Mail ons

Overzicht

Waarom nederigheid loont: wat je moet weten voordat je jouw mening vormt in complexe en onzekere situaties

Blogpost 12 May 2020

De COVID-19-pandemie ontwortelt ons. De berichten waarin de overheid de (strategische) lockdowns verlengen – zij het onder iets minder strenge voorwaarden – doet de maatschappelijke onrust toenemen en we zien het (inter)nationale debat verharden door gevoelens van boosheid, angst en hulpeloosheid.

Vanuit een neuro-economisch perspectief valt dit goed te begrijpen. In een normale wereld gebruikt ons brein een van de volgende drie strategieën om in een situatie tot handelen over te gaan:

  1. We gebruiken wat we al weten en eerder gezien hebben. Daniel Kahneman noemt dit ‘Systeem 1’: het snelle onbewuste. Neurowetenschappers noemen dit liever het limbisch of gewoontesysteem. Dit systeem help ons de wereld te begrijpen op basis van ervaringen uit het verleden. Hier ontwikkelen we de gewoontes die de basis vormen van wie we zijn. Ik noem dit systeem graag het ‘Ik-weet-het-al’-systeem, omdat het denkt een oplossing te hebben voor alles omdat het alles al gezien zou hebben
  2. We bedenken nieuwe oplossingen. Daniel Kahneman zou dit ‘Systeem 2’ noemen. Het is veel trager maar heeft de kracht om controle te nemen over het ‘Ik-weet-het-al’-systeem. Het ligt in het (pre)frontale deel van het brein en neurowetenschappers noemen dit het doelgerichte systeem. Ik noem het graag de ‘Probleemoplosser’. Het helpt ons onze doelen te bereiken door oplossingen te vinden voor dat wat we nog niet kennen.
  3. We gebruiken externe sociale bronnen. Als onze ‘Ik-weet-het-al’ en ‘Probleemoplosser’ het niet weten (of te weinig tijd hebben, de emotionele druk te hoog is en/of we niet genoeg energie hebben om een beslissing te nemen) zoeken we hulp bij iemand anders. We kijken op naar experts, goeroes leiders, vrienden en familie. Wie ons ook maar kan helpen. En we volgen hun advies. Ik noem dit het outsourcen van je brein. Je leert en raakt geïnspireerd door het brein van iemand anders.

Welkom in de nieuwe wereld

Allereerst kunnen we in deze nieuwe wereld onze ‘Ik-weet-het-al’ niet gebruiken omdat de virusuitbraak voor de meeste van ons Zwarte Zwaan-eigenschappen kent. Vanuit ons persoonlijke perspectief dan. Weet dat Nassim Taleb de virusuitbraak zelf niet als een Zwarte Zwaan gebeurtenis classificeert. Ik begrijp dat hij zegt dat – vanuit een macroperspectief – onze leiders dit hadden kunnen (of moeten) zien aankomen en dat het daardoor volgens strikte definitie geen Zwarte Zwaan gebeurtenis kan zijn. Toch denk ik dat vanuit een persoonlijk perspectief en voor de meeste van ons, de gebeurtenissen na het uitbreken van het virus Zwarte Zwaan-achtige eigenschappen kennen. Een heel land dat op slot gaat was voor de meeste van ons ver buiten wat we ooit voor mogelijk hadden gehouden en het heeft uiteraard een significante emotionele impact voor ons allemaal

Dit betekent dat we voor ons brein te maken hebben met iets compleet nieuws. Een onzichtbare vijand waarvan we geen idee hebben waar die vandaan komt en hoe die hier precies gekomen is. Niets uit onze eerdere ervaringen gaat ons helpen om deze puzzel op te lossen om de simpele reden dat we nog nooit iets hebben meegemaakt dat ook maar enigszins in de buurt kwam. Dit zet onze ‘Ik-weet-het-al’ buitenspel.

Ten tweede: omdat deze pandemie een ongestructureerd probleem (Wicked problem) is kunnen zowel onze ‘Probleemoplosser’ als de externe sociale bronnen ons geen toekomstperspectief bieden. De toekomst is gewoon te complex. Dit maakt het voor ons onmogelijk om cognitieve controle te krijgen over wat er om ons heen gebeurt. In dit soort situaties, waarin zowel de ‘Ik-weet-het-al, de ‘Probleemoplosser’ en de externe sociale bronnen ons niet kunnen helpen, vallen we terug op (donkere) fundamentele – maar onbewuste – regels die ons brein gebruikt om ons in onzekere situaties de weg te wijzen.

