Mail ons

Overzicht

Welkom nieuwe wethouder: thuis en in de regio

Blogpost 6 Apr 2022

Lokale autonomie in het sociaal domein versterk je in de regio

Eén van de bewegingen die we waarnemen in het sociale domein is dat er een behoorlijke professionaliseringslag heeft plaatsgevonden binnen de gemeenten. Iedereen is aan het sleutelen geweest aan de techniek van inkopen en hoe je de knoppen van toegang, bekostigingsmethodiek, contract- en leveranciersmanagement op elkaar afstelt en met elkaar verbindt. Beleid en uitvoering worden steeds beter met elkaar verbonden. Ook kunnen we steeds beter overweg met de grote hoeveelheid data die in het sociaal domein gegenereerd worden en zijn we steeds meer in staat om daar betekenis aan te geven om gerichte interventies in te zetten. Kortom, er komt veel meer integraliteit en samenhang tot stand.

Tegelijkertijd zien wij nog een worsteling als het gaat om regionale samenwerking, waarin veel gemeenten nog steeds zoekende zijn om hun lokale autonomie te kunnen handhaven en bang lijken om zich in regionale samenwerking te storten. Angst om controle over budget en couleur locale te verliezen. Op die manier wordt een tegenstelling gecreëerd die niet vol te houden is en vaak leunt op aannames die niet kloppen, we noemen de top 4 van meest voorkomende.

1. Lokaal is beter

Een eerste veel gehoorde redenering is dat als je de zorg lokaal in je eigen gemeente organiseert dat dat dan beter gebeurt en beter past bij de lokale wensen. Voor de lokale zorgboerderij, de dyslexie en de (basis)psycholoog kan dat ook heel goed kloppen. Worden problemen echter specifieker of is er aantoonbare wetenschappelijke kennis over welke zorg wel en niet werkt, dan gaat deze argumentatie niet op. Complexere zorg is meestal per definitie boven lokaal en vraagt samenwerking en is lokaal niet eens te organiseren. Als dit argument wordt gebruikt vraag dan ook goed door om welke zorg het gaat en vermijdt te stellige algemeenheden.

2. Lokale controle leidt tot lagere kosten

Een tweede veel gehoorde redenering is: zorgkosten zijn hoger dan gewenst, dus ik ga er zelf op sturen om ze onder controle te krijgen. En dit kan zeker kloppen voor eenvoudige diensten die lokaal worden ingekocht. Voor meer complexe vormen van zorg geldt dat zeker niet. Zowel de zorgvraag als het aanbod hierop bestaan uit zoveel componenten dat ingrijpen op volume of prijs tot allerlei verschuivingen leidt die uiteindelijk, onderaan de streep niets opleveren. Zorg verschuift dan of er treden andere effecten op (minder uitgaven aan psychologen en meer aan uitkeringen). De enige route die hier werkt is in partnerschap samenwerken, leren en stap je voor stapje beter begrijpen wat er speelt en verbeteren. Dit kun je niet in je eentje.

3. Alleen ga je sneller  

Als ik het allemaal zelf kan regelen, dan hoeft al dat ingewikkelde overleg niet en kunnen we snel schakelen. Los van of alle eigen afdelingen in huis wel op een lijn zitten, klopt dat ook hier niet. De meeste zorgorganisaties verlenen in tig gemeenten hulp en het zal u verbazen hoe zij soms naar uw gemeente kijken: ‘2% van hun omzet’… Dan ziet de onderhandelingspositie er ineens anders uit. Dan gaat regionale samenwerking helpen om samen sterk te staan, en vaak is het ook eenvoudigweg wettelijk voorgeschreven om regionaal te werken (bijvoorbeeld in geval van de specialistische jeugdzorg)

Complexiteit kun je niet oplossen door het in je eentje te proberen. We zien veel grensconflicten in de vorm van wat doen we nu regionaal en wat lokaal, wat is normaal en wat niet, wat is hoogspecialistisch en wat is specialistische zorg, etc. Er wordt veel tijd en energie gestopt in het vinden van een duidelijke definitie, een duidelijk afbakening zodat de lokale gemeente kan zeggen: en hier gaan wij over. De ervaring is: deze situatie komt er niet, want dan blijkt een kind ineens andere zorg nodig te hebben of een gezin een combinatie van lokaal en regionaal aanbod. Het gaat niet om vaststellen ‘hoe het moet’ of ‘wat de enig juiste vorm is’, maar om uitvinden ‘wat werkt onder welke uitgangspunten’.

