Mail ons

Overzicht

Regionaal samen werken aan betere zorg en ondersteuning in het sociaal domein

White paper 2 Mar 2022

Wat staat er op de agenda van de toekomst en wat kan de regionale samenwerking bevorderen?


De betrokkenen in het sociale domein werken in een complex speelveld met een grote verscheidenheid aan samenwerkingen. We zijn geneigd over samenwerking eenvoudiger te praten, namelijk in termen van een gemeente met een aanbieder of één opdrachtgever en één opdrachtnemer. De realiteit is echter dat het gaat om een veelheid van betrokken partijen. In regionale samenwerkingen zijn dat al snel 5 tot soms wel 20 gemeenten en 80 of meer zorgpartijen. En van al die organisaties zijn meerdere medewerkers, in verschillende lagen betrokken, van bestuurder tot uitvoerende professional en van accountmanager tot inkoper. Kenmerk van zo’n samenspel is dat alles constant in beweging is: acties van één actor in dit samenspel leidt tot vele reacties. Er zijn veel samenhangen, veel afhankelijkheden en er lijkt altijd meer vraag dan aanbod.

Het speelveld is sinds de decentralisatie van 2015 steeds in beweging. Actoren zoeken naar nieuwe verhoudingen en werkbare manieren van contracteren, monitoring, uitvoering, verbetering, samenwerking en leren. Werken in zo’n complex speelveld stelt naast inhoudelijke kundigheid ook hoge eisen aan de procesvaardigheid van de betrokkenen. Naar aanleiding van onze eerdere artikelen over herkenbare ontwikkelingsfasen bij gemeenten in het sociaal domein (2019) en herkenbare interactiepatronen tussen gemeenten en zorgaanbieders (2021) is ons vaak gevraagd iets meer te schrijven over de handelingsperspectieven in zo’n complex speelveld. Wat kun je doen als je met elkaar wilt werken aan partnerschappen?

In deze white paper hebben we de cases van Hart van Brabant en Twente opgenomen. Ze zijn bedoeld om de lezer een inkijk te geven in het soort vraagstukken dat er in zo’n regionale samenwerking speelt en op welke wijze spelers daar met elkaar aan werken. Deze casebeschrijvingen zijn met vertegenwoordigers van de regio gemaakt. In de gesprekken kwam aan de orde: Waar lopen regio’s in de praktijk tegenaan? En wat voor handelingsperspectieven ontwikkelden ze daarop?

Wat staat er op de agenda van de toekomst en wat kan de regionale samenwerking bevorderen?


De betrokkenen in het sociale domein werken in een complex speelveld met een grote verscheidenheid aan samenwerkingen. We zijn geneigd over samenwerking eenvoudiger te praten, namelijk in termen van een gemeente met een aanbieder of één opdrachtgever en één opdrachtnemer. De realiteit is echter dat het gaat om een veelheid van betrokken partijen. In regionale samenwerkingen zijn dat al snel 5 tot soms wel 20 gemeenten en 80 of meer zorgpartijen. En van al die organisaties zijn meerdere medewerkers, in verschillende lagen betrokken, van bestuurder tot uitvoerende professional en van accountmanager tot inkoper. Kenmerk van zo’n samenspel is dat alles constant in beweging is: acties van één actor in dit samenspel leidt tot vele reacties. Er zijn veel samenhangen, veel afhankelijkheden en er lijkt altijd meer vraag dan aanbod.

Het speelveld is sinds de decentralisatie van 2015 steeds in beweging. Actoren zoeken naar nieuwe verhoudingen en werkbare manieren van contracteren, monitoring, uitvoering, verbetering, samenwerking en leren. Werken in zo’n complex speelveld stelt naast inhoudelijke kundigheid ook hoge eisen aan de procesvaardigheid van de betrokkenen. Naar aanleiding van onze eerdere artikelen over herkenbare ontwikkelingsfasen bij gemeenten in het sociaal domein (2019) en herkenbare interactiepatronen tussen gemeenten en zorgaanbieders (2021) is ons vaak gevraagd iets meer te schrijven over de handelingsperspectieven in zo’n complex speelveld. Wat kun je doen als je met elkaar wilt werken aan partnerschappen?

In deze white paper hebben we de cases van Hart van Brabant en Twente opgenomen. Ze zijn bedoeld om de lezer een inkijk te geven in het soort vraagstukken dat er in zo’n regionale samenwerking speelt en op welke wijze spelers daar met elkaar aan werken. Deze casebeschrijvingen zijn met vertegenwoordigers van de regio gemaakt. In de gesprekken kwam aan de orde: Waar lopen regio’s in de praktijk tegenaan? En wat voor handelingsperspectieven ontwikkelden ze daarop?