1. Dunning-Krugereffect

Onderzoek laat keer op keer zien dat mensen die een bepaalde taak niet of onvoldoende beheersen overschatten hoe goed ze in die taak zijn (vergeleken andere mensen die dezelfde taak te doen krijgen). Ze ervaren wat we noemen ‘denkbeeldige superioriteit’. Zonder zelfbewustzijn in relatie tot de complexiteit van de taak, kunnen we onze eigen competentie of incompetentie niet betrouwbaar inschatten. Omdat de COVID-19-pandemie een hypercomplex probleem is – en zelfs de experts het niet eens zijn over de perfecte oplossing – zullen we ons moeten realiseren dat de meesten van ons niet competent genoeg zijn om waarde te kunnen toevoegen aan de inhoudelijke discussie.

Wat dat betekent? Het betekent dat jouw ideeën waarschijnlijk net zo goed zijn als die van mij. En als die van de buurman en -vrouw. Of als die van bijvoorbeeld Paul de Octopus. En nee, met het lezen van een paar (semi)wetenschappelijke artikelen verdien je niet opeens een plek aan de discussietafel. Het is ongelofelijk lastig om in een paar weken jouw kennisachterstand ten opzichte van de experts op medisch, biologisch, macro-economisch en epidemiologisch vlak, in te halen.

Hoe ga je dit tegen? 

Wees nederig. Als je op basis van echte expertise of relevante ervaring geen goed onderbouwd advies hebt tegen het huidige beleid, houd dan je mond en geef je support. We moeten met zijn allen een eenheid vormen en een eenduidige richting op bewegen. We hebben momentum nodig. Straks, als het voorbij is, kijken we terug en leren we onze lessen, maar nu moeten we zo snel als verantwoord is, doorpakken. De afleiding en twijfel die ontstaat door het continu (opnieuw) ter discussie stellen van andere mogelijke oplossingen die niet duidelijk beter zijn dan de huidige kunnen we missen als kiespijn. We weten dat er onzekerheid is en dat de perfecte oplossing nog ontbreekt, maar we weten ook dat de uitdaging aangaan en stappen blijven zetten de enige manier is om hieruit te komen.

2. Voorkeur voor bevestiging

Als je niet wilt accepteren dat jouw mening waarschijnlijk niet beter is dan die van de experts die nu meehelpen het beleid te formuleren (1), dan ga je waarschijnlijk op zoek naar bewijs om jouw mening te staven met feiten. Helaas laat onderzoek zien dat je brein vooral aandacht besteedt aan bewijs dat onze huidige opvattingen ondersteunt. Ons brein probeert continu te bevestigen wat we al weten. Dit zorgt ervoor dat we in onze comfortzone blijven en zo kunnen we net doen alsof de wereld van vandaag niet veel anders is als die van gisteren. Hierdoor voelen we ons veilig en ‘in control’.

Sterker nog, we zullen niet alleen onbewust op zoek gaan naar bewijs dat onze huidige ideeën ondersteunt. Bewijs wat juist de andere kant op wijst zal ons brein zelfs negeren. Dit betekent dat we steeds meer bevestiging vinden (en ervaren) van onze huidige standpunten en daarmee vergroten we onze denkbeeldige superioriteit.

Kunnen we hieromheen? 

Lees deel 1 nogmaals. Maar als je voor je eigen ontwikkeling jezelf toch beter wilt informeren (wat super is!), zoek dan met enige regelmaat ook naar bewijs tegen je huidige standpunt. Daag jezelf uit en voeg het woord ‘kritiek’ eens toe aan je zoekopdrachten als je het internet afstruint naar informatie.