4. Regionale samenwerking is gedoe… en gedoe is erg

In de ideale wereld -denken sommigen- loopt alles op rolletjes en kunnen we collectief op een luie stoel aan het strand zitten. Echt? Beste wethouder, het gedoe is het werk. Dat maakt het werk zo leuk. Het sociale domein zit vol gedoe en daarom ben je hartstikke nodig. Dit (regionale) gedoe, is de kern van het werk. Er zijn geen eenvoudige quick fixes op de meeste onderwerpen, regionale samenwerking gaat juist over het vinden van manieren om met de complexiteit van zorg, welzijn en gezondheid om te gaan. Dat betekent dat confrontatie en conflict bijvoorbeeld nodig zijn om uit de groef te komen van de veelal nog bestaande praktijk. Het denken: daar ga ik als bestuurder over in plaats van dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is die meer uitgaat van regionaal partnerschap. Ook de tijdhorizon is anders, waar lokaal nog steeds een overvloed is aan zorgaanbieders en vervangbaarheid, is er regionaal een beperkt aantal spelers met een meer specialistisch aanbod (vaak systeemspelers) waardoor de logica en het belang van de middellange en lange termijn in de samenwerking meer aan de orde is.

Wij zien regelmatig dat complexe vragen als eenvoudig behandeld worden en eenvoudige als complex. Beiden helpen niet. Een complex vraagstuk (zoals: hoe kunnen we de zorg goedkoper maken) proberen op te lossen met lineaire oplossingen (beter inkopen). Eenvoudigere vraagstukken (hoe kan ik contracteren) te behandelen als een open (politiek) veld waarin opvattingen zouden gelden in plaats van deskundigheid, terwijl de kennis daarover voorhanden is en er een goed omschreven set van opties is.

We hopen dat je (regionaal) je draai vindt, het zal je inwoners helpen!

Meer weten?

Frank Bosboom en Leon Klinkers schreven recent een nieuwe white paper: ‘Regionaal samen werken aan betere zorg en ondersteuning in het sociaal domein’. Lees ‘m hier.

Lokale autonomie in het sociaal domein versterk je in de regio

Eén van de bewegingen die we waarnemen in het sociale domein is dat er een behoorlijke professionaliseringslag heeft plaatsgevonden binnen de gemeenten. Iedereen is aan het sleutelen geweest aan de techniek van inkopen en hoe je de knoppen van toegang, bekostigingsmethodiek, contract- en leveranciersmanagement op elkaar afstelt en met elkaar verbindt. Beleid en uitvoering worden steeds beter met elkaar verbonden. Ook kunnen we steeds beter overweg met de grote hoeveelheid data die in het sociaal domein gegenereerd worden en zijn we steeds meer in staat om daar betekenis aan te geven om gerichte interventies in te zetten. Kortom, er komt veel meer integraliteit en samenhang tot stand.

Tegelijkertijd zien wij nog een worsteling als het gaat om regionale samenwerking, waarin veel gemeenten nog steeds zoekende zijn om hun lokale autonomie te kunnen handhaven en bang lijken om zich in regionale samenwerking te storten. Angst om controle over budget en couleur locale te verliezen. Op die manier wordt een tegenstelling gecreëerd die niet vol te houden is en vaak leunt op aannames die niet kloppen, we noemen de top 4 van meest voorkomende.

1. Lokaal is beter

Een eerste veel gehoorde redenering is dat als je de zorg lokaal in je eigen gemeente organiseert dat dat dan beter gebeurt en beter past bij de lokale wensen. Voor de lokale zorgboerderij, de dyslexie en de (basis)psycholoog kan dat ook heel goed kloppen. Worden problemen echter specifieker of is er aantoonbare wetenschappelijke kennis over welke zorg wel en niet werkt, dan gaat deze argumentatie niet op. Complexere zorg is meestal per definitie boven lokaal en vraagt samenwerking en is lokaal niet eens te organiseren. Als dit argument wordt gebruikt vraag dan ook goed door om welke zorg het gaat en vermijdt te stellige algemeenheden.

