrum. Zij vonden dat technologie de boel vooral niet over moet nemen en dat we als samenleving aan het stuur moeten blijven en de keuzes maken. Daarom had de enterprise architect van De Alliantie, tegen de stroom in, zijn hele ICT-architectuur uit elkaar getrokken. Bij Deerns klonk meer technologisch determinisme door. “Geef ons als ondernemers de ruimte. We hebben de technologie al om de hele stikstofcrisis op te lossen!” Ik weet niet of dit echt zo is, maar het zou kunnen. Deerns houdt zich bezig met technologische innovaties waar ik geen verstand van heb, maar wel mee te maken heb. Zo beschikt het WTC-gebouw in Utrecht, waar het Sioo-kantoor in gevestigd is, over een super klimaatinstallatie, maar moeten we wel extra sokken en vesten meenemen naar kantoor om daar, zelfs op een zomerse dag, niet te bevriezen.

Opvallende bijvangst: een verschuiving naar meervoudige waardecreatie

Op beide bijeenkomsten sprak ik met andere aanwezigen. En toeval of niet, daarvan waren een aantal ondernemers met een social enterprise. Voor mij een duidelijk signaal dat de beweging ‘weg van aandeelhouderswaarde’ naar ‘meervoudige waardecreatie’, echt is begonnen.

Activistisch handelen in de complexiteit

We rollen in Nederland, en in de wereld, van crisis naar crisis. Een aantal daarvan, zoals de klimaatcrisis zijn al jaren zichtbaar. Toch lijkt er ineens een soort momentum te zijn om aan de slag te gaan. En dan blijkt natuurlijk dat al die crisissen in verband met elkaar staan: de klimaatcrisis, de stikstofcrisis, de woningcrisis, de voedselcrisis, de geopolitieke situatie. Maar helaas ontbreekt de wereldwijde projectmanager voor al dit gedoe. We zullen dit toch echt zelf moeten oppakken. De systemische complexiteit vraagt van ons als burgers, als adviseurs, managers en bestuurders dat we handelen.

De nationale en Europese overheid kan hierin wel een rol spelen. Maar het vraagt ook iets van ons. Het vraagt dat we een standpunt innemen. We kunnen niet langer neutraal zijn of denken dat wat wij doen of laten, geen verschil maakt. Het vraagt van ons dat we ons activistisch opstellen en uitspreken waar we voor staan. Zonder dat we allemaal de verantwoordelijkheid voor alles op onze schouders nemen. Maar laten we in elk geval wel de verantwoordelijk voor ons eigen handelen nemen.

Ook vraagt het om meer te denken in ecosystemen en zo te handelen dat de vitaliteit in het ecosysteem behouden blijft, of zelfs te versterken. Dit vraagt om kennis en kunde over samenwerken als niemand de macht heeft, maar “de bal in het midden ligt”. 

Ook zorgvuldig handelen is belangrijk in een dergelijk proces. Schiet vooral niet van de eerste observatie direct in de actie. Maar zoom uit, kijk systematisch en denk een beetje slim na over de mogelijke korte en middellange termijneffecten in het systeem. We moeten ons ook vooral niet laten verlammen door de onzekerheid van het niet-weten. Dus, ook al weten we het niet, we moeten toch handelen en daarvan leren. Oftewel: we moeten de effecten observeren en daarna weer een volgende stap zetten.

Bekend repertoire

Dit is repertoire wat, bij Sioo, op verschillende plekken in de opleidingen in de schijnwerpers staat. Bijvoorbeeld in de opleiding Advanced Consulting and Change (ACC). Hier leren en bouwen we met elkaar aan gezonde organisaties en een betere samenleving. Hier kan theorie helpen met ons handelen en hier scherpt onze praktijk de theorie verder aan.

Juist over het met elkaar werken aan de grote vragen van de samenleving is op veel plekken theorie aanwezig die kan helpen, maar valt er ook nog veel te ontwikkelen om er met elkaar beter, slimmer en handiger in te worden.

Dit najaar gaan we weer van start met Advanced Consulting and Change.
Lees er meer over!