3. Cognitieve dissonantie

Als je het lef hebt gehad om jezelf en jouw standpunten ter discussie te stellen (2, wees trots!), heb je nu waarschijnlijk bewijzen kunnen vinden die tegen je huidige opvattingen ingaan. Helaas is de kans dat dit ook daadwerkelijk wat uithaalt in de praktijk minimaal. Je brein vindt het lastig om twee of meer tegenstrijdige ideeën of overtuigingen tegelijk als waar te zien. Deze tegenstrijdigheden brengen onzekerheid over de toekomst met zich mee en dat wil het brein voorkomen. Om dit op te lossen houdt het brein vast aan het bekende door nieuwe informatie op zo’n manier te manipuleren dat het past in jouw huidige overtuiging.

Dit betekent dat je nu een mening (1) hebt onderbouwd met bewijs (2), die je ook nog eens verdedigt om niet te hoeven bijstellen(3). Maar, we hebben te maken met een ongestructureerd probleem. Deze problemen zijn onmogelijk om op te lossen omdat ze hypercomplex zijn. Dit betekent dat we onze ideeën over ‘hoe nu verder’ ontelbare keren zullen moeten aanpassen. We weten bijvoorbeeld dat elke lockdownstrategie een tegengestelde oplossing heeft die (ongeveer) evenveel kans van slagen heeft. Op dit moment zijn de lockdownstrategieën van zowel Zweden en Italië  perfect verdedigbaar. En we moeten ook van beiden leren.

Welke van deze strategieën beter is weten we nog niet. We zullen wendbaar en daadkrachtig moeten zijn voor een leercurve over wat werkt en wat niet. Nieuwe strategieën ontwikkelen, leren van wat de effecten daarvan zijn, en aanpassen op basis van onze ervaringen. Ons brein kan dit prima. Het is ons ego wat ons hierbij in de weg zit.

Kunnen we dit voorkomen?

Misschien kun je 1 nog eens lezen. Maar realiseer je in ieder geval dat de context waarin we leven en de informatie die we hebben over de COVID-19-uitbraak continu veranderen. We leren steeds meer over de biologische eigenschappen van het virus en wat dat betekent voor de manier waarop we ermee om kunnen gaan.

Aangezien het hoogst onwaarschijnlijk is dat we alles vanaf het begin in één keer goed gedaan hebben (beslissingen werden genomen met 50% van de kennis) zou je elke kans die je krijgt om je mening bij te stellen moeten zien als een prachtig leermoment. Vier het, als jijzelf en de mensen om je heen (inclusief de experts) van mening veranderen en met nieuwe oplossingen komen. Dat betekent dat we beter worden. Houd jezelf en elkaar niet aan wat je drie weken geleden vond. Dat geldt uiteraard ook de manier waarop je de experts benadert.

4. In-group love, out-group hate

Als je jouw leermomenten niet wilt vieren als een moment van groei, maar wilt vasthouden aan een vaste set aan overtuigingen, zul je deze overtuigingen nu in beton willen gieten. Hiervoor ga je op zoek naar mensen die jouw mening delen. Je ontwikkelt gevoelens van verbondenheid met mensen die hetzelfde denken als jij. Oxytocine (een signaalmolecuul in de hersenen die te maken heeft met warm-sociale gevoelens en vertrouwen) giert door je brein en je ontwikkelt wat ze noemen ‘in-group love’. Helaas zorgt dit ook voor een afstandelijke houding ten opzichte van anderen die niet bij die groep horen, iets wat we vaak ‘out-group hate’ noemen. Als we hier niets tegen doen, zal dit als een splijtzwam in de maatschappij werken en onze saamhorigheid onder druk zetten.

Gedachte-experiment: denk je echt dat diegene met wie je eerst bevriend was, de mensen die naast je op het voetbalveld stonden, de eigenaren van restaurants, kapsalons en theaters waar je zo graag naar toe ging, fundamenteel veranderd zijn in de afgelopen periode? Dat lijkt me niet. Ze hebben alleen een ander perspectief (ongestructureerd probleem, weet je nog?). Ze leven in een andere context en hun ervaringen en belangen zijn niet dezelfde als de jouwe.

Hoe kunnen we elkaar dan begrijpen en hoe komen we verder?

Lees het binnenkort in deel twee of lees de hele white paper (in Nederlands of Engels) van BrainCompass. Samen met BrainCompass heeft Sioo nu ook een kort en intensief (online) coachingstraject ontwikkeld ‘Doelgericht groeien in jouw professionele rol’. Op basis van een DNA-analyse, ontwikkelingsassessment en coachinggesprekken zal je meer inzicht krijgen in wat voor jou helpende en blokkerende automatische gedagspatronen zijn.