2. Lokale controle leidt tot lagere kosten

Een tweede veel gehoorde redenering is: zorgkosten zijn hoger dan gewenst, dus ik ga er zelf op sturen om ze onder controle te krijgen. En dit kan zeker kloppen voor eenvoudige diensten die lokaal worden ingekocht. Voor meer complexe vormen van zorg geldt dat zeker niet. Zowel de zorgvraag als het aanbod hierop bestaan uit zoveel componenten dat ingrijpen op volume of prijs tot allerlei verschuivingen leidt die uiteindelijk, onderaan de streep niets opleveren. Zorg verschuift dan of er treden andere effecten op (minder uitgaven aan psychologen en meer aan uitkeringen). De enige route die hier werkt is in partnerschap samenwerken, leren en stap je voor stapje beter begrijpen wat er speelt en verbeteren. Dit kun je niet in je eentje.

3. Alleen ga je sneller  

Als ik het allemaal zelf kan regelen, dan hoeft al dat ingewikkelde overleg niet en kunnen we snel schakelen. Los van of alle eigen afdelingen in huis wel op een lijn zitten, klopt dat ook hier niet. De meeste zorgorganisaties verlenen in tig gemeenten hulp en het zal u verbazen hoe zij soms naar uw gemeente kijken: ‘2% van hun omzet’… Dan ziet de onderhandelingspositie er ineens anders uit. Dan gaat regionale samenwerking helpen om samen sterk te staan, en vaak is het ook eenvoudigweg wettelijk voorgeschreven om regionaal te werken (bijvoorbeeld in geval van de specialistische jeugdzorg)

Complexiteit kun je niet oplossen door het in je eentje te proberen. We zien veel grensconflicten in de vorm van wat doen we nu regionaal en wat lokaal, wat is normaal en wat niet, wat is hoogspecialistisch en wat is specialistische zorg, etc. Er wordt veel tijd en energie gestopt in het vinden van een duidelijke definitie, een duidelijk afbakening zodat de lokale gemeente kan zeggen: en hier gaan wij over. De ervaring is: deze situatie komt er niet, want dan blijkt een kind ineens andere zorg nodig te hebben of een gezin een combinatie van lokaal en regionaal aanbod. Het gaat niet om vaststellen ‘hoe het moet’ of ‘wat de enig juiste vorm is’, maar om uitvinden ‘wat werkt onder welke uitgangspunten’.

4. Regionale samenwerking is gedoe… en gedoe is erg

In de ideale wereld -denken sommigen- loopt alles op rolletjes en kunnen we collectief op een luie stoel aan het strand zitten. Echt? Beste wethouder, het gedoe is het werk. Dat maakt het werk zo leuk. Het sociale domein zit vol gedoe en daarom ben je hartstikke nodig. Dit (regionale) gedoe, is de kern van het werk. Er zijn geen eenvoudige quick fixes op de meeste onderwerpen, regionale samenwerking gaat juist over het vinden van manieren om met de complexiteit van zorg, welzijn en gezondheid om te gaan. Dat betekent dat confrontatie en conflict bijvoorbeeld nodig zijn om uit de groef te komen van de veelal nog bestaande praktijk. Het denken: daar ga ik als bestuurder over in plaats van dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is die meer uitgaat van regionaal partnerschap. Ook de tijdhorizon is anders, waar lokaal nog steeds een overvloed is aan zorgaanbieders en vervangbaarheid, is er regionaal een beperkt aantal spelers met een meer specialistisch aanbod (vaak systeemspelers) waardoor de logica en het belang van de middellange en lange termijn in de samenwerking meer aan de orde is.

Wij zien regelmatig dat complexe vragen als eenvoudig behandeld worden en eenvoudige als complex. Beiden helpen niet. Een complex vraagstuk (zoals: hoe kunnen we de zorg goedkoper maken) proberen op te lossen met lineaire oplossingen (beter inkopen). Eenvoudigere vraagstukken (hoe kan ik contracteren) te behandelen als een open (politiek) veld waarin opvattingen zouden gelden in plaats van deskundigheid, terwijl de kennis daarover voorhanden is en er een goed omschreven set van opties is.

We hopen dat je (regionaal) je draai vindt, het zal je inwoners helpen!

Meer weten?

Frank Bosboom en Leon Klinkers schreven recent een nieuwe white paper: ‘Regionaal samen werken aan betere zorg en ondersteuning in het sociaal domein’. Lees ‘m hier.