De COVID-19-pandemie ontwortelt ons. De berichten waarin de overheid de (strategische) lockdowns verlengen – zij het onder iets minder strenge voorwaarden – doet de maatschappelijke onrust toenemen en we zien het (inter)nationale debat verharden door gevoelens van boosheid, angst en hulpeloosheid.

Vanuit een neuro-economisch perspectief valt dit goed te begrijpen. In een normale wereld gebruikt ons brein een van de volgende drie strategieën om in een situatie tot handelen over te gaan:

  1. We gebruiken wat we al weten en eerder gezien hebben. Daniel Kahneman noemt dit ‘Systeem 1’: het snelle onbewuste. Neurowetenschappers noemen dit liever het limbisch of gewoontesysteem. Dit systeem help ons de wereld te begrijpen op basis van ervaringen uit het verleden. Hier ontwikkelen we de gewoontes die de basis vormen van wie we zijn. Ik noem dit systeem graag het ‘Ik-weet-het-al’-systeem, omdat het denkt een oplossing te hebben voor alles omdat het alles al gezien zou hebben
  2. We bedenken nieuwe oplossingen. Daniel Kahneman zou dit ‘Systeem 2’ noemen. Het is veel trager maar heeft de kracht om controle te nemen over het ‘Ik-weet-het-al’-systeem. Het ligt in het (pre)frontale deel van het brein en neurowetenschappers noemen dit het doelgerichte systeem. Ik noem het graag de ‘Probleemoplosser’. Het helpt ons onze doelen te bereiken door oplossingen te vinden voor dat wat we nog niet kennen.
  3. We gebruiken externe sociale bronnen. Als onze ‘Ik-weet-het-al’ en ‘Probleemoplosser’ het niet weten (of te weinig tijd hebben, de emotionele druk te hoog is en/of we niet genoeg energie hebben om een beslissing te nemen) zoeken we hulp bij iemand anders. We kijken op naar experts, goeroes leiders, vrienden en familie. Wie ons ook maar kan helpen. En we volgen hun advies. Ik noem dit het outsourcen van je brein. Je leert en raakt geïnspireerd door het brein van iemand anders.

Welkom in de nieuwe wereld

Allereerst kunnen we in deze nieuwe wereld onze ‘Ik-weet-het-al’ niet gebruiken omdat de virusuitbraak voor de meeste van ons Zwarte Zwaan-eigenschappen kent. Vanuit ons persoonlijke perspectief dan. Weet dat Nassim Taleb de virusuitbraak zelf niet als een Zwarte Zwaan gebeurtenis classificeert. Ik begrijp dat hij zegt dat – vanuit een macroperspectief – onze leiders dit hadden kunnen (of moeten) zien aankomen en dat het daardoor volgens strikte definitie geen Zwarte Zwaan gebeurtenis kan zijn. Toch denk ik dat vanuit een persoonlijk perspectief en voor de meeste van ons, de gebeurtenissen na het uitbreken van het virus Zwarte Zwaan-achtige eigenschappen kennen. Een heel land dat op slot gaat was voor de meeste van ons ver buiten wat we ooit voor mogelijk hadden gehouden en het heeft uiteraard een significante emotionele impact voor ons allemaal

Dit betekent dat we voor ons brein te maken hebben met iets compleet nieuws. Een onzichtbare vijand waarvan we geen idee hebben waar die vandaan komt en hoe die hier precies gekomen is. Niets uit onze eerdere ervaringen gaat ons helpen om deze puzzel op te lossen om de simpele reden dat we nog nooit iets hebben meegemaakt dat ook maar enigszins in de buurt kwam. Dit zet onze ‘Ik-weet-het-al’ buitenspel.

Ten tweede: omdat deze pandemie een ongestructureerd probleem (Wicked problem) is kunnen zowel onze ‘Probleemoplosser’ als de externe sociale bronnen ons geen toekomstperspectief bieden. De toekomst is gewoon te complex. Dit maakt het voor ons onmogelijk om cognitieve controle te krijgen over wat er om ons heen gebeurt. In dit soort situaties, waarin zowel de ‘Ik-weet-het-al, de ‘Probleemoplosser’ en de externe sociale bronnen ons niet kunnen helpen, vallen we terug op (donkere) fundamentele – maar onbewuste – regels die ons brein gebruikt om ons in onzekere situaties de weg te wijzen.

1. Dunning-Krugereffect

Onderzoek laat keer op keer zien dat mensen die een bepaalde taak niet of onvoldoende beheersen overschatten hoe goed ze in die taak zijn (vergeleken andere mensen die dezelfde taak te doen krijgen). Ze ervaren wat we noemen ‘denkbeeldige superioriteit’. Zonder zelfbewustzijn in relatie tot de complexiteit van de taak, kunnen we onze eigen competentie of incompetentie niet betrouwbaar inschatten. Omdat de COVID-19-pandemie een hypercomplex probleem is – en zelfs de experts het niet eens zijn over de perfecte oplossing – zullen we ons moeten realiseren dat de meesten van ons niet competent genoeg zijn om waarde te kunnen toevoegen aan de inhoudelijke discussie.

Wat dat betekent? Het betekent dat jouw ideeën waarschijnlijk net zo goed zijn als die van mij. En als die van de buurman en -vrouw. Of als die van bijvoorbeeld Paul de Octopus. En nee, met het lezen van een paar (semi)wetenschappelijke artikelen verdien je niet opeens een plek aan de discussietafel. Het is ongelofelijk lastig om in een paar weken jouw kennisachterstand ten opzichte van de experts op medisch, biologisch, macro-economisch en epidemiologisch vlak, in te halen.

Hoe ga je dit tegen? 

Wees nederig. Als je op basis van echte expertise of relevante ervaring geen goed onderbouwd advies hebt tegen het huidige beleid, houd dan je mond en geef je support. We moeten met zijn allen een eenheid vormen en een eenduidige richting op bewegen. We hebben momentum nodig. Straks, als het voorbij is, kijken we terug en leren we onze lessen, maar nu moeten we zo snel als verantwoord is, doorpakken. De afleiding en twijfel die ontstaat door het continu (opnieuw) ter discussie stellen van andere mogelijke oplossingen die niet duidelijk beter zijn dan de huidige kunnen we missen als kiespijn. We weten dat er onzekerheid is en dat de perfecte oplossing nog ontbreekt, maar we weten ook dat de uitdaging aangaan en stappen blijven zetten de enige manier is om hieruit te komen.

2. Voorkeur voor bevestiging

Als je niet wilt accepteren dat jouw mening waarschijnlijk niet beter is dan die van de experts die nu meehelpen het beleid te formuleren (1), dan ga je waarschijnlijk op zoek naar bewijs om jouw mening te staven met feiten. Helaas laat onderzoek zien dat je brein vooral aandacht besteedt aan bewijs dat onze huidige opvattingen ondersteunt. Ons brein probeert continu te bevestigen wat we al weten. Dit zorgt ervoor dat we in onze comfortzone blijven en zo kunnen we net doen alsof de wereld van vandaag niet veel anders is als die van gisteren. Hierdoor voelen we ons veilig en ‘in control’.

Sterker nog, we zullen niet alleen onbewust op zoek gaan naar bewijs dat onze huidige ideeën ondersteunt. Bewijs wat juist de andere kant op wijst zal ons brein zelfs negeren. Dit betekent dat we steeds meer bevestiging vinden (en ervaren) van onze huidige standpunten en daarmee vergroten we onze denkbeeldige superioriteit.

Kunnen we hieromheen? 

Lees deel 1 nogmaals. Maar als je voor je eigen ontwikkeling jezelf toch beter wilt informeren (wat super is!), zoek dan met enige regelmaat ook naar bewijs tegen je huidige standpunt. Daag jezelf uit en voeg het woord ‘kritiek’ eens toe aan je zoekopdrachten als je het internet afstruint naar informatie.

3. Cognitieve dissonantie

Als je het lef hebt gehad om jezelf en jouw standpunten ter discussie te stellen (2, wees trots!), heb je nu waarschijnlijk bewijzen kunnen vinden die tegen je huidige opvattingen ingaan. Helaas is de kans dat dit ook daadwerkelijk wat uithaalt in de praktijk minimaal. Je brein vindt het lastig om twee of meer tegenstrijdige ideeën of overtuigingen tegelijk als waar te zien. Deze tegenstrijdigheden brengen onzekerheid over de toekomst met zich mee en dat wil het brein voorkomen. Om dit op te lossen houdt het brein vast aan het bekende door nieuwe informatie op zo’n manier te manipuleren dat het past in jouw huidige overtuiging.

Dit betekent dat je nu een mening (1) hebt onderbouwd met bewijs (2), die je ook nog eens verdedigt om niet te hoeven bijstellen(3). Maar, we hebben te maken met een ongestructureerd probleem. Deze problemen zijn onmogelijk om op te lossen omdat ze hypercomplex zijn. Dit betekent dat we onze ideeën over ‘hoe nu verder’ ontelbare keren zullen moeten aanpassen. We weten bijvoorbeeld dat elke lockdownstrategie een tegengestelde oplossing heeft die (ongeveer) evenveel kans van slagen heeft. Op dit moment zijn de lockdownstrategieën van zowel Zweden en Italië  perfect verdedigbaar. En we moeten ook van beiden leren.

Welke van deze strategieën beter is weten we nog niet. We zullen wendbaar en daadkrachtig moeten zijn voor een leercurve over wat werkt en wat niet. Nieuwe strategieën ontwikkelen, leren van wat de effecten daarvan zijn, en aanpassen op basis van onze ervaringen. Ons brein kan dit prima. Het is ons ego wat ons hierbij in de weg zit.

Kunnen we dit voorkomen?

Misschien kun je 1 nog eens lezen. Maar realiseer je in ieder geval dat de context waarin we leven en de informatie die we hebben over de COVID-19-uitbraak continu veranderen. We leren steeds meer over de biologische eigenschappen van het virus en wat dat betekent voor de manier waarop we ermee om kunnen gaan.

Aangezien het hoogst onwaarschijnlijk is dat we alles vanaf het begin in één keer goed gedaan hebben (beslissingen werden genomen met 50% van de kennis) zou je elke kans die je krijgt om je mening bij te stellen moeten zien als een prachtig leermoment. Vier het, als jijzelf en de mensen om je heen (inclusief de experts) van mening veranderen en met nieuwe oplossingen komen. Dat betekent dat we beter worden. Houd jezelf en elkaar niet aan wat je drie weken geleden vond. Dat geldt uiteraard ook de manier waarop je de experts benadert.

4. In-group love, out-group hate

Als je jouw leermomenten niet wilt vieren als een moment van groei, maar wilt vasthouden aan een vaste set aan overtuigingen, zul je deze overtuigingen nu in beton willen gieten. Hiervoor ga je op zoek naar mensen die jouw mening delen. Je ontwikkelt gevoelens van verbondenheid met mensen die hetzelfde denken als jij. Oxytocine (een signaalmolecuul in de hersenen die te maken heeft met warm-sociale gevoelens en vertrouwen) giert door je brein en je ontwikkelt wat ze noemen ‘in-group love’. Helaas zorgt dit ook voor een afstandelijke houding ten opzichte van anderen die niet bij die groep horen, iets wat we vaak ‘out-group hate’ noemen. Als we hier niets tegen doen, zal dit als een splijtzwam in de maatschappij werken en onze saamhorigheid onder druk zetten.

Gedachte-experiment: denk je echt dat diegene met wie je eerst bevriend was, de mensen die naast je op het voetbalveld stonden, de eigenaren van restaurants, kapsalons en theaters waar je zo graag naar toe ging, fundamenteel veranderd zijn in de afgelopen periode? Dat lijkt me niet. Ze hebben alleen een ander perspectief (ongestructureerd probleem, weet je nog?). Ze leven in een andere context en hun ervaringen en belangen zijn niet dezelfde als de jouwe.

Hoe kunnen we elkaar dan begrijpen en hoe komen we verder?

Lees het binnenkort in deel twee of lees de hele white paper (in Nederlands of Engels) van BrainCompass. Samen met BrainCompass heeft Sioo nu ook een kort en intensief (online) coachingstraject ontwikkeld ‘Doelgericht groeien in jouw professionele rol’. Op basis van een DNA-analyse, ontwikkelingsassessment en coachinggesprekken zal je meer inzicht krijgen in wat voor jou helpende en blokkerende automatische gedagspatronen zijn.